Gurlitts Matisse mag naar Frankrijk

Er is kritiek op de trage afwikkeling van de Gurlitt-affaire. Pas twee schilderijen mogen naar de erven.

Deze Matisse mag terug naar de nabestaanden van de Frans-Joodse kunsthandelaar Paul Rosenberg, onder wie journalist Anne Sinclair. Foto AP

Bijna een jaar na de dood van Cornelius Gurlitt lijkt het erop dat de eerste roofkunstwerken uit zijn twee jaar geleden in beslag genomen kunstverzameling worden gerestitueerd. De Duitse minister van Cultuur, Monika Grütter, heeft voor schilderijen van Henri Matisse en Max Liebermann haar handtekening gezet. Als ook de rechtbank in de woonplaats van Gurlitt, het Münchner Nachlassgericht, toestemming verleent, is de overdracht een feit.

De erven van roofkunst in Gurlitts verzameling klagen over de trage afhandeling van de restitutieverzoeken. „Ik ben er nog niet zo zeker van dat het nu echt gebeurt”, zei David Toren, de achterneef van de vroegere eigenaar van het Liebermann-schilderij Zwei Reiter am Strand, deze week in de Süddeutsche Zeitung.

Ook andere erfgenamen van de honderden verdachte werken beschuldigen de Duitse overheid ervan zich pesterig op te stellen, door steeds met nieuwe eisen te komen. Martha Hinrichsen, kleindochter van de vroegere eigenaar van een tekening van de Duitse schilder Carl Spitzweg: „Het is mij duidelijk geworden dat Duitsland het rechthebbenden niet makkelijk maakt om kunst terug te krijgen.”

Er is ook ophef ontstaan over de circa 25.000 documenten die Gurlitt bezat over het reilen en zeilen van de kunsthandel van zijn vader Hildebrand. Van hem erfde Gurlitt zo’n 1.500 kunstwerken, waarvan een deel tijdens het nazibewind is geroofd, in beslag genomen of onder druk gekocht van veelal joodse families. De documenten – handelsboeken, foto’s van kunstwerken en zakelijke correspondentie – bewaarde Gurlitt in zijn tweede huis in Salzburg. Ze werden niet in beslag genomen.

In opdracht van Gurlitt begonnen wetenschappers begin vorig jaar met het aanleggen van een databank, zodat onderzocht kon worden welke kunstwerken besmet waren. Die werkzaamheden werden gestaakt na Gurlitts dood op 6 mei 2014. De wetenschappers hebben de documenten juni vorig jaar aangeboden aan de overheidswerkgroep die zich over de restitutieverzoeken buigt. Volgens de Süddeutsche Zeitung is daarop niet gereageerd.

De overheidswerkgroep baseert zich op documenten die in Gurlitts huis in München zijn gevonden. Op vragen van de Süddeutsche Zeitung waarom de overige documenten niet worden geraadpleegd, kwam een korte officiële verklaring: „Der Nachlass ist der Nachlass” – de erfenis is de erfenis.

De desinteresse doet twijfel rijzen over de intenties van de overheid, schreef de krant deze week. „Als het echt de bedoeling zou zijn een van de grootste kunstroofzaken uit de naziperiode op te lossen, dan zou men niet zo achteloos voorbijgaan aan zulke belangrijke bronnen.”

Het kantongerecht van München bepaalde eerder deze week dat Gurlitt wilsbekwaam was toen hij vier maanden voor zijn dood zijn testament aanpaste en zijn verzameling naliet aan het Kunstmuseum Bern. Ute Werner, een nicht van Gurlitt, had een zaak aangespannen. De nicht heeft nog een maand om tegen de uitspraak in beroep te gaan.