Leven in de achteruitkijkspiegel

In een roman, doorspekt met citaten van dichters en denkers, maakt de lezer in voorzichtige woorden de laatste nacht mee van een hoogbejaarde vrouw die terugziet op haar leven.

Metropassagiers in Parijs, op station Saint Lazare Foto AFP/Eric Feferberg

In filmpjes uit Azië komen ze nog wel eens voorbij, de conducteurs die passagiers op drukke perrons met onaangenaam ogend duwwerk de overvolle wagonnetjes indrukken. Het is allemaal heel vriendelijk bedoeld, want ze doen er alles aan om zo veel mogelijk mensen op hun bestemming te krijgen, maar toch: het is moeilijk voor te stellen dat de reizigers klanten zijn van die mannen die hen als sardines in een blikje proberen te persen.

Sommige schrijvers doen iets vergelijkbaars. Ze benadrukken vanaf de eerste pagina dat dit geen plezante rit voor de lezer gaat worden. De atmosfeer is claustrofobisch of anderszins opdringerig. Het beste voorbeeld is misschien wel Houellebecqs De wereld als markt en strijd, waarin de lezer verwelkomd wordt door een neerslachtige man die op een feest afgeeft op vrouwen en even later achter een bank ligt te braken.

Dichter bij huis valt aan W.F. Hermans te denken, die er een gewoonte van maakte om de lezer, die zich net bereidwillig had opengesteld voor Hermans’ woorden, te verzekeren dat deze zich toch vooral niets moest verbeelden. De tranen der acacia’s opent zelfs met een onaangename treinrit.

Vage huidziekte

Als Otto de Kat (1946) een conducteur was, dan zou hij zich aan de andere kant van het spectrum bevinden. Hij zou tot in de puntjes verzorgd zijn als een personage in een film van Wes Anderson, de gasten beleefd hun plaats wijzen en vragen over de handbagage met alle geduld van de wereld beantwoorden. Service with a smile. Een ritje met de De Kat-express verloopt zo vloeiend en comfortabel dat je je achteraf zelfs voorzichtig afvraagt of het eigenlijk wel reizen is wat je net hebt gedaan.

De kalmte wordt volledig door De Kats bijna voorzichtige stijl veroorzaakt, want aan ingrijpende handelingen ontbreekt het ook in zijn zesde roman niet. Emma, een vrouw aan wie we al werden voorgesteld in De Kats vorige roman Bericht uit Berlijn (2012), wacht in hoogbejaarde staat haar dood af. In de nacht die haar laatste zal zijn (de nacht uit de titel) flitst haar lange leven als de spreekwoordelijke film aan haar voorbij. Het is een bewogen leven geweest, waarin ze onder andere de partner was van een man die samenspande tegen Hitler en waarin veel familieleden en vrienden vroegtijdig het leven lieten door vage huidziekten of suïcide.

De roman is doorspekt met citaten van dichters en denkers die de voorvallen in Emma’s leven in het gewenste perspectief plaatsen. Het sleutelcitaat, om het zo maar even te zeggen, is afkomstig van een ‘zwartkijker’ wiens naam Emma even is ontschoten: ‘De enige realiteit is je eigen verleden.’ Let wel: de passages die in het hoofd van Emma zijn blijven hangen mogen dan wel een realiteit vormen, maar dat wil nog niet zeggen dat ze een gestroomlijnd verhaal vormen.

Wat De Kat waarschijnlijk met De langste nacht duidelijk heeft willen maken is dat een leven, wat in zijn opinie dus neerkomt op iets dat alleen in de achteruitkijkspiegel bestaat, geen roman kan zijn, geen gestroomlijnde vertelling die bevolkt wordt door karakters die stuk voor stuk een rol van importantie spelen en die op de koop toe afgesloten wordt met een fijn plotje. Emma mag dan wel proberen te componeren en te polijsten, erin slagen doet ze niet. Zo wordt er de ene na de andere persoon geïntroduceerd, die vervolgens ook weer genadeloos veronachtzaamd wordt. Sommige mensen mogen als meteoren ons leven binnenschieten, ze koelen daarna ook vaak genadeloos snel af.

Voddenraper

Wanneer we ons het meest welwillend opstellen tegenover De Kat zeggen we dus dat hij een roman (een compositie) heeft geschreven waarin hij de chaos van het leven intact heeft willen laten. Is De Kats roman uit het leven gegrepen? Het heeft er af en toe alle schijn van. Aan Emma’s doorwaakte nacht komt een einde met de komst van een van haar zoons, aan wie nog snel enkele belangrijke laatste opmerkingen en documenten worden toevertrouwd.

We lezen dan over deze Thomas: ‘Erfgenaam van oud papier, voddenraper van oude geschiedenissen, en van dit aanmaakhout voor het geheugen moest Thomas wat maken. Kroniekschrijver van zijn moeder, zo ongeveer had Emma het bepaald, zo ongeveer had ze het talloze malen herhaald in zichzelf en bijgesteld en opnieuw bedacht.’ Herhalen, slijpen, adapteren, slijpen.

Als ons met deze Zwitserse treinreis iets in de oren wordt geknoopt is het dat levens weliswaar voorwaarts geleefd dienen te worden, maar achteraf niet plotseling begrepen kunnen worden. We verzinnen ze. Waarom we dat doen mag u zelf verzinnen.