JEMEN IN 8 MINUTEN

‘Nee hoor, dat doen de Saoedi’s niet”, zei Marw Saeed, loods in de haven van Aden een paar uur voordat de eerste bommen uit Saoedische gevechtsvliegtuigen op hoofdstad Sana’a vielen. Hij dacht wat bijna iedereen dacht. En had ongelijk.

In de nacht van 25 op 26 maart gebeurde wat bijna niemand voor mogelijk hield: de Saoedische luchtmacht bombardeerde strategische locaties die in handen zijn van de shi’itische Houthi-rebellen. De Saoedi’s worden daarin gesteund door de andere sunnitische Golfstaten (op Oman na) en landen als Soedan, Egypte, Marokko, Jordanië en Pakistan.

Ze zeggen dit te doen om de regering van de door de Houthi’s verdreven president Abdurabu Mansour Hadi te beschermen. Maar dat gelooft niemand. Hadi is op zijn zachtst gezegd aangeschoten wild; daar valt geen zaken meer mee te doen, ook niet als het lukt om de Houthi’s uit te schakelen. De werkelijke reden is Iran. De Houthi’s zouden namelijk militaire, financiële en morele steun uit dat land krijgen.

Bewezen is het nooit, maar aanwijzingen zijn er wel. Na de machtsovername van de Houthi’s, afgelopen zomer, kwamen dagelijkse lijnvluchten tussen Teheran en Sana’a op gang. Veel mensen vroegen zich af wat er precies vervoerd werd. Toeristen zouden het vast niet zijn, was de nonchalante reactie in Jemen. Ook zegde Iran onlangs een jaar gratis olie aan Jemen toe. En de reactie van Iran op de Saoedische luchtaanvallen was fel: „Wij zullen er alles aan doen om de crisis in Jemen onder controle te krijgen.”

De vraag is: wie is de regionale grootmacht?

Jemen als satellietstaat van Iran: dát is waar de Saoedi’s bang voor zijn. Iran is immers aartsvijand nummer één. Beide landen willen de regionale grootmacht zijn en ook religieus botert het niet tussen de twee: de een is het sunnitische centrum van de wereld, de ander het shi’itische. Beide vinden van zichzelf dat zij het enige echte islamitische centrum van de wereld zijn. Dat leidt al jaren tot spanningen. Maar het kwam nooit tot een rechtstreeks gewapend conflict.

Tot zich het ideale strijdtoneel aandiende: Jemen. Het is arm, dichtbevolkt, er heerst totale chaos en, misschien wel het belangrijkste, je ziet er de sunnitisch-shi’itische scheidslijn terug. Een groot deel van Jemen is zaydi, een stroming binnen het shi’isme, de Houthi’s behoren daar ook toe. Een groter deel is shafi, een stroming binnen het sunnisme.

Dat speelde in Jemen nooit een rol van betekenis – de stromingen liggen dicht bij elkaar en zaydi’s en shafi’s bidden vaak in dezelfde moskee. Maar zowel Iran als Saoedi-Arabië slaat nu de sektarische trom, in de hoop de Jemenieten zo tegen elkaar op te zetten. Die blijven om het hardst roepen dat in hun land geen sektarisme bestaat, maar de werkelijkheid lijkt inmiddels anders.

Ook belangrijk: wie is de baas over de zeestraat?

En dat is niet alles: Jemen is ook strategisch belangrijk. Aan de zuidwestkant ligt de Bab al Mandab, de smalle zeestraat die de Golf van Aden verbindt met de Rode Zee. Als Iran het via de Houthi’s voor het zeggen heeft in Jemen, betekent dat ook dat Teheran de controle heeft over die zeestraat, die van vitaal belang is voor de doorgang van olietankers richting het Suez-kanaal. De olie in die tankers komt uit Saoedi-Arabië.

Het olietransport moet koste wat kost doorgaan. De olieprijzen zijn nu al snel gestegen, puur door de angst voor een Houthi-blokkade van de Bab al Mandab. Die Bab al Mandab valt overigens waarschijnlijk niet te verdedigen met luchtaanvallen alleen, daarvoor is actie vanuit zee nodig. Er liggen onbewoonde eilandjes, het zou kunnen dat Saoedische en Egyptische troepen die de komende dagen innemen.

De steun van de andere sunnitische landen moet vooral gezien worden als steun aan Saoedi-Arabië. Zelf hebben zij niet zoveel last van de opmars van de Houthi’s in Jemen. Een Koeweiti op straat in Koeweit-Stad bijvoorbeeld begrijpt niet waar de deelname van Koeweit aan de bombardementen goed voor is: „Waarom sturen we niet gewoon een grote zak geld en laten we het ze verder lekker zelf oplossen”, verzucht hij.

De grote vraag is nu waar dit heengaat. Gaat Iran terugslaan en ontketent het daarmee een regionale oorlog? Of durven ze het niet aan om de verbeterde relatie met Washington, dat president Hadi steunt, op het spel te zetten en laten ze de Houthi’s het zelf uitzoeken? Het kan beide kanten op. Natuurlijk vragen de Jemenieten zich dit ook af. Zij zien de gevechtsvliegtuigen overkomen, horen de bommen inslaan en weten niet wat er komen gaat. „We zitten thuis, te wachten op de dood”, zegt Belqis al Wail, docente in Sana’a. „We hopen dat het van korte duur is, maar vrezen het ergste.”

Al Wail is sunnitisch, maar heeft geen enkele sympathie voor de Saoedische acties. Niet dat ze nu direct pro-Houthi is geworden, maar het is wel exemplarisch. Veel Jemenieten hebben al jaren het gevoel de speelbal van Saoedi-Arabië te zijn, en dit wakkert dat sentiment alleen maar aan. De Houthi’s zullen er populairder door worden. Daarmee winnen ze de oorlog misschien niet, maar wie weet toekomstige verkiezingen wel.