En dan zit de slettebak pardoes op een VOC-schip

Sommige mensen hebben het niet gemakkelijk in het leven. Tomas Lieske (1943) voert in zijn nieuwe novelle, Retourschip De Liefde, een vrouw op die terugkijkt op een liefdeloze jeugd. Florianne is in het verhaalheden (2012) een ‘fashionista’ van tegen de dertig, die haar belevenissen te boek stelt. Maar ooit was ze een ‘kaduke kooimus’, met een agressieve vader en een ruggegraatloze moeder. Een ‘vergeten kind’, dat in tehuis en pleeggezin belandde.

Ze leefde pas op rond haar vijftiende, toen ze de jongens ontdekte: ‘rouwdouwers, motherfuckers die de hele dag racistische grappen maakten en thuis op hun kamer porno keken’. Ze laat zich door die motherfuckers graag versieren, zodat haar klasgenoten haar al snel als ‘slettebak’ zien. Ook als volwassene is ze graag in het gezelschap van mannen, maar dan wel tegen betaling. Een riskant baantje, want hoe betrouwbaar zijn al die types die ze in kroegen oppikt? En hoe bevredigend is haar leven als ‘telefoonhoer’?

Hoogste tijd kortom voor een andere omgeving. Vakantie! Ze belandt in Indonesië op aanraden van een of andere ‘pipo’, maar ook daar houdt het niet op. Kakkerlakken, wasbakken zonder afvoer, wegen vol kuilen, en nergens is een leuk terrasje te vinden. Dan maar snel de oversteek naar Thailand maken. Ergens halverwege, in de Zuid-Chinese Zee, begeeft de boot het en belandt Florianne op een motorbootje met een paar ‘kut-Chinezen’. Ze wordt afgezet bij een Chinese rivier, waar ze niet alleen een gestrand VOC-schip aantreft, maar ook vijf Nederlandse bemanningsleden, in zeventiende-eeuwse kleding.

Hier neemt de toch al eigenaardige novelle een vreemde wending. Van een stadse, leeghoofdige meisjesgeschiedenis belanden we pardoes in een verhaal over een VOC-schip, compleet met galjoen, zeil, steng, ra en bovenkampagnedek. Het schip heet De Liefde, het bouwjaar is 1654. De kapitein – met wie Florianne, hoe kan het ook anders, een hete nacht beleeft – houdt vol dat De Liefde geen replica is, maar een echt retourschip. De vijf bemanningsleden leven naar eigen zeggen in 1678, zestien jaar na het kapseizen van het schip.

Lieske, die in 2001 de Libris Literatuurprijs won met de roman Franklin, speelt hier met tijd en werkelijkheid – en met de historische feiten. Want het enige VOC-schip met bouwjaar 1654 was de ‘Arnhem’ die in 1662 op ongeveer 400 km ten noordoosten van Mauritius verging in de Indische Zee – een heel andere zee dus. Dat geschuif met feiten is geen enkel bezwaar, als het een hoger doel dient, maar ik zie hier niets hogers of diepers. Retourschip De Liefde is, ook in het zeventiende-eeuwse gedeelte, een onthutsend oppervlakkig verhaal dat van quasi vlotte formuleringen aan elkaar hangt. Het is aan een vrouw gewijd die misschien sneu is, maar werkelijk niets origineels te melden heeft. Er zit dan ook maar één ding op met dit vergeten kind: zo snel mogelijk opnieuw vergeten.