Wilders’ partij kan politiek in stad juist een boost geven

De na de verkiezingsoverwinning aangekondigde komst van de PVV naar Rotterdam is een zegen voor de politiek in de stad, betoogt John Bijl.

Ongepast, dat zijn de reacties op de aankondiging van Wilders mee te doen aan de Rotterdamseverkiezingen. En dan doel ik nog niet eens op de samengeknepen-billen-reacties zoals van CDA-wethouder Hugo de Jonge, die op Facebook vertelde dat de komst van de PVV naar de Maasstad niet iets is „wat Rotterdam nodig heeft”.

De Jonge, net als alle anderen, zou blij moeten zijn met het aantreden van Wilders’ mensen in de Rotterdamse politiek. De deelname van de PVV in Rotterdam zal het debat aan de Coolsingel opfrissen. Al is het maar omdat een verkiezingsuitslag de raad prettig versnippert. Meer fracties, dat maakt de politiek daadkrachtiger. Het voorkomt de verlammende ‘blok-politiek’ die Rotterdam typeerde na de verkiezingen van 2002. Zoals bijvoorbeeld de grote clusters Leefbaar aan de ene kant en PvdA aan de andere kant in 2006 samen verantwoordelijk waren voor 32 van de 45 zetels. Ze hielden elkaar in een wurggreep; besluiten waren alleen mogelijk door te antipathiekaart jegens de ander te spelen. Kiezers deden daar vrolijk aan mee. „Ik stem PvdA, anders wordt Leefbaar de grootste” (en vice versa) was een veelgehoorde kreet in de verkiezingstijd toen. „Nooit meer die verdomde blokpolitiek”, vervloekte hoofdpersoon Birgit Nyborg in de tv-serie Borgen eens. Ik kan haar alleen maar gelijk geven. Inmiddels is het de PvdA helemaal eigenhandig gelukt om haar blok te verbrokkelen. Met 14 zetels heeft Leefbaar een overwicht in de Rotterdamse raad die haar lui lijkt te maken. Alleen al de dreiging van de PVV aan de gemeenteraadsverkiezingen mee te doen, kan Leefbaar weer even met de neus op de feiten drukken: aansprekende voorbeelden, duidelijke taal en politiek met een visie op hoe Rotterdam zou moeten zijn. Laten we eerlijk zijn, Wilders’ kritiek dat zijn Rotterdamse zielsverwanten ‘als boekhouders’ overkomen, is genadeloos raak. Of het nu door een zeker sleur of de wethouderscrisis van vorig jaar komt, de Leefbaren maken een futloze indruk. De schop onder de kont, zoals Wilders hem campagnetechnisch gezien uitdeelt, kan wel eens helpen de scherpte bij Leefbaar, die haar entree in de politiek betekende, terug te krijgen.

Als laatste is een verkiezingsstrijd tussen PVV en Leefbaar Rotterdam de proof of the pudding van het anti-islamgeluid en de xenofobie in Nederland. Te vaak wordt er uit de monden van PVV-stemmers opgetekend dat ze Wilders’ opmerkingen te ver vinden gaan, maar dat hun ideeën door andere politieke partijen niet of onvoldoende worden vertegenwoordigd. Leefbaar, een PVV-light zoals Joost Eerdmans het zelf al typeerde, doet dat wel. Wilders’ mensen hebben het nog nooit écht op moeten nemen tegen de concurrentie. In Den Haag en Almere waren zij de enige in de ‘ruimte op rechts’.

Als de campagne bijvoorbeeld oplevert dat Leefbaar overeind blijft tegen de PVV, is Nederland niet zo vreemdeling-fobisch als gedacht. Met Voltaire zeg ik dat iedereen het recht heeft op het uiten van een mening, hoe verwerpelijk je die ook mag vinden. In dit geval is er meer. De mening en het momentum van de PVV’ers geven de Rotterdamse democratie ook een broodnodige boost die de weerbaarheid van deze alleen maar zal bewijzen.