Uitstel verkoop ABN: wie niet horen wil, moet maar voelen

Minister Dijsselbloem (Financiën, PvdA) heeft ABN Amro streng terechtgewezen. Hij had daar vanochtend maar drie zinnen voor nodig in een brief aan de Tweede Kamer. Het kabinet stelt de beloofde beslissing over de verkoop van de bank die in oktober 2008 was genationaliseerd voor onbepaalde tijd uit.

ABN Amro zelf stond te popelen voor een beursgang. Uit Dijsselbloems brief valt op te maken dat de maatschappelijke en politieke kritiek op de onverwachte verhoging van de vaste salarissen van de raad van bestuur met uitzondering van voorzitter Zalm de directe aanleiding is voor het uitstel van de beslissing. ABN Amro verhoogde die salarissen vorig jaar met een ton tot 708.000 euro.

De verhoging overviel klanten, burgers en politici vorige week. De bank zelf zei dat de verhoging binnen de wettelijke regels blijft. Parlementariër Omtzigt (CDA) trok deze uitspraak in twijfel met een verwijzing naar de arbeidsvoorwaarden van financieel directeur Van Dijkhuizen die volgens hem zo’n verhoging wellicht niet toestaan. Afgelopen week zei Dijsselbloem zelf al in de Tweede kamer dat hij de verhoging „donders vervelend” vindt.

Het kabinet heeft met het uitstel de juiste beslissing genomen. De belastingbetaler is natuurlijk gebaat bij de best mogelijk verkoopopbrengst om de miljarden terug te verdienen die in 2008 moesten worden uitgegeven om de bank, samen met Fortis Nederland en verzekeraar ASR, te redden. Om die opbrengst te realiseren is het tijdstip van verkoop cruciaal. Het beursklimaat was de afgelopen weken zonnig. De motor van de economie bromt lekker.

Maar opbrengst is niet het enige wat hier telt. De kwaaie reacties vanuit de samenleving op de loonsverhoging illustreren de kloof tussen het denken in de geldwereld en de opvattingen in de samenleving. De gerealiseerde en voorgestelde loonsverhogingen bij ABN Amro, maar ook bij ING, ook bij verzekeraar Nationale-Nederlanden en ook bij verzekeraar Delta Lloyd geven de burger het gevoel dat de geldwereld hardleers is. Dat de kritiek uit de samenleving op de ‘bonuscultuur’ niet wordt verstaan. Kortom: dat de burger die de facto garant staat als het fout gaat in de financiële wereld niet serieus genomen hoeft te worden.

De bestuurders, de commissarissen én de stichting die namens de overheid de aandeelhoudersrechten uitoefent bij ABN Amro zijn onder de huidige eigendomsverhoudingen rentmeesters van een bank die publiek eigendom is. Daarop moet hun handelen zijn gebaseerd. Daarin hebben zij gefaald.