Na de vrijdagmiddagborrel is de Zuidas uitgestorven

Strakke appartementen, hippe cafés en vlakbij de snelweg. Kantorenwijk de Zuidas moest óók een spannende woonbuurt worden. „Maar na vijf uur is alles dicht.”

De buurt, het uitzicht en het appartement op de Zuidas van Gea Dekkers en Huib de Vet. De foto hieronder is van de Symphony Tower waar zij wonen.

Met een beetje fantasie waan je je in New York: hoge gebouwen, waartussen de zon zich nooit laat zien. Grijze trottoirs. Het gevoel omringd te zijn door geld en macht; door levens en beslissingen in hoge tempo’s. Op elke hoek een koffietent.

Alleen: hier zijn geen mensen. En die koffietenten, die zitten dicht.

Het is een grauwe zaterdag als Huib de Vet (67) en Gea Dekkers (62) een rondleiding geven door hun buurt: de Zuidas. „Allemaal dicht”, zegt De Vet, wijzend naar de verlaten horeca. „Dit is een nieuwe, leuke tent die voor wat inloop zorgt”, zegt Dekkers, over een cultureel café. „Maar: ook in het weekend gesloten.”

Vijf jaar geleden kwamen ze hier wonen; verliefd op de hoge plafonds, het weidse uitzicht en het stedelijke karakter van het gebied. Het was onder meer de drukte die ze destijds uit de binnenstad verjoeg. Hun huis in de buurt van het Museumplein begon wat donker en benauwd aan te voelen. Op de dag dat ze het modelappartement op de Zuidas met de makelaar bezochten, scheen de zon – dat hielp natuurlijk ook een handje.

Ze wonen er nog altijd met veel plezier, op de veertiende etage van het Symphony-gebouw, de zandbruine torens tegenover Station Zuid; bekend van het omslag van het boek over de vastgoedfraude. Ze kijken uit op de VU, op het kantoor ‘De Schoen’ van ING, op het kantoor van Deloitte en op het WTC. En binnenkort op de woontorens die voor hun appartement zullen verrijzen. Ze zitten, dankzij de garage onder hun woning, zo in de auto, en vervolgens zo op de ring; ze zitten zo in de trein en zelfs zo in het vliegtuig. Op zonnige dagen wordt hun strakke appartement van twee kanten door metershoge ramen fel verlicht.

Maar er is iets wat dwarszit: het bruist niet op de Zuidas. In de weekenden is er geen kip op straat. Boodschappen doen moet op de Beethovenstraat, gezellig uit eten in ‘de stad’. Er is wel horeca in de buurt, maar die is gericht op kantoren: koffie en lunch voor de pakken en de hakken, alleen op werkdagen geopend. De weinige winkels zijn in het weekend gesloten. Er is geen museum, geen bioscoop. Evenementencentrum Expo is failliet. „Ik heb eigenlijk weinig reden om naar buiten te gaan”, zegt De Vet.

Weinig vertier

‘De Zuidas’ ontstond begin jaren ’90, toen ABN Amro er het nieuwe hoofdkantoor vestigde, vanwege de nabijheid van Schiphol en de A10. De gemeente had eigenlijk de IJ-oevers als kantoorlocatie in het vizier, maar veranderde die zienswijze na de komst van ABN. Er kwam een masterplan en een gemeentelijke dienst. Er kwamen beleidsvisies. De Zuidas zou een levendig stadscentrum worden, waar allerlei soorten mensen wonen, werken en leven.

Tot zover de situatie op papier. In werkelijkheid wordt er vooral gewerkt op de Zuidas. Aansluiting met omringende buurten – de Rivierenbuurt, Buitenveldert en de Prinses Irenebuurt – is er nauwelijks. Terwijl de stad oplossingen zoekt voor uitpuilende fietsenrekken en overvolle terrassen, wordt de Zuidas door veel Amsterdammers gemeden: er is te weinig vertier. Na de vrijdagmiddagborrel verdwijnt de levendigheid richting stad.

Daniël van der Ree (VVD) en Bart Vink (D66) dienen vandaag een discussienota in om aandacht te vragen voor wonen op de Zuidas. De raadsleden, beiden sociaal geograaf, willen meer ‘functiemenging’. Minder steen, beton en asfalt, meer groen, horeca en culturele voorzieningen. Nu de Zuidas als kantoorgebied op de kaart staat, is het tijd voor bewoners, vinden ze. „Maak er een echte stad van”, zegt Vink. „Zorg dat er interactie is tussen mensen, op straatniveau.”

Inspiratie en ideeën zijn er genoeg. Vink noemt het Millennium Park in Chicago, dat vele bezoekers trekt door het beroemde reusachtige kunstwerk Cloud Gate van roestvrijstalen platen. Of New York, waar de benedenverdiepingen van wolkenkrabbers verplicht een publieke functie hebben – in Nederland niet aan de orde, maar het zou wél helpen. Van der Ree noemt een uitkijkpunt als mogelijkheid: een terras, op het dak van een hotel. Of een museum.

Kip-eiverhaal

Meestal gaat een ontwikkeling van een gebied als volgt, zegt stadsdeelvoorzitter van Zuid Sebastiaan Capel (D66, tevens geograaf): eerst zijn er creatieven, dan volgen de vooruitlopers en dan de investeerders. Zo ging dat in Noord en Oost. Maar op de Zuidas waren de investeerders het eerst.

Een „kip-eiverhaal”, noemt Capel het: voor levendigheid zijn mensen nodig, maar die komen niet als er niets te doen is.

Het goede nieuws is dat de bewoners eraan komen. De komende vijf jaar worden er zo’n 2.500 huizen bijgebouwd. Binnenkort zijn 800 studentenwoningen gerealiseerd. Capel: „Ik ben heel benieuwd wat die studenten met de sfeer op de Zuidas gaan doen.”

En ook de infrastructuur kan een handje helpen. Minister Schultz van Infrastructuur (VVD) besloot onlangs met de gemeente dat de Zuidasdok werkelijkheid wordt: de A10 wordt verbreed en gedeeltelijk ondertunneld. Station Zuid kan daardoor groeien, en twee woonwijken op de Zuidas komen met elkaar in verbinding te staan. Naar verwachting is de Noord/Zuidlijn in 2017 gerealiseerd, waardoor meer mensen op Zuid zullen overstappen.

Het is deels dan ook een kwestie van tijd, denken Vink en Van der Ree. „Over tien jaar herken je de Zuidas niet meer terug.”

Amsterdamse trekjes

Maar volgens Dekkers en De Vet, die allebei jaren bij de gemeente hebben gewerkt – hij was onder andere als stadsdeelsecretaris betrokken bij de eerste aanzet van de Zuidas, zij was adjunct-directeur van het Grondbedrijf – speelt er meer dan de tijdskwestie. „De gemeente heeft de knop niet omgedraaid om het hier echt aantrekkelijk te maken”, zegt De Vet. Hij probeerde het Metropole Orkest naar de Zuidas te halen en bioscoop Kino. Tevergeefs. „We krijgen net niet de support die nodig is.”

Dekkers en De Vet hopen dat de Zuidas ‘meer Amsterdamse trekjes’ krijgt. Dat meer jonge mensen en creatieve ondernemers zich er vestigen, die nu nog „met een grote boog” om de Zuidas heenlopen.

Dat de Zuidas, kortom, bij de stad gaat horen. Overvolle terrassen en uitpuilende fietsenrekken incluis.