Column

Op zijn 57ste nog heupstoten als Elvis

Rolinde Hoorntje spot trends en geeft tips. Deze week: de band Underworld en hoe tijdloos hun muziek en publiek is.

Het is niet raar dat een man die op zijn 57ste nog kan heupstoten als een tiener, Elvis aanhaalt als God. ‘I see Elvis! I see God!’ krijst Karl Hyde (57), zanger van Underworld op het podium. Bij de break, tien minuten onderweg in ‘Mmm... Skyscraper’ wacht hij af. ‘Like I feel you’ zingt hij zwoel, de ogen gesloten. Als kompaan Rick Smith de synthakkoorden instart vanachter een grote mixer volgt hij die met zijn hand, plots badend in een regen van licht. Het is niet moeilijk voor te stellen dat je verliefd werd toen dit nummer uitkwam in 1994. ‘Mmm... Skyscraper’ aan in de auto naar een illegale rave: ramen naar beneden, sterrenhemel in ’t vizier en gaan.

Het publiek lijkt 21 jaar later flarden te herbeleven van die tijd. De Britse formatie bestaande uit zanger Karl Hyde, toetsenman Rick Smith, en dj Darren Price speelt deze week hun beste album Dubnobasswithmyheadman (1994). Voor de meeste fans begon de trip langs de zwarte poëtische teksten en de langzaam uitgesponnen dancetracks bij ‘Born Slippy’. Zeg je Underworld, dan zeg je Trainspotting. De band kreeg na jaren struggelen pas bekendheid in 1996 dankzij de soundtrack van de film over heroïneverslaafden in Edinburgh.

In Paradiso komen vanavond ook de meer ingetogen nummers aan bod. Om half acht, een uur voor aanvang, staat de zaal al vol. Anticipatie hangt als een wolk vuurvliegjes in de lucht. Mensen die na 1980 zijn geboren moet je zoeken met een vergrootglas.

Paradiso is een bijzondere plek, want „dit was waar het allemaal begon”, zegt Hyde. In 1994 stonden ze hier tijdens de Welcome to the Future Club Night. Toen was het half twee ’s nachts op zaterdag; twee wild bewegende danseressen op het podium.

Nu is het 21 jaar later, woensdag half negen, veertigers aan het bier in de zaal. Het gaat niet minder los. De perfecte opbouw van de set, de sexplositiviteit in de nummers, de lichtshow en de geweldige performance van Hyde maken de show. Al bij de eerste klanken wordt er gedanst. Niet geshuffeld of gezijstapt, maar geraved met armen, hoofd en ledematen alsof Paradiso zojuist in een tijdscapsule is gestapt. Of die naar het verleden of de toekomst gaat is onduidelijk. Dubnnobasswithmyheadman klonk 21 jaar geleden fris en dat klinkt het nog steeds. Je ziet mensen flarden van hun eerste pil herbeleven, de ogen gesloten. Een man met zweetbandjes om zijn polsen tolt om zijn as als een uitzinnige Teletubby. Dit is dance zoals dance bedoeld is. Als eindelijk ‘Born Slippy’ wordt gespeeld is Paradiso veranderd in een paars verlicht kolkend aquarium.

Er zijn dingen die beter worden met de jaren, zoals wijn en kaas. Underwold en zijn publiek kan je daaraan toevoegen.