Verborgen werkloosheid, die kruimelbaantjes van jongeren

Illustratie Koen Suyk

Slechts vijftien procent van alle Nederlandse jongeren tussen de 18 en 24 jaar is ook economisch zelfstandig. We doen het niet veel beter dan Griekenland, aldus hoogleraar arbeidsmarkt Wiemer Salverda.

Jongeren bevinden zich op de arbeidsmarkt in een deplorabele positie. Internationale vergelijkingen mogen de indruk wekken dat het gaat goed met werkende jongeren in Nederland, schijn bedriegt. In werkelijkheid staan zij er heel slecht voor.

De werkloosheid onder jongeren in Nederland zou 11 procent zijn, maar dat cijfer is zeer misleidend. Nederland is kampioen kruimelbanen. Meer dan een half miljoen jongeren werken minder dan twaalf uur per week; van hen werkt eenderde zelfs minder dan vier uur. Het gaat hier niet om serieuze banen, maar om bijverdienactiviteiten naast school en studie.

Ruim driekwart van alle 1,2 miljoen werkende jongeren heeft een deeltijdbaan. De internationale arbeidsstatistiek telt echter elke werkende en elke baan volledig mee, ongeacht het aantal uren dat er wordt gewerkt. Corrigeer je de cijfers voor deze versplintering, dan schiet de werkloosheid onder Nederlandse jongeren omhoog van 12 naar 37 procent en komen wij in Europa direct na de landen met de grootste problemen: Spanje, Griekenland, Italië, Ierland, Cyprus en Portugal.

Pas je diezelfde correctie toe op bijvoorbeeld Duitsland of Oostenrijk, dan komt het werkloosheidscijfer bijna onveranderd uit op 10 procent. Kortom, het werk van veel Nederlandse jongeren is eerder een soort liefhebberij dan een serieuze start van een arbeidsmarktcarrière waarmee zij in hun levensonderhoud kunnen voorzien.

Lees verder (€)