Grote verschuiving ten gunste van China

Trage machtsverschuivingen vinden met horten en stoten een vorm. Ineens wordt voelbaar wat ondergronds gaande was, zoals ook het traag uiteendrijven van tektonische platen tot plotse aardschokken leidt. Deze maand beleefden we zo’n moment in de grootste verschuiving van onze tijd: de opkomst van China tot wereldmacht, naast Amerika. Geen aardbeving, maar een forse trilling zeker: de nieuwe Aziatische Infrastructuur en Investeringsbank. Dit Chinese project, gemodelleerd naar de Wereldbank, wil de economische ontwikkeling in armere Aziatische landen stimuleren. China houdt een dominant aandeel in stemverhoudingen en financiering en verstevigt zo zijn economische invloed in de omgeving. Vooral daagt het de bestaande mondiale financiële instellingen uit, het IMF en de Wereldbank – beide niet toevallig gevestigd in Washington en opgericht na die échte geopolitieke aardbeving van 1939-1945.

Naar verwachting kondigt premier Rutte morgen in een persoonlijk gesprek met de Chinese president Xi Jinping – hoogtepunt van zijn Chinareis – aan dat ook Nederland graag meedoet. Hoewel de Verenigde Staten niet happy zullen zijn, kan Rutte moeilijk anders. Het spel om de Bank is al gespeeld; meedoen is nauwelijks een gunst meer, niet-meedoen bijna een affront voor zijn gastheer.

Het kantelpunt kwam twee weken geleden, toen Groot-Brittannië zich onverhoeds in Beijing meldde als medeoprichter van de Bank. De Amerikanen waren razend en Europese partners verbaasden zich. Bij de Duitsers, Fransen en Italianen hadden de Britten juist terughoudendheid bepleit. De Britse minister van Financiën George Osborne was ongegeneerd trots het first-mover-advantage te hebben binnengehaald en poeierde ook zijn

chagrijnige Amerikaanse collega Jack Lew per telefoon af.

In het Britse Lagerhuis legde Osborne uit „dat je voor zulke internationale instellingen aanwezig bij de oprichting (present at the creation) moet zijn”, waarmee hij nog meer zout in de wonde overzee strooide. Present at the Creation heet het befaamde boek van minister Dean Acheson over Amerika’s opbouwen van een nieuwe wereldorde na WOII – met pijlers als de VN (1945), de NAVO (1949), de Europese Gemeenschap (1951) en IMF en Wereldbank. In die orde komen na zeventig jaar en de hele Koude Oorlog scheurtjes.

I ronisch dat de Britten een zetje geven. Zij weten van enkele generaties terug hoe het voelt afstand te moeten doen van een wereldrijk met onbetwiste zeemacht, zoals Amerika vandaag is. Om van relatieve neergang het beste te maken ontwikkelden ze in Londen in de jaren zestig het strategisch concept van managed decline. Dat betekende toen: loyaliteit aan Washington. Nu wordt volgens dit concept de economische band met China aangehaald. Bij een bezoek van Osborne aan China, eind 2013, zeiden de Chinezen Hong Kong en Londen als financiële centra voor hun munt te zien – en dus niet New York. De Britse regering was onlangs ook de eerste uit het Westen die staatsschuld in de Chinese renminbi uitgaf. Een knipoog naar die andere pijler van Amerika’s macht, de dollar?

Uitdagende krachten moet je opvangen. De Amerikanen schiepen geen ruimte voor China; de Senaat blokkeerde een hervorming van het IMF uit 2010 ten gunste van opkomende economieën. Deze week slikten de Amerikanen hun nederlaag met enkele positieve geluiden over de Aziatische Bank. Tevreden schreef het Chinese persbureau Xinhua dinsdag: „Washington moet deze inkeer zuiver houden en de verleiding weerstaan dit prille project om te zetten in een zoveelste machtsinstrument.”

Houd seismografen bij de hand, de nieuwe wereldorde zal wel rommelig worden.