...en VS kijken tandenknarsend toe

De starre opstelling van de VS beschadigt de relaties met China én met bondgenoten.

De Chinese president Xi Jinping (vierde van rechts) met zijn gasten op de bijeenkomst waar hij het initiatief voor een Aziatische infrastructuur investeringsbank AIIB lanceerde, oktober vorig jaar. Foto Takaki Yajima / Reuters

Het kreeg weinig aandacht, maar in januari, tijdens zijn jaarlijkse State of the Union, waarschuwde president Barack Obama China. Niet de Chinezen, maar de Amerikanen bepalen de wetten van de wereldeconomie, zei Obama, ook in Azië. „China wil de regels bepalen voor de snelst groeiende regio ter wereld. Dat is nadelig voor onze werknemers en onze bedrijven. Waarom zouden we dat laten gebeuren? Wij schrijven die regels.”

Wat in 2009 begon met een ‘draai naar Azië’, een fundamentele wijziging van Amerika’s politieke en economische prioriteiten, heeft zes jaar later veel glans verloren. Terwijl de VS langdurig met elf landen rondom de Stille Oceaan (maar niet met China) onderhandelen over een handelsakkoord, het Trans-Pacific Partnership (TTP), slaat China een grote slag met de aanstaande oprichting van de Aziatische Infrastructuur- en Investeringsbank (AIIB).

Met alle macht heeft de regering-Obama zich de afgelopen maanden verzet tegen de nieuwe financiële instelling. De vrees in Washington is deels politiek, deels economisch van aard, maar komt steeds hierop neer: China wil de regels bepalen in Azië, en Amerikaanse belangen komen in het geding. Ook nu duidelijk wordt dat de VS de oprichting van de instelling niet kunnen tegenhouden, blijven ze zich ertegen verzetten.

Het formele argument van de VS om tegen de AIIB te zijn, is dat er geen garanties zijn dat het orgaan deugdelijk bestuurd zal worden. Zijn die garanties er wel, dan heeft Amerika geen bezwaar. In werkelijkheid speelt iets anders mee. De AIIB ondermijnt de macht van de financiële instituten in Washington, de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds (IMF), zo redeneert de Amerikaanse regering.

‘Grote schade’

De Wereldbank staat traditioneel onder voorzitterschap van een Amerikaan. Volgens China spelen beide instellingen niet in op de enorme behoefte aan investeringen in Azië, en loopt China daar grote schade door op. De regio heeft vele miljarden dollars nodig, en de Wereldbank zal die simpelweg niet lenen.

Pogingen om het IMF te hervormen en zich meer op opkomende economieën te richten, zijn het afgelopen jaar mislukt. Het Amerikaanse Congres hield deze hervorming tegen. Dat betekent dat een plan om meer zeggenschap te geven aan onder meer China, Brazilië, India en Zuid-Afrika, op de lange baan is geschoven. Republikeinen in het Congres, die nu in beide Kamers een meerderheid hebben, vrezen een dalende invloed van Amerika op de wereldeconomie.

Daarbij zou de hervorming betekenen dat het budget van het IMF drastisch omhoog zou gaan, wat onbespreekbaar is voor de Republikeinen. IMF-programma’s in onder meer Griekenland hebben de bereidheid om meer geld te geven, doen afnemen.

Dubbele nederlaag

Het effect is alleen omgekeerd: juist de starheid kost de VS invloed. Staatssecretaris van Financiën Nathan Sheets waarschuwde in december al dat opkomende landen, China voorop, „vanaf nu verder zullen kijken dan het economische systeem dat wij hebben ontworpen”.

Problematisch voor de VS is dat traditionele bondgenoten in Azië en Europa weinig moeite hebben met de AIIB. Nieuw-Zeeland, Singapore en Thailand horen bij de oprichtende landen. Zuid-Korea, Australië en Japan zagen na Amerikaanse druk af van medewerking, maar inmiddels zijn de Koreanen overstag.

Ook in Europa is animo: Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Italië en Duitsland doen mee met AIIB. Een Amerikaanse regeringsmedewerker sneerde deze maand dat vooral de Britten „voortdurend inschikkelijk zijn” ten opzichte van China.

De starre Amerikaanse houding ten opzichte van AIIB is een dubbele nederlaag voor Washington, zeggen de meeste analisten. Niet alleen zijn de relaties met China en bondgenoten beschadigd. Het uiteindelijke doel, het stoppen van de bank, is niet bereikt. De vraag is alleen: wat heeft star verzet voor zin nu de bank er toch wel komt?

Analist Jonathan Pollack van de progressieve denktank Brookings citeerde eerder deze maand een anonieme medewerker van Obama: „Grote economieën kunnen meer invloed uitoefenen door níét mee te doen, dan wanneer ze instappen zonder zeker te weten dat China de vetomacht [in AIIB] opgeeft.”

„Het verzet tegen AIIB is een molensteen om onze nek geworden”, schreef Elizabeth Economy van de denktank Council of Foreign Relations onlangs. Washington heeft volgens haar nog drie opties. Het verzet tegen beter weten in voortzetten, de bank verder negeren, of er zelf aan meedoen.

Die laatste optie is de beste, aldus Economy. „Dan hebben we zelf toezicht op het bestuur en hebben we een stem als dingen verkeerd gaan.” Maar hiervoor is in de regering-Obama nog weinig animo.