Kabinet moet verzoek VS over Gitmo-gevangenen inwilligen

Senator Franken (CDA): „Heeft Nederland een verzoek gekregen van de Verenigde Staten om gedetineerden (uit Guantánamo; red.) over te nemen of ergens te plaatsen?” Minister Koenders: „Ja, Nederland heeft dat verzoek gekregen. Het gaat om twee gedetineerden. We hebben het nog in beraad.”

Met deze simpele openbaring, dinsdag in de senaat, zette minister Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) de Nederlandse regering en dus zichzelf onder stevige druk. Het is bepaald geen geheim dat de Amerikaanse regering al jaren bij bondgenoten op hulp aandringt om de VS te verlossen van de illegale gevangenis, Guantanámo Bay, in Cuba. Het lag dus voor de hand dat ook Den Haag een dergelijk verzoek zou krijgen. Sterker, het is al eerder gevraagd, in 2009.

Dat de regering de vraag van Washington echter bekendmaakt zonder te vertellen of het verzoek kans maakt of wordt afgewezen, is diplomatiek ongebruikelijk. Zeker nu het vorige verzoek zo veel publieke weerstand opriep dat het toenmalige kabinet-Balkenende inwilliging niet aandurfde. Mogelijk is de keuze van minister Koenders voor de openbaarheid strategisch. Bedoeld om de publieke weerstand in te schatten of misschien wel op te roepen. Dat zou dan weigering makkelijker maken. Of het was een verspreking.

In een publiek klimaat waarin angst en onrust over mogelijk terugkerende jihadstrijders uit Syrië domineren, zal vooral bang en wantrouwend worden gereageerd. Twee ex-gedetineerden uit het Afghanistan-conflict die jarenlang in zeer zware omstandigheden opgesloten waren – hen herhuisvesten is geen sinecure.

Overigens namen Europese landen tot nu 72 vrijgelaten Guantanamo-gevangenen op, die niet naar hun thuisland terug konden. Zij tonen daarmee solidariteit met de Amerikaanse president, die zijn Congres niet zover kon krijgen om deze gedetineerden op het Amerikaanse vasteland onder te brengen. Deze landen dragen zo bij aan het oplossen van een humanitaire crisis. Het gaat om gevangenen tegen wie de Amerikaanse aanklager geen bewijzen vond en die dus écht op vrije voeten horen. Dat zoiets de VS niet lukt, wordt algemeen gezien als een zwarte bladzijde, een schandvlek op de Amerikaanse rechtsstaat. De VS bij herstel daarvan behulpzaam zijn, helpt dit geschonden blazoen te zuiveren. Dat is in het belang van het bondgenootschap en dus van de individuele landen. Dit is niet alleen een morele kwestie, maar ook een strategische. In tijden van oplopende spanning met Rusland, in een tijd waarin het ‘vredesdividend’ écht opgebruikt is, moet Den Haag zo’n vraag om hulp uit Washington in breder perspectief plaatsen. En dan is een constructief en bevestigend antwoord gewenst.