Kleine Luther van de islam

Het grootste conflict van deze tijd schuilt tussen de behoudende moslims en de dissidenten die de islam willen moderniseren. Het gebrek aan Westerse steun aan dissidenten versterkt de positie van jihadisten.

Ayaan Hirsi Ali tijdens een benefiet-avond in New York in 2009 Foto Jemal Countess/Getty Images

Eigenlijk vraagt Ayaan Hirsi Ali heel gewone, redelijke dingen in haar nieuwe boek Ketters. Pleidooi voor een hervorming in de islam. Bijvoorbeeld dat je als vrouw wettelijk even veel rechten zou moeten hebben als een man, en niet slechts de helft. Dat je niet opgepakt en onthoofd wordt als je zegt dat je niet langer gelooft in God. Want: is een boek, een heilige tekst, belangrijker dan een mensenleven? Nee, zegt Ayaan Hirsi Ali in Ketters: ‘Een mensenleven, vrijheid, menselijke waardigheid, ze zijn allemaal belangrijker dan welke heilige tekst ook.’ Dat is volgens haar ook wat het antwoord moet zijn aan moslims die zeggen: ‘Ik ben beledigd, ik ben gekwetst’, door een boek, een spotprent, een blasfemische uiting, en daarom iemand willen vermoorden. ‘Christenen hebben dit [proces van hervorming] doorgemaakt. Joden ook. Het is tijd dat nu moslims dit doormaken.’

Sommige mensen krijgen een waas voor ogen als het om Hirsi Ali (Mogadishu, 1969) gaat. Sinds ze als Somalische asielzoeker in Nederland bekend werd en het als politicologe tot Kamerlid schopte, zorgt ze voor controverse. Velen vinden haar te scherp: dat ze zei dat Mohammed, die een 9-jarig meisje trouwde, tegenwoordig als perverse man, een tiran beschouwd zou worden, viel niet goed. Dat ze in 2004 een filmpje van elf minuten maakte met Theo van Gogh, Submission 1, waarin ze de vrouwonvriendelijke kant van de islam aan de orde stelde, viel ook niet goed. Geert Mak, links intellectueel, schreef dat het filmpje hem als ‘effectieve propagandatruc’ deed denken aan Joseph Goebbels’ racistische nazifilm Der Ewige Jude. En Mohammed B. vermoordde Van Gogh om het filmpje en liet een doodsbedreiging aan Hirsi Ali op hem achter. Ze dook onder, en vestigde zich uiteindelijk in 2006 in de VS als publiciste en mensenrechtenactiviste.

Nieuwe hoop

Ketters of Heretic, Why Islam Needs a Reformation Now, zoals de Engelse editie heet, is een hoopvol boek: Hirsi Ali gelooft dat de islam zich aan kan passen aan de moderne, pluriforme 21ste eeuw en de rechten en vrijheden die daar bij horen, zoals scheiding van moskee en staat. Die hoop is nieuw voor haar. Toen Hirsi Ali vijf jaar geleden haar autobiografische boek Nomade schreef (over hoe ze uit Somalië via Saoedi-Arabië en Nederland in de VS kwam), dacht ze dat de islam niet vatbaar was voor hervorming. ‘Maar toen kwam de Arabische lente. Ik dacht alleen maar: ik had het mis. Gewone moslims zijn wel bereid tot verandering.’

Zo riep de Egyptische president al-Sisi begin dit jaar op tot een ‘religieuze revolutie’; Hirsi Ali citeert hem. Hij vroeg de geestelijke leiders om een ‘verlichter perspectief’ op de islam. De roep om steeds striktere naleving van de Koran en oude religieuze wetteksten stuit op problemen. Al-Sisi: ‘Is het mogelijk dat 1,6 miljard mensen [moslims] de andere bewoners van de wereld – dat zijn zeven miljard [sic] – willen doden om zelf te leven? Dat is onmogelijk.’ Voor ons westerlingen, niet zo bekend met de Koran, is het handig om te weten dat het heilige boek van de moslims onder meer voorschrijft (Ayaan Hirsi Ali haalt dit citaat uit de koran elders in haar boek aan): ‘Wanneer gij dus een ontmoeting hebt met hen die ongelovig zijn, houwt dan in op de nekken.’

Dit soort teksten in de Koran en de neiging van bepaalde groepen moslims het woord van Allah letterlijk nemen, brengen Hirsi Ali tot herhaling van haar stelling: de islam is geen religie van vrede. Omdat deze opmerking altijd een storm van protesten oproept, voegt ze eraan toe: ‘[ik bedoel] niet dat het islamitisch geloof moslims vanzelf gewelddadig maakt. Dat is overduidelijk niet het geval: er zijn miljoenen vreedzame moslims op de wereld. Wel zeg ik dat de oproep tot en de rechtvaardiging van geweld uitdrukkelijk worden verwoord in de heilige teksten van de islam.’

Hirsi Ali onderscheidt drie soorten moslims, die zich in grote trekken allemaal op de zelfde heilige tekst, de Koran baseren: Mekka-moslims, Medina-moslims en dissidente moslims. Mekka-moslims, de meerderheid, zijn moslims die in vrede leven, en zich richten op het deel van de Koran dat ontstond toen Mohammed nog in Mekka woonde en niet een opgejaagde, agressieve strijdheer was. Medina-moslims laten zich inspireren door de Mohammed die naar Medina ging en als veroveraar optrad in een wereld van polytheïstische stammen. Veel agressieve passages uit de Koran zouden uit die tijd stammen. Moslimterroristen, jihadisten van IS, Boko Haram en dergelijke beroepen zich daarop. Zij willen dat de 7de-eeuwse, allesomvattende religieuze regels van de sharia strikt worden nageleefd.

De derde categorie, de dissidente moslims, die de islam willen moderniseren en streven naar de scheiding van moskee en staat en meer individuele vrijheid, worden structureel onderdrukt of verketterd in de moslimwereld. Ze krijgen ook weinig steun in het Westen, omdat veel (linkse) intellectuelen, en ook feministen kritiek op de islam en religiekritiek al gauw als islamofobie en haatzaaien bestempelen. Hiermee sluiten deze Westerse intellectuelen in feite een pact met jihadisten, Medina-moslims, en verhinderen ze de hervorming van de islam. Hirsi Ali vindt dat de dissidente moslims veel meer steun uit het westen moeten krijgen, zoals de dissidenten uit communistisch Oost- en Midden-Europa ten tijde van de Koude Oorlog. Ze somt een reeks dissidente moslims op in een appendix in haar boek.

Leefregels

Hirsi Ali maakt duidelijk dat de islam door zijn historie geen reformatie en secularisatie heeft doorgemaakt. De profeet Mohammed die ook zakenman, staatsman en krijgsheer was, het heilige boek en de daaraan ontleende allesomvattende religieuze leefregels stonden dit in de weg. Veel westerlingen lijken dit maar moeilijk te bevatten, zo bleek uit het interview dat tv-host Jon Stewart van de Amerikaanse The Daily Show eerder deze week met Hirsi Ali had. Voor hen is ‘de onverenigbaarheid van bepaalde centrale facetten van het islamitische geloof met de moderniteit,’ zoals zij het noemt, niet zo urgent. Voor Hirsi Ali wel.

Ze noemt het conflict tussen hen die de behoudende islam tot de dood willen verdedigen, en hen die daar vragen bij stellen, het grootste conflict van deze tijd. Ze wil haast maken met een vreedzame islamitische hervorming. Ze komt daarom als een kleine Luther met vijf stellingen om het geloof van haar voorouders te hervormen:

1. Laat Mohammed en de Koran open staan voor interpretatie en kritiek; de onvoorwaardelijke eerbied voor de profeet belemmert hervormingen.

2. Geef voorrang aan het leven op aarde, niet aan het leven na de dood; de islam heeft een fatale gerichtheid op het hiernamaals.

3. Leg de sharia aan banden en maak deze ondergeschikt aan seculier recht; de onbuigzame religieuze code houdt de islam gevangen in de zevende eeuw.

4. Maak een einde aan de praktijk van ‘het goede bevelen en het kwade verbieden’; strenge sociale controle en religieuze politie houden moslims in het gareel.

5. Laat de oproep tot de jihad (heilige oorlog) varen; een ware religie van vrede wijst geloof onder dwang van het zwaard af.

Een groot deel van haar boek besteedt Hirsi Ali aan het nader verklaren van deze vijf stellingen, die helder inzicht verschaffen in de aard van de islam en de problemen. Ze haalt vele bronnen aan. Ze schrijft ook over haar eigen ervaringen: haar reis ging van Mekka, via Medina naar Manhattan. Ze wenst toekomstige moslims meer vrijheid. Ketters is hierdoor behalve scherp en hoopvol ook een boek vol compassie, dat inzicht geeft in hoe vreedzame moslims kunnen worstelen met de eisen van hun starre geloof en de verlokkingen van de moderne samenleving.