De blijvende oorlog

Dit jaar valt de veertiende mei op donderdag. Dat is niet de beste dag voor een herdenking maar daaraan kunnen we dit jaar geen aandacht besteden. Het is dan 75 jaar geleden dat Rotterdam werd verwoest, door laag en langzaam vliegende Duitse bommenwerpers van het type Heinkel 111. Ik weet het precies, ik was twaalf jaar, zat met mijn vader en moeder in de kelder van ons huis, een tachtig meter ten zuiden van de plaats waar de eerste bom is gevallen. Dat huis is totaal verwoest. Als de piloot wat noordelijker had gevlogen had u dit stukje niet gelezen. Een enkele keer droom ik nog dat ik die man tegenkom. Was haben Sie während des Krieges gemacht, vraag ik. Hij vertelt het, misschien niet zonder trots. Ik sla hem zo hard mogelijk op zijn bek. Dat zal dan mijn manier van herdenken zijn.

Het herdenken is in deze tijd langzamerhand tot een massabedrijf geworden. Deze week zag ik op de televisie hoe duizenden Britten ergens in een Engels stadje samendromden om getuige te zijn van de herbegrafenis van een beroemde vorst die vijfhonderd jaar geleden was gestorven. Zijn gebeente was ontdekt onder een parkeerplaats in Leicester en nu kreeg hij eindelijk de laatste eer. Ander voorbeeld. Ergens heeft zich een ramp voltrokken. Natuurlijk zijn familie en vrienden in diepe rouw en dat kunnen we allemaal op de televisie nauwkeurig volgen. Aan de andere kant hebben we de twee minuten stilte om acht uur op de avond van de vierde mei, waar het meeste verkeer gewoon doorheen raast. Het herdenken is in deze tijd anders geworden.

Maar de oorlog blijft. Ik ben geboren in een huis met een tuin waarin een zeemijn uit de Eerste Wereldoorlog lag, door mijn vader als luitenant bij de Koninklijke Marine op het strand van Cadzand gedemonteerd. Als ik een kinderziekte had, mazelen, rode hond, een griepje, werd ik zoet gehouden met vier jaargangen De Prins der Geïllustreerde Bladen, 1914-1918. In de zomervakantie gingen we naar Knokke Le Zoute, waar aan het einde van de boulevard twee enorme stukken Duits kustgeschut stonden, de Batterie Wilhelm II. Soms maakten we een uitstapje naar Zeebrugge, het oorlogsmuseum waar een loopgraaf was nagemaakt, met als Duitse soldaten aangeklede etalagepoppen, hangend in het prikkeldraad.

Ik heb het gevoel dat ik al eens eerder over de oorlog heb geschreven, een greep uit alles wat ik toen heb meegemaakt, om het eens onbescheiden te zeggen. Dat is op zichzelf iets eigenaardigs. Je bent trots op een aantal ervaringen die je allemaal aan anderen te danken hebt, aan omstandigheden waarin je per ongeluk terecht bent gekomen waarna je het door een toevallige samenloop van omstandigheden allemaal kunt navertellen. Niets om trots op te zijn.

Maar hier gaat het over het herdenken. Het voeren van een oorlog hoort tot de afschuwelijkste bezigheden die de mens heeft uitgevonden, en nog steeds is hij dat werk aan het vervolmaken. Vlees eten hoort ook tot deze categorie. Als ik weer met mijn leven moest beginnen, zou ik vegetariër worden, niet meer schuldig aan de massamoord op kippen, enz. Maar het eten van een kip herdenk je niet. Het meemaken van een oorlog hoort tot de alleruitzonderlijkste ervaringen. Vaak iedere dag iets anders en tegelijkertijd iets dat voorgoed in je hersens gegrift staat. En dan ontdek je langzamerhand dat de oorlog hoort tot je verloren jeugd. Denken en praten over de oorlog is geen uiting van heimwee. Het is een gedetailleerd verlangen naar de tijd dat je jong was.

Sinds een jaar of zeven is er een tijdschrift, Wereld in Oorlog, dat in ruime mate in deze behoefte voorziet. Het gaat over de Eerste en de Tweede Wereldoorlog, het verschijnt eenmaal in de twee maanden, we zijn nu aan nummer 41. Daarin staat onder andere een artikel over het werk van Belgische schilders aan het frontgebied van de IJzer tussen 1914 en 1918. Wat de oorlog met een kunstenaar kan doen. Daarop volgt een stuk over de Joodse begraafplaats Weissensee in Berlijn, van vernietiging tot herstel. Tot slot de definitieve nederlaag van het Nederlandse Panzergrenadier Regiment General Seyffardt in Narva. Weet u nog waar dat ligt? Het staat in Wereld in Oorlog.