Een kunstenaar zonder geheugen, met een potlood als houvast

Een van de covers van The New Yorker die Johnson maakte voor ze haar geheugen verloor. The New Yorker

Een grote aaneenschakeling van losse, onsamenhangende flarden. Zo ziet het leven eruit van Lonni Sue Johnson (64), een illustrator wier hippocampus acht jaar geleden ernstig werd aangetast door een virus. Ze kan niets onthouden dat langer dan vijf minuten eerder gebeurde. Haar potlood is haar enige houvast.

Deze longread van the New Yorker beschrijft hoe het is om te leven met een ernstige vorm van geheugenverlies. Artsen die haar al jaren behandelen, moeten zich iedere keer opnieuw voorstellen en haar zus en moeder moeten haar voortdurend verzorgen. Hoewel ze zo ziek is dat ze zich niet de impact van haar ziekte kan voorstellen, is het duidelijk dat ze ernstig gehandicapt is. Wetenschappers doen uitvoerig onderzoek naar Johnson en hopen zo meer zicht te krijgen op de vraag hoe ons geheugen werkt.

Het artikel beschrijft ook hoe haar aandoening zich vertaalt naar haar kunst. Voor het virus toesloeg was Johnson een succesvol illustrator: ze maakte illustraties voor ansichtenkaarten die te koop waren in het Museum of Modern Art (MoMA) en covers voor The New Yorker. Nu helpen tekeningen haar om grip te krijgen op haar leven. Ze heeft een voorkeur voor tekeningen met raadsels - raadsel die nooit op te lossen zijn, want ze krijgt ze nooit af. Maar ook haar wilde, associatieve creativiteit en haar vermogen tot abstractie blijken nog niet verdwenen.

Lees het hele artikel in The New Yorker: Life Lines. An artist with amnesia (10.000 woorden, leestijd circa 45 minuten).