De rol van Jezus is een godsgeschenk

Passiespelen Abbie Chalgoum (33) speelt Jezus tijdens de Passiespelen in Tegelen. Zijn wieg stond in Marokko. Nou en? Als iemand zich kan herkennen in het verhaal over resolute keuzes en twijfel is hij het wel.
Abbie Chalgoum wordt geschminkt voor zijn Jezusrol. Foto's Chris Keulen

‘Meneer, scheer die lelijke baard eraf!” zeiden de leerlingen van de Haemstede-Barger Mavo in Heemstede tegen hun economieleraar Abbie Chalgoum. Inmiddels heeft die hun verteld dat hij geen hipsterambities heeft. Het leven van hun docent buiten school wordt al bijna twee jaar voor een belangrijk deel beheerst door Jezus. Chalgoum speelt de rol van de Messias tijdens de Passiespelen in Tegelen. „Ik kon de vraagtekens van de gezichten van mijn leerlingen aflezen. ‘Jezus? Maar u bent toch Marokkaan?’ Ik heb het uitgelegd. Dat de traditie van de Passiespelen teruggaat tot de jaren dertig van de vorige eeuw en dat de opvoering met vierhonderd medewerkers ook landelijk een naam heeft. Inmiddels zijn er leerlingen die naar Tegelen willen komen. Prima! Het is goed dat leerlingen zien dat je ook nog gewoon mens bent, niet alleen meneer Chalgoum.”

Eigenlijk had hij zijn zinnen gezet op de rol van Judas. Vijf jaar geleden, bij de laatste Passiespelen ging Chalgoum kijken, omdat een vriend meedeed. Hoewel opgegroeid op een steenworp afstand van Tegelen, in Venlo, had hij nog nooit van het hele fenomeen gehoord. Chalgoum raakte onder de indruk. „Ik zei meteen: voor 2015 ga ik auditie doen. Terwijl ik toen alleen een komische figuur in de Venlose Revue had gespeeld.”

Chalgoum hield woord. Vlak voor de zomer van 2013 deed hij auditie voor de Passiespelen van 2015. Kandidaten voor sprekende rollen moesten teksten van Pilatus en Jezus uit hun hoofd leren. Van Pilatus bakte hij weinig. De Christusfiguur kwam beter uit de verf. „Ik had mijn djellaba aan, speelde op blote voeten. De regisseur zei: ‘Je hebt je er echt voor gekleed. Wil je de rol van Jezus?’ Ik ontkende. Judas of een van de hogepriesters, daar ging ik voor.”

Toen vier dagen later in het openluchttheater in Tegelen de rolverdeling bekend werd gemaakt, bleken anderen Judas en hogepriester te worden. „Dan maar in 2020, dacht ik meteen. Tussen de aanwezigen was ik al op zoek gegaan naar mogelijke Jezussen. Aan mezelf dacht ik niet. Tot mijn naam werd genoemd. Het duurde even voordat het doordrong.”

Zijn moeder wees hem op de mogelijke reacties. „Ze zei: ‘Dit is niet de Venlose Revue. Dit gaat om geloof. Er zijn ook mensen die het niet fijn vinden dat een Marokkaan Jezus speelt.’ Ik kreeg veel leuke reacties. Mensen maakten ook grappen: ‘Ik kom kijken hoe ze een Marokkaan slaan. Dat zie je anders nooit.’ Maar het negatieve kon natuurlijk niet uitblijven. Een dag nadat ik de rol had gekregen kopte Pownews: ‘Jezus is een Marokkaan.’ Dan weet je wat er gaat komen.”

Verschillende media richtten hun aandacht voornamelijk op de Marokkaanse identiteit van de hoofdrolspeler. Later protesteerden een Maastrichtse zakenman en een raadslid uit die stad, naar eigen zeggen sprekend namens de joods-christelijke gemeenschap in Limburg, tegen Chalgoum als Jezus. „Ik zou op internet hebben opgeroepen tot een boycot van Israëlische producten vanwege de situatie van de Palestijnen. Ik liet het zo. Laten zien waar ik dat had gezegd, konden ze niet.”

Chalgoum kreeg al eerder een mediastorm over zich heen, toen hij in 2012 prins werd bij de Venlose carnavalsvereniging De Vaegers. „Een Marokkaan prins in de stad van Geert Wilders, dat vonden ze wat. Maar het was helemaal niet bedoeld als statement. Al die heisa ging voorbij aan mijn eigenlijke doel, feest vieren.”

Zijn hoofdrol tijdens de Passiespelen is wat hem betreft vooral een stapje vooruit qua acteren. „Een grote serieuze rol.” En dat hij ook Marokkaan is? „Tja. Maakt het wat uit dat mijn stal in Marrakech stond? Moet je president zijn om een president te spelen?”

Worsteling

Chalgoum was blij met de Jezusrol, maar twijfelde of hij die ooit echt zou spelen. Hij worstelde in de zomer van 2013 zo met zichzelf, dat hij dacht aan zelfmoord. De oorsprong van de problemen lag al in zijn vroege jeugd, niet lang nadat hij op zijn vierde vanuit Marokko naar Limburg kwam. „Ik ben al heel vroeg volwassen geworden, als middelste in een groot gezin met zeven kinderen. Iedereen had zijn strijd: een plaats vinden, een thuis vinden, botsen met twee culturen. Ik wilde de ellende wegnemen. Door leuke kleine toneelstukjes. Door er ook voor mijn moeder, mijn broers en zussen te zijn. Door er te zijn voor mijn vader, die het Nederlands niet beheerste. Ik vulde de papieren in. Deed ik het per ongeluk verkeerd, dan beloofde ik beterschap. Met vrienden ging het al snel net zo. Ik was degene naar wie mensen toe kwamen. ‘Kan ik even met je praten?’ ‘Kun je me helpen?’ ”

Toen hij wat ouder werd, manifesteerde Chalgoum zich steeds meer publiekelijk. Hij werd een bekende Venlonaar. Naast zijn baan als leraar economie op het plaatselijke Valuas College was hij naast prins carnaval en een van de spelers in de Venlose Revue, ook kandidaat voor de PvdA bij de gemeenteraadsverkiezingen en nog veel meer. „Zonder dat ik dat echt wilde, was ik de superallochtoon geworden. Ik zei overal ja tegen. Je wordt ook gestuurd door anderen: ‘Dat moet je doen. Daar ben je goed in.’ Ik wilde ook graag ergens bij horen. Maar wie was ik echt? In Marokko zagen ze me als de Nederlander. In Nederland was ik toch altijd de Marokkaan. In mijn familie maakten ze grapjes: ‘Je bent verkaast.’ ”

Uit complimenten voor zijn inspanningen putte Chalgoum energie, maar dat was voor hem niet genoeg. „Wie was ik zelf? Stelde ik wel wat voor? Alles werd steeds meer een strijd. Eigenlijk kon ik het niet meer opbrengen, maar naar buiten toe probeerde ik nog steeds de energieke Abbie te zijn. Tot je thuis zit. Alleen. Vier muren om je heen. Het enige wat me nog een beetje rust bracht was drank. Er met anderen over praten durfde ik niet. Ik moest er toch voor de anderen zijn? Ik moest sterk zijn. Dat werd mijn kruis, zo zwaar dat ik het gevoel had dat ik eronder bezweek.”

De last voelde ondraaglijk op het moment dat Chalgoum een paar dagen na de toewijzing van de rol van Jezus op vakantie naar Zuidoost-Azië ging. „Ik zou zeven weken wegblijven. Maar van binnen dacht ik: toedeledokie, ik ga weg en ik kom niet meer terug. Ik kan niet meer verder. De eerste weken ben ik door hele diepe dalen gegaan. Dan liep ik na een avond drinken terug naar mijn hotel en dan stortte mijn hele wereld als een kaartenhuis in elkaar. Dan dacht ik: loop maar even door naar de brug, dan is het afgelopen. Het was voortdurend nadenken, twijfelen, schelden. Maar dan komen je familie en vrienden als een flits voorbij in je gedachten. Er een einde aan maken zonder te vertellen waarom, dat kon en wilde ik niet. Ik besloot resoluut om anderen na mijn thuiskomst te gaan vertellen over mijn problemen. Klaar! Afgelopen! In de weken daarna heb ik gek genoeg nog een prachtvakantie gehad. Vanwege het gevoel: het gaat goed komen.”

De eerste die kreeg te horen van Chalgoums worsteling was een vertrouwenspersoon op de school waar hij lesgaf. „Het moest een wildvreemde zijn. Later heb ik mijn zus uitgenodigd voor een gesprek. Alleen al door het delen met anderen, begin je als mens weer te leven. En door het probleem in stukken te hakken, wordt het beheersbaar.”

Ontslag

Omdat de economieleraar in zijn tijd van toenemende drank en duisternis een dag per week vrij had gehad voor een cursus, maar daar nooit naartoe was gegaan, wist hij dat daarover praten zou leiden tot zijn ontslag. „Dat was de consequentie van mijn keuze.”

Vervelend werd het nog even, toen het vertrek op school bekend werd. „Verzonnen verhalen gingen de ronde doen: hij heeft geld gestolen; zou hij aan leerlingen hebben gezeten? Toen ben ik mijn verhaal echt in alle openheid gaan vertellen.”

Chalgoum is duidelijker gaan kiezen wat hij wel en niet wil doen. Aan zijn vertolking van Jezus heeft hij na de zomer van 2013 niet meer getwijfeld. Hij is wel verhuisd van Venlo naar Amsterdam. „Bewust om opnieuw te beginnen. Wonderbaarlijk snel werd mijn pad weer verlicht door allerlei moois: een fantastische vriendin, een fantastische baan, wonen in een fantastische stad. Het is weer mooi om Abbie te zijn. Ik heb mijn rust terug, durf nu ook af en toe niks te doen.”

Al zal daar voorlopig met een snel oplopende repetitiefrequentie (nu al de vrijdagavond en de zondag, vlak voor de première dagelijks) weinig van komen. Chalgoum kan nauwelijks wachten tot hij kan gaan spelen. „Ik wil er een rol met een gouden randje van maken. Ter voorbereiding op de rol heb ik heb veel gelezen over Jezus en ben ik op vakantie geweest naar Israël. Me verplaatsen in de Zoon van God blijf ik moeilijk vinden. Maar met de menselijke aspecten van de figuur kan ik des te meer. Een weg kiezen en daar dan consequent voor gaan. Tegelijkertijd ook de twijfel, de worsteling met mezelf. Dat heb ik zelf doorleefd in de afgelopen jaren. Tijdens die moeilijke vakantie in 2013 heb ik veel kracht geput uit het script. Ook daarna trouwens. Het is niets religieus, anders zou ik het een godsgeschenk noemen dat deze rol op mijn weg is gekomen.”