De olieprijs is totaal onvoorspelbaar

Er stroomt weer geld van beleggers naar de oliesector. Dat lijkt logisch na de enorme koersval van vorig jaar, maar olie is onvoorspelbaar.

Pieken en dalen

Het zijn vreemde tijden voor de oliehandel. Donderdag bombardeerden Saoedische vliegtuigen stellingen van de Houthi-rebellen in Jemen. De laatsten vuurden op hun beurt raketten af op Saoedi-Arabië. Waar voorheen wilde reacties te verwachten waren op de oliemarkt, gebeurde er nu vrijwel niets. Termijncontracten voor Brent-olie gingen in een eerste reactie 3 dollar omhoog, maar eindigden de dag slechts anderhalve dollar duurder dan woensdag. Dat was het dan.

De prijs van ruwe olie toonde zich relatief ongevoelig. De handel lijkt gewend geraakt aan oorlogsnieuws uit het Midden-Oosten – en aan het feit dat calamiteiten en incidenten het uiteindelijk afleggen tegen de grote trends op de wereld-oliemarkt. Die trends ontwikkelden zich sinds de zomer tot een perfecte storm. Er rezen twijfels over de groei van de vraag naar olie, vooral onder invloed van een vertraging van de economische groei in China.

Scheidsrechter van de oliemarkt

Aan de aanbodskant was er de opkomst van Amerikaanse schalie-olie die, zo stelde het Internationaal Energie Agentschap (IEA) de Verenigde Staten op termijn onafhankelijk zouden maken van het buitenland. En weer aan de vraagkant: de Amerikaanse behoefte aan buitenlandse olie zou er (na het ombouwen van de raffinage) door stilvallen.

Daarmee samen hing weer een grote gebeurtenis aan de aanbodskant. De Saoedi’s, de grootste olieproducenten ter wereld met een zeer beweeglijke productiecapaciteit, lieten in het afgelopen najaar weten niet langer op te treden als scheidsrechter van de oliemarkt.

Toen de olieprijs begon te dalen in juli en augustus, volgde er dus geen productiebeperking om de prijs te stabiliseren. Saoedi-Arabië zette niet langer in op stabiliteit, maar op behoud van marktaandeel. Verkopen, wat de prijs ook doet. En dat heeft weer alles te maken met de Amerikaanse schalieproductie, waarvan gedacht werd dat die niet kon werken met olieprijzen onder de 60 dollar per vat.

Daar komt de kleine man

En dan is er nóg een detail. Olie was altijd slechts toegankelijk voor professionals. Gewone beleggers konden niet op de markt terecht. Dat veranderde zo’n vijftien jaar geleden met de introductie van Exchange Traded Funds (ETF’s), beleggingsfondsen waar particulieren wél in konden beleggen. De kleine man deed zijn intrede op de grote markt.

ETF’s schaduwen een onderliggende waarde, waarmee ze samen in prijs stijgen of dalen. Ze zijn er inmiddels in aandelen, indices, goud, bedrijfsobligaties en noem maar op. Rond de eeuwwisseling stond er voor 100 miljard dollar aan EFT’s uit. Vier jaar geleden was dat 1.400 miljard dollar en branchegroep ETFGI meldde vorige maand dat nu de grens van 3.000 miljard dollar wordt bereikt. Daarvan is ongeveer een zesde Europees.

Blackrock, de grootste beleggingsinstelling ter wereld, stelt dat in 2012 21,2 miljard dollar in grondstoffen-ETF’s vloeide, er in 2013 juist 39,1 miljard dollar uit ging en in 2014 weer 2,6 miljard toestroomde. De wispelturigheid is groot. Er zijn theorieën dat juist de opkomst van grondstoffen-ETF’s de prijzen van onder meer olie zo hoog opstuwden in de zomer van 2008. Vlak voor het uitbreken van de Lehman-crisis bereikte de olieprijs toen een record van tegen de 150 dollar per vat.

Een allesbepalende kracht

Schalie, een rolwisseling bij de producenten, de invloed van nieuw kapitaal, het lot van China: er zijn grote krachten van invloed op de olieprijs. En olie oefent zelf weer enorme krachten uit op de wereldeconomie en de geopolitiek.

De gedaalde olieprijs drukt nu de inflatie, verlengt het extreem soepele geldbeleid van centrale banken, verhoogt zo indirect het risico op excessen op de beurs, wakkert de koopkracht en de economische groei aan, zorgt voor forse schommelingen in de wisselkoersen en drukt olieregimes als Rusland in het defensief. Dat is nogal wat voor één grondstof.

Bijna 150 dollar in de zomer van 2008. 38 dollar aan het eind van dat jaar. Krap twee jaar later weer op 125 dollar, drie jaar relatief stabiel, en dan vanuit het niets een val van 115 dollar in juli 2014 tot 46 dollar afgelopen januari. Het is zonderling dat een van de belangrijkste variabelen in de wereldeconomie zo wispelturig kan zijn. Voorspellingen over de ontwikkeling van de olieprijs zijn dan ook weinig waard.

Die volledig onvoorspelbaar is

Wat moet een belegger daarmee? Koninklijke Olie stond gisteren 5,8 procent hoger dan een jaar geleden. De AEX-index won in die tijd 21,6 procent. Wereldwijd verloren oliefondsen op de beurs 15 procent in waarde, volgens de in dollars luidende MSCI-index. Alle beursgenoteerde ondernemingen gingen er juist 5,5 procent op vooruit.

Een belegger zou kunnen concluderen dat oliefondsen nu dus ondergewaardeerd zijn en rijp om in te stappen. Maar dat is maar de vraag. Het heeft geen zin om als belegger een ‘visie’ op olie te hebben als het de zakenbank die bekend staat om de allerbeste analisten op dit gebied, Goldman Sachs, ook niet goed lukt.

    • Maarten Schinkel