‘In De Kuip is iedereen gelijk. En zo hoort het’

Rotterdamse migranten moeten invoegen of wegwezen, staat in de deze week verschenen integratienota. Drie Turkse jongeren, over werk, IS en Rotterdammerschap.

Foto rien Zilvold

Integreren is als invoegen op de snelweg en het is aan de invoeger om moeite te doen en initiatief te tonen om veilig in te kunnen voegen. Aldus integratiewethouder Ronald Schneider van Leefbaar Rotterdam in de deze week uitgekomen integratienota. Wie niet goed genoeg invoegt, heeft in Rotterdam niets te zoeken. Middels een integratietour, gesprekken met Rotterdammers, moet de dialoog over integratie in Rotterdam gaande worden gehouden.

De Turkse Rotterdammer Cihat Demir (23), tweede generatie migrant en student maatschappelijk werk, voorziet invoegproblemen. „In de nota ligt veel te veel nadruk op uitsluiting in plaats van samenleven. Dat is een valse start voor zo’n integratietour. Een dialoog begint met het openstaan van beide kanten. Dat gebeurt nu niet.”

De politiek zou volgens Demir een voorbeeld moeten nemen aan de Rotterdamse jongeren. „Die maken geen onderscheid naar afkomst; iedereen groeit met elkaar op. Dit soort geluiden uit de politiek zaait alleen maar verdeeldheid. Het is een PVV-gedachte. Het past niet bij de wij-samenleving van Rotterdam.”

De 19-jarige Ahmet Turan Atmaca, student aan het Scheepvaart en Transport College, vult aan: „Ik noem altijd als voorbeeld dat als je in De Kuip zit iedereen gelijk is. Daar is het: Hand in hand, kameraden. Zo hoort het ook. Maar ik vind wel dat er in een samenleving ruimte moet zijn voor verschillen. Dat maakt een samenleving alleen maar sterker.”

Ahmet Turan Atmaca, Cihat Demir en de 21-jarige bouwkundestudent Samed Gulcan zijn alle drie geboren en getogen op Zuid. Twee van hen komen uit deelgemeente Feijenoord: 72.174 inwoners – in de wijken Afrikaanderwijk, Hillesluis en Bloemhof is eenderde van de bevolking van Turkse afkomst. Het is een gebied met de dichtste Turkse concentratie van Nederland. De jongens kennen er veel van de jongeren. Van school, uit de buurt, van het voetbal en van de moskee. Ze weten wat er speelt.

Zo weten ze dat onder de Turkse jongeren er nog altijd flinke irritatie bestaat over de uitkomsten van een eind vorig jaar verschenen onderzoek van Motivaction. Acht op de tien Turkse jongeren in Nederland zou de strijd van IS goedkeuren, bleek uit dat onderzoek. Aan de houten picknicktafel van de Kocatepe-moskee aan het Afrikaanderplein is de boosheid nog altijd van de gezichten van de jongeren af te lezen. Demir: „Ik geef zelf les aan jongeren in de moskee en ik ben nog nooit in mijn leven een Turkse jongere tegen gekomen met sympathieën voor IS. Er zijn vast wel islamitische jongeren die sympathie hebben voor IS. Ook Turkse jongeren, maar het zijn in verhouding met name meer Marokkaanse jongeren die daar sympathie voor hebben.”

De AIVD bevestigt desgevraagd dat het merendeel van de 180 jihadgangers van een Marokkaanse afkomst is, maar wil, vanwege mogelijke belemmeringen in de aanpak en stigmatisering van de bewuste bevolkingsgroepen, geen precieze uitspraken doen over de afkomst van de uitreizigers.

Bouwkunde-student Gulcan: „Wij worden neergezet als IS-strijders. Dit terwijl IS gedreigd heeft Turkije aan te vallen. In onze cultuur is naastenliefde erg belangrijk. ‘Leef voor jezelf, maar ook zo veel mogelijk voor een ander.’ Daar past IS niet bij.”

Richard Staring, hoogleraar criminologie aan de Erasmus Universiteit en al sinds eind jaren tachtig onderzoeker naar Turkse Nederlanders, beaamt dit beeld. „De Turkse islamitische stromingen in Nederland zijn niet extremistisch. Daarnaast zie je dat het geloof de afgelopen vijftien jaar belangrijker is geworden in deze groep, maar tegelijkertijd een stuk pragmatischer is geworden. Als een Turkse jongere een sollicitatiegesprek heeft op vrijdagmiddag, dan gaat hij naar het sollicitatiegesprek in plaats van naar het vrijdagmiddaggebed.”

Het is interessant om te kijken hoe het na vijftig jaar Turkse arbeidsmigratie staat met de integratie van de tweede en derde generatie Turkse-Nederlanders. Kijkend naar prestaties in het onderwijs, criminaliteitscijfers en arbeidsmarktparticipatie valt onder Turkse Nederlanders over de afgelopen decennia een verbetering waar te nemen. Turks-Nederlandse kinderen in het basisonderwijs scoren bijvoorbeeld met rekenen het hoogste van de niet-westerse etnische groepen. Grosso modo houden zij op andere onderwijsvlakken gelijke tred met andere etnische groeperingen. Op het gebied van criminaliteit worden Turkse Nederlanders drie keer zo vaak van misdrijven verdacht als autochtonen. Bij Surinaamse Nederlanders, vier keer zo vaak, Marokkaanse Nederlanders, ruim vijf keer zo vaak en Antilliaanse Nederlanders, bijna zes keer zo vaak, liggen deze cijfers hoger. Qua arbeidsparticipatie blijven Turkse-Nederlanders met een percentage rond de 55 procent achter op andere etnische groepen. Wel valt op dat er verhoudingsgewijs veel Turkse zelfstandige ondernemers zijn, meer zelfs dan gemiddeld voor Nederland.

Han Entzinger, hoogleraar integratie- en migratiestudies aan de Erasmus Universiteit, tevens geraadpleegd voor de integratienota: „Dit zal voor een deel te maken hebben met de Turkse cultuur en sterke historische handelsgeest. Maar ook het feit dat men in Nederland niet makkelijk aan de bak komt. In plaats van bij de pakken neer te zitten beginnen ze dan een eigen zaak. Deze ondernemingen zijn een bron voor werkgelegenheid in eigen kring.”

Een trendbreuk die het laatste decennium sterk in opkomst is, is het gegeven dat er steeds vaker met een partner met Turks-Nederlandse achtergrond wordt getrouwd. Staring: „Voorheen werden partners vrijwel uitsluitend uit Turkije gehaald. Juist dit gegeven, de gemeenschappelijke achtergrond, geeft een gevoel van thuis zijn, een gevoel van belonging.”

Dit gevoel van thuis zijn heeft echter niet de overhand onder Turkse jongeren. Uit een onderzoek van vorig jaar van Staring kwam naar voren dat zij een sterk gevoel hebben er niet bij te horen in de Nederlandse samenleving. Het gevoel anders behandeld te worden op school en ook later in hun leven bij sollicitaties. De drie Turkse jongeren noemen discriminatie op de arbeidsmarkt als verklaring dat het jeugdwerkloosheidpercentage onder migranten in Rotterdam van 15 procent in 2013, naar 28 procent in 2014 steeg. Het stadsbestuur wil door het oprichten van een platform tegen arbeidsdiscriminatie hier verbetering in brengen. „Ik hoop dat het werkt”, zegt Demir. „Allochtone jongeren raken gedemotiveerd tijdens het solliciteren omdat ze vaak door een automatische e-mail worden afgewimpeld. Vrijwel nooit krijgen ze een ‘echt’ antwoord of feedback op een sollicitatie. Zij voelen zich hierdoor niet serieus genomen.”

Ondanks alle strubbelingen voelen de jongeren zich toch volbloed Rotterdammers. Atmaca: „En ik weet dat veel Turkse jongeren zich ook zo voelen. Voor mij is een mooi voorbeeld van het leven in Rotterdam de Afrikaandermarkt. Je koopt vis bij de Turk, groenten bij een Marokkaan, broodjes bij een Surinamer, fruit bij een Nederlander; iedereen leeft hier samen.”