Diepenheim laat de kunst overal bloeien

Kunstvereniging Diepenheim heeft de tegenslag van de bezuinigingen overwonnen. Er is meer kunst te zien dan ooit.

De Boomtuin die kunstenaar Jeroen Kooijmans in 2013 voor Kunstvereniging Diepenheim maakte. Foto Joop Hoogeveen

In een weiland even buiten het Twentse stadje Diepenheim staat een 250 jaar oude eik met een wenteltrap eromheen. Wandelaars of fietsers die omhoog klimmen wacht een verrassing: plots bevinden ze zich in een dromerige, verborgen tuin met mossen, varens en andere planten. Zittend op een bankje met uitzicht op de weilanden kunnen ze tegelijkertijd intimiteit en weidsheid ervaren.

Kunstenaar Jeroen Kooijmans maakte dit project op basis van een artistiek onderzoek in opdracht van Kunstvereniging Diepenheim. Het is een van de vier zogenoemde ‘Non Urban Gardens’ waarmee de kunstvereniging haar werkgebied de afgelopen jaren verder heeft uitgebreid. „Je kunt onze werkwijze vergelijken met een steen die in het water wordt gegooid en steeds grotere kringen veroorzaakt”, zegt Michiel van der Kaaij, intendant bij de kunstvereniging.

Wat 25 jaar geleden begon als een galerie op zolder, een initiatief van twee kunstliefhebbers, is nu een aaneenschakeling van plekken in de binnen- en buitenruimte van Diepenheim waar kunst wordt gemaakt en getoond. Een ‘Gesamtkunstwerk’ waar zo’n beetje de hele gemeenschap van het 2.700 inwoners tellende ‘stedeke’ bij betrokken is.

Maar wacht even – Diepenheim? Was dat niet die kunstvereniging die in 2013 zijn rijkssubsidie van ruim 2 ton verloor en met de ondergang bedreigd werd? Hoe is het dan mogelijk dat de kunstvereniging lijkt te bloeien als nooit tevoren? Met een recentelijk gerenoveerd hoofdgebouw voor kunsttentoonstellingen en een apart centrum voor tekenkunst, het Drawing Centre. Met overal kunsttuinen, waaronder drie van herman de vries, die Nederland dit jaar op de Biënnale in Venetië vertegenwoordigt. Met een pas geopende werkplaats waar zestien kunstenaars tijdelijk als artist-in-residence kunnen wonen en werken. En met een nieuw kantoor voor de intendant en zijn medewerkers in een al even nieuw cultuurcentrum.

Het wegvallen van de rijkssubsidie werd deels gecompenseerd door het Mondriaan Fonds, zegt Van der Kaaij. Ook de provincie en de gemeente geven nog steeds steun. En de Kunstvereniging ging ook voor het eerst entreegeld vragen, 3 euro.

Verder is het vooral een kwestie van slim samenwerken. De intendant: „Zo’n tien jaar geleden dreigde een aantal historische gebouwen in het dorpshart te verdwijnen. Een aantal actievelingen heeft toen gelobbyd bij de gemeente voor verbouwing van die panden tot een centrum waar we voorzieningen als horeca, vergaderruimte en een theaterzaal met andere culturele en maatschappelijke instellingen konden delen. Dat is gelukt. Ook de nieuwe Werkplaats Diepenheim met artist-in-residenceplekken delen we.”

Een paar weken geleden logeerde daar kunstenaar Dieke Venema, om een grote betonnen sculptuur te maken voor de groepstentoonstelling ‘Waar de hand zingt’, die afgelopen weekeinde opende. Curator Arno Kramer bracht het werk van 23 kunstenaars samen. Hij liet zich inspireren door dichtregels van Breyten Breytenbach over het creatieve maakproces: Ga verder / ga naar de uiterste rand van het denken / naar waar de hand zingt. Veel van de tekeningen, wandkleden, foto’s en installaties laten iets zien van het vakmanschap waarmee kunstenaars te werk gaan.

Een groep jongeren loopt geïnteresseerd rond. Het blijken kunststudenten uit Enschede te zijn. „Het vaste kunstpubliek weet ons wel te vinden”, zegt Van der Kaaij, „maar we willen ons ook meer richten op toeristen. Sinds kort hebben we een eigen fiets- en wandelroute langs al onze tuinen. We hopen dat die mensen nieuwsgierig worden en ook onze tentoonstellingen komen bekijken.”

Een sterke troef zijn de tuinen van herman de vries. Door zijn deelname aan de Biënnale leeft de aandacht voor zijn werk op. „Een van onze grondleggers verzamelt zijn werk”, zegt Van der Kaaij. „Hierdoor bestaat er een langjarige relatie tussen hem en de kunstvereniging, waar al veel moois uit is voortgekomen.”