Broeder Konijn

Elke donderdagmiddag gaan zestien cavia’s en tien konijnen op bezoek in het Emma Kinderziekenhuis.

Iraya (bijna 2) ziet voor het eerst in haar leven een konijn. Ze staat voor hem en prikt met een vinger naast zijn neus. Hij schrikt, zij grijnst. Dan kijkt ze weer heel ernstig naar de friemelende berg konijnen en cavia’s op de lage tafel. Ze grijpt de tafelrand en schuifelt naar een ander konijn. Ze kan sinds twee weken lopen, zegt haar moeder trots. Iraya werd met 27 weken geboren.

In de speelruimte in het Emma Kinderziekenhuis AMC in Amsterdam komen elke donderdagmiddag tussen twee en drie uur zestien cavia’s en tien konijnen. Vier vrijwilligers halen de dieren op bij kinderboerderijen en brengen ze hier. De kinderen mogen ze voeren, aaien, knuffelen.

De vrijwilligers praten nooit met de kinderen over waarom ze in het ziekenhuis liggen. Het gaat in dit uur over de dieren, vrolijkheid, verbazing. Alsof alles normaal is. Het ziekenhuis probeert het gewone leven enigszins in stand te houden. Er is ook een school en een bioscoop.

Floor (2,5) is er vaak. Vandaag steekt ze voorzichtig een wortel in de richting van een konijn op de tafel. Rechts staat een paal met een infuus, links zit haar vader op een kruk. „Je moet de dag doorkomen in een ziekenhuis”, zegt hij. „Dit is een heerlijke afleiding. We moeten hier altijd boven blijven omdat ze een infuus heeft. Als Floor chemo krijgt, mag ze niet eens van de afdeling af. Dat zou gevaarlijk kunnen zijn.”

Opeens klinkt er een kreet. Tim (8) is in zijn vinger gebeten door de cavia op zijn schoot. Moeten we hem weghalen, vragen de vrijwilligers geschrokken. Nee hoor, zegt Tim: „Hij dacht dat het een wortel was.” Hij veegt de tranen weg en gaat verder met de onderhandeling met zijn vader over hoe veel hij zou willen betalen voor deze cavia. „Je wilde toch een skateboard?”, zegt pa. „Nee, als ik beter ben, wil ik deze cavia.” Tim had een tumor in zijn nier.

Amke Homan brengt al twaalf jaar als vrijwilliger de cavia’s en konijnen naar het ziekenhuis. De reden: „stralende gezichten”. Eén meisje op de oncologie maakte diepe indruk op haar. Elke week reed ze langs haar kamer en vroeg haar „wil jij even op dit witte konijn letten voor me?” Het kind klemde het beest dan tegen de borst, in bed. Een uur later, wanneer Homan het konijn weer ophaalde, lag ze nog zo.

Om drie uur gaan alle kinderen weer naar hun kamer. De één krijgt een chemo-infuus, de ander wordt morgen geopereerd. De sfeer is vrolijk als ze dag zwaaien naar de konijnen, cavia’s en vrijwilligers. De tafel waar de dieren scharrelden, ligt bezaaid met keutels.