Knip en plak dance

Vandaag verschijnt het nieuwe album van Skip&Die, de Nederlandse band die tropische dance maakt en langs festivals in de hele wereld trekt. ‘We hebben zo veel gereisd, dat opent vanzelf je brein.’

Foto Carlijn jacobs

Ze was op een begraafplaats voor piraten. Er stonden tropische bloemen tussen de zerken en het gezang van exotische vogels kwam boven het ruisen van de zee uit. Voor Cata.Pirata (Catarina Aimée Dahms) is het die plek op het Afrikaanse eiland Réunion die het wezen van Skip&Die belichaamt. Ze is de frontvrouw van de Nederlandse band die met tropische dance langs festivals over de hele wereld trekt. „Daar voelde ik het echt: het duistere van de dood, het lichte van de natuur, de geschiedenis en de oceaan die hoop biedt voor de toekomst.”

Op hun eerste album zette Skip&Die, dat toen vooral een samenwerking was tussen haar en producer Jori Collignon (Nobody Beats The Drum, C-Mon & Kypski), de duistere kant zwaar aan met dubstep en de in verschillende talen rappende Cata.Pirata. Het tweede album, Cosmic Serpents, dat vandaag uitkomt, klinkt lichter. Volgens Cata.Pirata is het vooral spiritueler. „We hebben zo veel gereisd, dat opent vanzelf je brein. Je registreert meer en ik begon in te zien dat het om verbondenheid gaat. Ik ben nog steeds boos op machthebbers, op de fear machine, maar ik zoek nu naar gelijkgestemden.”

Hun geluid maakt ze al inzetbaar voor festivals in alle genres. Op de setlist staat reggae, maar ook een gabber-toegift. De band speelde twee jaar lang van het Midden-Oosten tot Brazilië en onderweg namen ze meteen tracks op met andere artiesten. Op Cosmic Serpents is electro chaabi uit Egypte te horen, Zuid-Amerikaanse cumbia en dub met westerse beats en dance-bassen.

Billen uit de bosjes

Van alles wat er te horen is op het nieuwe album gaat het geluid van een shaker van het eiland Réunion Cata.Pirata (31) het meest aan het hart. Op die begraafplaats aan de kust liggen haar voorouders. Ze noemt zich niet voor niets Cata.Pirata. „Van mijn moeders kant ken ik de piratenverhalen. Ik weet niet of ze allemaal waar zijn, maar ik was daar thuis bij mijn muzikale familie.”

Ze werd geboren in Zuid-Afrika en woonde later in Argentinië, de Azoren, Ibiza en woont nu al enkele jaren in Nederland. Ze wisselt Nederlands en Engels af, spreekt ook Portugees, Spaans, Afrikaans en Frans. Een jaar Chinees studeren hielp haar helaas niet op toer in Azië. „Ik heb een fragmented mind”, zegt ze. „Komt door mijn opvoeding. Ik zoek houvast in verschillende culturen, maar ben nergens echt thuis. Skip&Die is een muzikale collage.

„We hebben altijd een recorder mee om een soort oral database aan te leggen. Toen we een maand in Brazilië waren, werden we elke dag om half vijf gewekt door een haan. Jori (Collignon, red.) wilde die opnemen, dus elke ochtend zagen we ergens de billen van Jori uit de bosjes steken omdat hij die haan besloop. Het duurde een paar ochtenden, maar toen had hij het geluid te pakken.” Nu is de haan te horen op het korte nummer ‘Wake up’.

Bodysuit van Franse fan

De melodie van het nummer ‘Mami Wata’ bestaat geheel uit de geluiden van de kolonie padden die woonde in het lege zwembad naast het huis waar de band opnam in Portugal. Cata.Pirata: „Ik hou van dat nummer. Mami Wata is een West-Afrikaanse godin die ook naar Latijns-Amerika is gekomen. Zij is een inspiratie voor het sjamanisme en de jungle-vibe van Skip&Die. Ze heeft veel dochters en ook slangen. Ik voel me heel verbonden met haar.”

Niet alleen muzikaal is Skip&Die een knip-en-plak-project, ook het visuele deel van de band is verzamelwerk. Cata.Pirata maakt zelf de video’s en het artwork voor de band. Ook hier geldt: allemaal collage. „Dat is het enige waarin ik echt consistent ben, het gaat om informatie verzamelen.”

De verschijning van Cata.Pirata zelf is extravagant. Soms staat ze met groen haar op het podium, soms paars, soms draagt ze een masker. Voor dit interview, op een Amsterdamse locatie met veel mannen in krijtstreep, heeft ze roze accenten en een paarse strik in het lange blonde haar. Ze draagt een zwarte jurk van doorschijnend kant, daaronder een zwarte top en kousen die jarretelles suggereren. „Ik draag werk van jonge designers en ik maak zelf kleding. Onlangs kreeg ik een bodysuit opgestuurd van een Franse fan. Had ze speciaal voor mij gemaakt! Dat is die verbondenheid die ik bedoel.”

Toch komt er steeds meer structuur in de verzamelwoede. Na twee jaar toeren had Cata.Pirata behoefte aan vakantie en ging ze terug naar haar familie in Zuid-Afrika. Toen ze daar de liedjes schreef die uiteindelijk op het nieuwe album kwamen, ontdekte ze dat ze niet meer vanzelf de raps en gedichten schreef zoals voorheen. „Ik dacht laat ik eens proberen een liedje met structuur te maken: couplet-refrein-brug. Het werkte.” Terug in Nederland zong ze de liedjes voor haar ‘surrogaatfamilie’, want inmiddels is Skip&Die een hecht viertal. „We gingen jammen en het werd vanzelf minder agressief, veel spiritueler.

„We creëren onze eigen microkosmos. Het is gebaseerd op drie peilers: oude tradities, futuristische visions en de interne zoektocht van de vier bandleden. Daarom heet de plaat ook Cosmic Serpents. Dat staat voor de wetenschap, de DNA-streng waaruit het leven is opgebouwd, maar ook voor de slangengod en de kosmos.”

Dat alles, met een harde breakbeat.