Startsein voor een nieuw herdenken

Met de opening van het nieuwe Museum Rotterdam ‘40-‘45 NU begint vandaag het themajaar rond het bombardement van 14 mei 1940 en de wederopbouw van de stad. Een jaar van anders herdenken, zo blijkt.

Beeld Museum Rotterdam ’40-’45 NU

Het geluid van overvliegende toestellen van de Duitse Luftwaffe, het vallen van de verwoestende bommen, gegil en gehuil van de slachtoffers... je hoort het alsof je er tussen zit in het nieuwe museum. Dat maakt het bombardement tot een ‘experience’, zegt woordvoerster Marleen van As. „Een kippenvelmoment.”

Omdat de geluiden al levensecht genoeg zijn, krijgen bezoekers geen beelden van het bombardement voorgeschoteld maar van voorwerpen die tussen het puin werden gevonden. Zoals een poppetje, een blik verkoolde koekjes, de gesmolten porseleinen schoentjes die een Rotterdammer cadeau deed aan zijn verloofde en de bruidsjurk van een stadgenote die zou trouwen.

Van As: „We willen meegaan met de tijd en transformeren van een traditioneel museum naar een kenniscentrum dat ook de jeugd hoopt te boeien voor de Tweede Oorlog. Dat proberen we door het verhaal op een andere manier te brengen.”

Dezelfde gedachte staat centraal bij de tentoonstelling De Aanval – Rotterdam onder vuur 10-14 mei 1940. Ze brengt de vijf lange en bewogen dagen vanaf 30 april weer tot leven in de voormalige Onderzeebootloods op Heijplaat. Centraal staat een bommenwerper van hetzelfde type als de Heinkel He-111 die de Luftwaffe gebruikte bij haar vernietigende bombardementen op de stad – het toestel is rond 1940 onder Duitse licentie in Spanje gebouwd.

Het grote toestel met zijn dreigende vorm, gerestaureerd in Duitsland, laat samen met enorme projecties, persoonlijke verhalen en originele objecten de strijd zien vanuit drie perspectieven: de verwarring bij de bewoners, het verzet van de Nederlandse militairen én de ervaring van de Duitse soldaten. Voor dat laatste is samengewerkt met onder andere het militair historisch museum van de Bundeswehr in Berlijn.

Minstens net zo vernieuwend is de eenmalige Brandgrens-run op 14 mei. Daarbij rennen de deelnemers ’s avonds langs de 12 kilometer lange begrenzing van het gebied dat 75 jaar geleden werd verwoest door de Duitse bommen. ‘Stil staan bij het bombardement door hard te lopen’, luidt de slogan. Op hetzelfde moment herdenkt het Rotterdams Philharmonisch Orkest in De Doelen met Mahlers Wederopstandingssymfonie hoe de stad weer uit haar as herrees. Van april tot juli vindt op twaalf locaties in de stad een pop-uptheaterfestival plaats genaamd 75 jaar oorlog in de stad. Na de afsluiting van de expositie De Aanval, eind oktober, verschuift het accent naar de viering van de wederopbouw met een culturele manifestatie onder het motto ‘Rotterdam viert de stad.’

„In Rotterdam is duidelijk iets aan het veranderen bij de herdenking van de Tweede Wereldoorlog”, concludeert Peter Romijn van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie. Hij is hoorbaar verrast over de ‘belevingsgedachte’ achter het themajaar rond het bombardement. Een nieuwe wind die volgens hem samenhangt met het ‘uitsterven’ van de groep mensen die de oorlog aan den lijve ervoer. „Die eerste generatie slachtoffers zou het tentoonstellen van een Duitse bommenwerper nooit gepikt hebben.”

Met deze groep verdwijnen ook de verhalen uit eerste hand waardoor de Tweede Wereldoorlog voor jongere generaties iets abstracts wordt. Simulaties wekken de oorlog weer tot leven doordat ze het gevoel uit die tijd oproepen of overgedragen, zegt de oorlogshistoricus.

De technologische vooruitgang vormt volgens hem de andere verklaring voor het oprukken van de ‘belevingsgedachte’ bij het herdenken. „Nieuwe technieken maken virtuele beleving mogelijk. De nieuwe generatie is er door de vele videogames bovendien al aan gewend. Dat verklaart waarom historische musea steeds vaker dit soort technieken toepassen.”

Dat Rotterdam ook de Duitse kant van het verhaal belicht, past volgens hem in een ontwikkeling die je ook elders in Nederland ziet. Zo riepen in 2012 de leden van D66 op om een Duitse delegatie uit te nodigen voor de nationale Dodenherdenking van 4 mei 2015. En het Achterhoekse dorpje Vorden wilde ook tien gesneuvelde Duitse soldaten herdenken door langs hun graven te lopen. Dat ging in 2013 niet door uit vrees voor ordeverstoring en een jaar eerder door een rechterlijk verbod dat achteraf werd vernietigd. „Samen in gesprek gaan over het gebeurde en verzoening met de Duitsers van nu is nuttig”, vindt Romijn. „Gezamenlijk herdenken eveneens mits je je niet identificeert met de daders van toen.”

De delegatie van het museum van de Bundeswehr in Potsdam keek deze week in elk geval met grote verbazing naar de nieuwe, interactieve tentoonstelling vol virtual reality-techniek. „Prachtig, maar bij ons zou deze manier van herdenken nooit kunnen. Het nabootsen van oorlogssituaties druist echt in tegen onze manier van met de geschiedenis omgaan”, zei de aan het museum verbonden historicus Daniel Schmiedke. „Maar mooi en indrukwekkend is het absoluut.”

    • Caspar Naber