Pieken op de heilige cricketgrond

Australië en Nieuw-Zeeland treffen elkaar in de finale in fameus cricketstadion voor 100.000 toeschouwers.

Boven: Grant Elliott, all-rounder van Nieuw-Zeeland, loopt na de zege op Zuid-Afrika in de halve finale in Auckland van het veld. Onder: De Melbourne Cricket Ground, waar zondag de finale wordt gespeeld. Foto Ross Setford/ap

Wapperende manen, stoere snor en een lijf vol kracht. Zie hoe hij bowlt na een aanloop vol vuur. Welke batsman was niet geïntimideerd? De Engelsen, de Nieuw-Zeelanders, doodsbang waren ze voor hem – vreesden zijn dodelijke bouncers, opzettelijk gericht op het hoofd.

De Nieuw-Zeelandse cricketers zullen zondag langs tough Aussie Dennis Lillee wandelen, op weg naar de WK-finale tegen rivaal Australië. De imposante gestalte van Lillee, één van de grootste fastbowlers uit de geschiedenis, staat in brons gegoten voor de Melbourne Cricket Ground, in de internationale cricketwereld beter bekend als de MCG: stadion van immense proporties, met plaats voor ruim honderdduizend toeschouwers. En die zullen er zijn, zondag, tijdens de droomfinale tussen de gezamenlijke gastheren van het WK.

Op de MCG, het mekka van dit sportgekke land, willen de Australiërs hun wereldheerschappij in het cricket herstellen. De viervoudig wereldkampioen won tussen 1999 en 2007 drie WK’s op rij voordat India vier jaar geleden in eigen land de macht greep.

Gisteren, in een eenzijdige halve finale in Sydney, nam Australië revanche op de Indiërs, en stelde de verdiende finaleplaats veilig met een verpletterende overwinning. De wereldkampioen van 2011, tot gisteren nog ongeslagen op het huidige WK, kwam maar liefst 95 runs tekort voor een plaats in de finale. Het is voor de zevende keer in elf WK’s, sinds 1975, dat Australië de finale speelt. En op eigen bodem zijn ze nauwelijks te verslaan.

Nieuw-Zeeland, dat voor het eerst een WK-finale speelt, weet dat het in Melbourne voor een kolossale opdacht staat. In het rugby mogen de machtige Nieuw-Zeelandse All Blacks hun grote buurman meestal de baas zijn, als cricketland waren de Kiwi’s altijd een maatje te klein voor Australië, traditioneel afgeschilderd als de gemene bullebakken van de overkant van de Tasmanzee.

Hoop

Toch is er volop hoop onder de Nieuw-Zeelanders. Als zij Australië een keer een gevoelige slag kunnen toebrengen in een duel dat echt meetelt, dan is dit het moment. Ze zullen in elk geval voor jaren gespreksstof hebben in hun trans-Tasmaanse contacten.

En uitgesloten is zo’n stunt allerminst: van alle veertien deelnemers was Nieuw-Zeeland dit WK veruit het meest constant: de ploeg won als enige al zijn wedstrijden, acht op een rij.

Bovendien versloegen de Black Caps in de groepsfase Australië zelfs al een keer: zelden werd een overwinning zo uitbundig gevierd als die wedstrijd op Eden Park, thuis in Auckland. Daar, onder die typisch Nieuw-Zeelandse omstandigheden, koel en vochtig, konden de afgelopen jaren maar weinig landen winnen.

Maar dat is volgens critici precies het probleem voor Nieuw-Zeeland: tot nu toe speelden ze alle WK-duels in eigen land. Niet alleen zal het merendeel van de 100.000 toeschouwers zondag hartstochtelijk voor Australië juichen, de kolossale MCG biedt om meer redenen een compleet ander decor dan het knusse, kleine Eden Park, een rugbystadion dat in de zomer wordt het uitgeleend aan de cricketers.

„Laten we eerlijk zijn: de omvang van Eden Park is belachelijk”, zei de Australische oud-international Matthew Hayden – wereldkampioen in 2003 en 2007 – deze week over de prestaties van Nieuw-Zeeland tot nu toe. „Het zou geen cricketveld mogen zijn.”

De oude rivaliteit laaide daarmee direct al op, als een automatische reflex. Hayden denkt dat de MCG zó groot is dat de Nieuw-Zeelanders moeite zullen hebben de bal voor zes te slaan, de tribunes in: dat was het handelsmerk in hun eigen cricketstadions in Auckland en Wellington. „Als ze dat proberen op de MCG worden ze op driekwart van het veld uitgevangen”, schamperde Hayden in zijn column op news.com.au.

Dit zal in Australië en Nieuw-Zeeland de toon zijn totdat de eerste bal in de finale wordt gebowld. De Kiwi’s zullen in herinnering brengen dat zij hun laatste bezoek aan Melbourne, in 2009, als winnaars van het veld liepen.

Uitgejouwd

In de media zal de rel tussen beide landen uit 1981 worden opgerakeld, ook op de MCG. De Australische spelers werden destijds zelfs door hun eigen fans uitgejouwd toen bowler Trevor Chappell besloot de allerlaatste bal van de wedstrijd niet te bowlen maar ‘onderarms’ te rollen, waardoor de Nieuw-Zeelandse batsman Brian McKechnie geen zes kon slaan om een gelijkspel voor zijn ploeg uit het vuur te slepen. Zelfs de toenmalige Australische premier Malcolm Fraser sprak naderhand zijn afschuw uit over het onsportieve gedrag van zijn landgenoten.

Dit is immers heilige grond in Australië: de MCG, het icoon achter de Yarra River van Melbourne. De eerste tribune dateert al van 1854, het jaar dat hier de eerste cricketwedstrijd werd gespeeld. Sindsdien ontwikkelde het sportpark zich tot één van de meest indrukwekkende stadions ter wereld.

Met het Australian Open in de Rod Laver Arena en de Grand Prix in Albert Park afficheert Melbourne zich graag als sporthoofdstad van het land, in de eeuwige concurrentiestrijd met Sydney. In 1954 speelde het stadion een centrale rol tijdens de Olympische Spelen.

Roemruchte testmatches

Maar voor de cricketwereld is dit de entourage voor talloze roemruchte testmatches tegen Engeland, om The Ashes, die traditioneel op Boxing Day beginnen, Tweede Kerstdag. In de winter wordt het omgetoverd voor de nationale voetbalcompetitie. Australian Rules, dat wel.

Hier zullen de Australische spelers worden geëerd als zij voor het eerst in eigen land de wereldtitel winnen, zoals met alle winnaars gebeurt: Sir Donald Bradman, Bill Ponsford en al die andere crickethelden, rugbyer Dick Reynolds en hardloopster Betty Cuthbert, Australië’s ‘Golden Girl’. In het Nationale Sportmuseum is plek voor de hele Australische sportgeschiedenis: van de fiets van Tourwinnaar Cadel Evans tot het geraamte van het renpaard Carbine, winnaar van de Melbourne Cup in 1890.

De toeschouwers zullen zich zondag massaal achter één yel scharen: „Aussie, Aussie, Aussie, Oi Oi Oi”. De gids die elke dag zijn gezelschap door het stadion leidt, heeft er een vast nummer van gemaakt.

    • Harry Meijer
    • Rob Schoof