Bij Dumas linksaf

Geen museum zo toegankelijk als het ziekenhuis. Kunst beurt op en helpt de weg te vinden.

Kunst in het AMC. Hier een werk van Teun Hocks (zonder titel), verderop Kantoor #2 van Eddo Hartmann

‘Ojee, een gevalletje burgerlijke ongehoorzaamheid.” Tijdens een rondleiding door het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam houdt Sabrina Kamstra opeens halt. Het hoofd kunstzaken wijst naar een paar prenten aan de muur van een artsenkamer. Fleurige niks-aan-de-handkunstwerkjes. Ze steken lelijk af bij de werken van Karel Appel en Constant die Kamstra juist vol trots aan het tonen is. Schouderophalend loopt ze door, mompelend: „Als ze daar gelukkig van worden.”

Ook bij rondleidingen in twee andere academische ziekenhuizen met een grote kunstcollectie, het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMC) en het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC), excuseren de verantwoordelijke kunsthoofden zich af en toe. Bijvoorbeeld voor etenskarren, vuilcontainers en reclamezuilen, die pal voor kunstwerken zijn geparkeerd. Of voor prominent opgehangen kalenders en foto’s van jubilerende artsen waarover zij beslist niet zijn geconsulteerd.

Maar die obstakels en gevallen van ongehoorzaamheid nemen de indruk niet weg dat patiënten, medisch personeel en bezoekers zich in deze ziekenhuizen tot in operatiekamers met kunst omringd weten. En niet met obligate kunstuitleenkunst. Een groot wit reliëf van Nul-kunstenaar Jan Schoonhoven, of een doek van Marlene Dumas? Ze hangen naast een brandblusser of koffieautomaat.

Gezamenlijk bezitten de drie ziekenhuizen meer dan tienduizend kunstwerken. Daarmee zijn het, zegt Kamstra, de enige dag en nacht geopende en gratis toegankelijke musea van hedendaagse kunst in Nederland. Met plattegronden voor ‘kunstwandelingen’ worden patiënten en bezoekers aangemoedigd een rondgang langs (goed vastgeschroefde) kunstwerken te maken.

Liefhebbers moeten daarbij dus onhandig geparkeerde etenskarren voor lief nemen, en soms ook achterstallig onderhoud. Kunst staat in ziekenhuizen in dienst van de zorg. Ze moet in de eerste plaats bijdragen aan wat in jargon een ‘healing environment’ heet, een aangename omgeving die patiënten helpt sneller en beter te genezen.

Dat kunst kan helpen de klinische sfeer in het ziekenhuis te doorbreken en even de zinnen te verzetten, blijkt uit de reacties in het gastenboek bij de galerie in het LUMC. „Wat ben ik blij dat ik toch maar op m’n moeë voeten ben binnengestrompeld, prachtige herinnering”, schrijft een patiënt. En een ander: „Zulke plaatjes maken de verplichte toch wel sombere gang naar deze instelling van bloed en dood bijna tot een feest!”

Maar de kunst is er niet alleen om patiënten op te beuren, zegt Jona van Zetten, hoofd kunstzaken bij het UMC Utrecht. Ze draagt ook bij aan een aangename en prikkelende omgeving voor de mensen die in het ziekenhuis werken, studeren of op bezoek zijn. En dat zijn er veel. Het UMC Utrecht is als een kleine stad met op sommige dagen 30.000 inwoners. Er zijn winkels, kapperszaken, restaurants en eindeloos veel gangen en pleinen. De kunst helpt niet alleen om de gebouwen vriendelijker te maken, maar ook bij de oriëntatie in de immense gebouwen.

Plafondkunst

De ziekenhuizen kopen niet alleen kunst in galeries, ze geven ook veel opdrachten. Kankerpatiënten die bestraald moeten worden, kijken in het LUMC liggend op hun rug naar een op maat gemaakt plafondkunstwerk van Harold Strak. „Kunst helpt de gedachten te verzetten, trekt je naar een andere wereld”, zegt Sandrine van Noort, in Leiden verantwoordelijk voor de kunstcollectie.

Bij aankopen voor de openbare ruimten van het ziekenhuis is kwaliteit het enige criterium dat telt, zegt Van Noort. Voor de verpleegafdelingen en de poliklinieken, houdt ze rekening met de doelgroepen en overlegt ze vooraf met afdelingshoofden. Sommige hoofden zijn kunstliefhebber, denken graag mee en durven wel iets aan. Anderen zijn voorzichtiger, hebben minder met kunst en zeggen tegen Van Noort: ‘Doe maar iets met bloemen.’

Klachten

Kunst weerspiegelt de tijdgeest. Op roken rust inmiddels zo’n taboe, dat kunstwerken met rokende mensen die jaren ongestoord in het UMC Utrecht aan de muur hingen, nu opeens tot klachten leiden. Ook een naakt van Aat Veldhoen, dat al decennia in de openingshal van het AMC hangt, leidde recent voor het eerst tot klachten van bezoekers.

Soms zijn het medewerkers die kouwe drukte maken over nieuwe kunstwerken, zegt Sabrina Kamstra. „In de gezondheidszorg heb je relatief veel mensen die graag voor anderen denken. ‘Daar zouden patiënten weleens moeite mee kunnen hebben’, krijg ik dan te horen. Ik ga dat soort gesprekken graag aan. Eerst met mijn collega’s, en als dat nodig is, later ook met patiënten.”

De collecties van de drie ziekenhuizen vertonen overlap. Diverse kunstenaars zijn in alle drie vertegenwoordigd, soms met vergelijkbaar werk. Maar over ‘ziekenhuiskunst’ willen de beheerders niet spreken. „Dat is een belediging aan de kunstenaars”, zegt Kamstra in haar kantoor aan wat het ‘voetenplein’ is gaan heten. Op het overdekte binnenplein zitten mensen in pyjama en ‘witte jassen’ gebroederlijk aan de lunch. Rond het plein is in 2001 een 83 meter breed kunstwerk van Roy Villevoye opgehangen waar het plein zijn bijnaam aan dankt: The Way to Go, een fotocollage met blote voeten, onder anderen van Papoea’s.

Niet alle patiënten, medewerkers en bezoekers zijn op voorhand overtuigd van de noodzaak van kunst in het ziekenhuis. De drie verantwoordelijke kunsthistorici zien het als hun taak om steeds opnieuw de rol van kunst te legitimeren.

In het AMC heeft Sabrina Kamstra een groep artsen en verpleegkundigen gemobiliseerd die als ambassadeurs voor de collectie fungeren. Ze helpen bijvoorbeeld met het geven van rondleidingen. En in Utrecht heeft Jona van Zetten samen met haar collega’s van de Dienst Levensoriëntatie en Geestelijke Verzorging het programma ‘Kunst op de kamer’ opgezet. Een langdurig zieke vrouw gaf daartoe de aanzet. Van Zetten: „Ze had de pech dat haar kamer in het UMC uitkeek op een blinde muur. Zij wilde liever naar iets anders kijken. Ik heb toen een aantal werken uit het depot gehaald. Ze koos voor een tekening van Erik Andriesse, van zijn zieke vriendin in bed. Die hebben we op een schildersezel bij haar bed geplaatst. De tekening bood haar troost, zei de vrouw. ‘Zo ziet ziek zijn er toch helemaal niet erg uit. Ze ligt daar zo vredig te slapen. Daar is toch niks mis mee.’”

Tijdens de laatste levensfase van de vrouw heeft Van Zetten ervoor gezorgd dat de tekening bij de vrouw thuis hing. En bij haar uitvaart stond het werk later in de aula.