De spin wikt: repareren of opdoeken

Illustratie Irene Goede

Het is het verkeerde seizoen voor een stukje over kruisspinnen. Denk dus even terug aan de herfst. De ochtendlucht was vochtig, je liep snel over het tuinpad omdat je naar school moest. Je lette niet op. En toen liep je per ongeluk door het web van een grote, dikke kruisspin. Bah, die plakkerige draden in je gezicht. Niet leuk.

Maar het was ook niet leuk voor de kruisspin, want zij had dat web net gebouwd. Kruisspinnen bouwen elke nacht een vers web voor de volgende dag. Daarom zien die webben er ’s ochtends zo mooi uit. Overdag slijt zo’n web. Omdat er mensen doorheen wandelen, vogels doorheen vliegen, of door de wind. Dan hangt zo’n web nog aan een paar draadjes te bungelen.

Het is leuk om te kijken wat een spin dan doet. Is een spin een goede klusser? Biologen waren zo benieuwd, dat ze een paar webben kapot maakten. Ze trokken zo’n lange trekdraad weg. Daarmee zitten webben aan een boom of aan de kliko vast. Als die kapot gaan, voelt een spin dat meteen, want dan hangen de draden slap. En dan weet zij meteen wat haar te doen staat.

Is minder dan eenderde van het web kapot, dan gaat de spin klussen. Snel naar de buitenkant van het web. Heen en weer langs de kapotte kant, om het randje te versterken. En dan een nieuwe draad trekken, gewoon wéér naar de kliko. Binnen twee minuten heeft zij het web weer redelijk in orde.

Is meer dan eenderde van het web weg? Dan zucht de spin even en trekt alle kapotte draden naar het midden van het web. Morgen is er weer een dag.

P.S. Waarom zijn er in de lente eigenlijk geen kruisspinnen? Die zijn er wél, maar ze zijn klein en dus vallen ze niet op. In de zomer worden ze steeds groter en in de herfst zie je ineens – hé! – een grote spin. Zo’n herfstkruisspin is bijna altijd een vrouwtje. De mannetjes worden in de zomer opgegeten door de dames.

    • Hester van Santen