ABN Amro houdt vast aan salarisverhoging van top

De beursgang van ABN Amro is voorlopig van de baan. De politiek verwacht nu een ‘gebaar’ van de bank. Maar het lijkt er niet op dat dat er komt.

ABN Amro gaat de omstreden salarisverhoging voor de top niet terugdraaien. De bank weigert toe te geven aan politieke druk die op haar is ontstaan na aanleiding van die stap.

Dat blijkt uit een brief die de raad van commissarissen gisteren onder het personeel van de bank verspreidde en die in handen is van deze krant. President-commissaris van ABN Amro Rik van Slingelandt zegt daarin dat hij „de negatieve beeldvorming die rond de bank is ontstaan betreurt”. Maar hij verdedigt tegelijkertijd de verhoging.

Die verhoging kwam de bestuurders toe omdat in 2012 hun bonussen werden afgeschaft, zegt Van Slingelandt. Bij wet werd toen geregeld dat banken die staatssteun hadden ontvangen geen bonussen meer mochten uitkeren, maar ter compensatie daarvan mochten ze wel de vaste salarissen verhogen met maximaal 20 procent.

De raad van commissarissen deed dat in 2012 ook. Maar de bestuursleden zagen toen vrijwillig af van de verhoging. Dat die verhoging nu alsnog wordt doorgevoerd, vindt Van Slingelandt getuigen van „goed werkgeverschap”. Van Slingelandt: „We vinden het belangrijk dat gemaakte afspraken nagekomen worden. Ons inziens is het niet verantwoord om medewerkers, wie dan ook, van hoog tot laag, twee jaar na het tekenen van het arbeidscontract zonder aanwijsbare reden, terwijl zij de gestelde doelen behalen, een derde van het inkomen af te nemen.”

Van Slingelandt stelt ook dat er al met al nog steeds sprake is van een versobering van de arbeidsvoorwaarden. Contractueel hebben ABN Amro-bestuurders recht op een bonus van maximaal 50 procent, ondanks het bonusverbod. Als die uitgekeerd zou worden, kregen de bestuursleden er nog ruim 300.000 euro bij. In feite gaan zij er dus 17 procent op achteruit, aldus de president-commissaris.

Vorige week ontstond ophef over de verhoging van de vaste salarissen van zes van de zeven bestuursleden. Zij kregen er allemaal 100.000 euro bij in 2014, waarmee hun totale salaris uitkwam op ruim 7 ton. Alleen topman Gerrit Zalm kreeg geen verhoging.

Tweede Kamerleden stelden daarop kritische vragen en eisten opheldering van de minister. De verhoging zou ongepast zijn gezien alle problemen bij banken de afgelopen jaren en niet bijdragen aan het herstel van het vertrouwen. ABN Amro moest zelf in 2008 door de staat gered worden. Het CDA trok ook de legaliteit van de loonsverhogingen in twijfel.

Onder die druk besloot minister Dijsselbloem (Financiën, PvdA) gisteren het besluit om ABN Amro terug naar de beurs te brengen voorlopig uit te stellen. Hij wil eerst het debat afwachten. Dat was een domper voor ABN Amro, dat ernaar hunkert om weer terug te keren naar de markt. Regeringspartij PvdA zei dat de bank nu „aan zet” was. Dat kon maar één ding betekenen: het terugdraaien van de salarisverhoging.

De raad van bestuur en de raad van commissarissen van ABN Amro wilden gisteren geen reactie geven op het uitstel van de beursgang.