Column

De soft power van het harde Rusland

Natuurlijk kon Rusland zien aankomen dat het deze keer een nederlaag zou lijden tegen de voorvechters van gelijke rechten voor homo’s. Russische VN-diplomaten zijn slim genoeg om te weten of een resolutie kans maakt om aangenomen te worden of niet.

En toch lieten ze het dinsdag bij de Verenigde Naties aankomen op een stemming, over een resolutie die moest verhinderen dat partners van homo’s die bij de VN werken op dezelfde rechten aanspraak kunnen maken als partners van hetero’s. Het liep uit op een afstraffing van de Russen – en „een belangrijke bureaucratische zege voor de homobeweging”, zoals een Amerikaanse journalist schreef.

De Russische resolutie tegen gelijkstelling van homopartners kreeg steun van slechts 43 landen – waaronder China, India, Saoedi-Arabië en veel Arabische en Afrikaanse landen. Een ruime meerderheid van tachtig landen stemde vóór gelijke rechten voor homo’s bij de VN: van de EU tot de VS, de meeste Latijns-Amerikaanse landen, Japan, Zuid-Afrika en Rwanda. Nog eens 37 landen wilden hun vingers niet aan de kwestie branden en onthielden zich van stemming, zoals Thailand, Kenia, Monaco en Suriname.

Je zou denken dat Poetin liever had voorkomen dat hij voor het oog van de wereld het onderspit delfde tegen de homolobby. Maar nee. Zijn diplomaten stuurden juist aan op de stemming – en daarmee op hun voorspelbare nederlaag. Misschien vonden ze het helemaal niet zo erg om te verliezen. Misschien ging het hun er niet om hun zin te krijgen, maar wilden ze via deze stemming vooral een punt maken: Rusland staat voor traditionele waarden, Rusland gaat voorop in de strijd tegen de decadentie van het Westen.

Sinds de Russische annexatie van de Krim, en de destabilisering van het oosten van Oekraïne, is vaak gezegd dat Rusland heeft bewezen dat ook in Europa alles uiteindelijk draait om militaire macht, om ‘hard power’. Poetin zou voor eens en voor altijd hebben afgerekend met het idee, vooral populair in Europa en de VS, dat ‘soft power’ zo belangrijk is – het vermogen om landen en hun bevolking voor je te winnen, niet met wapens en dwang, maar door de aantrekkingskracht van cultuur, politieke waarden en een buitenlandse politiek met een moreel fundament. Het Westen zou het belang van soft power zwaar hebben overschat. Want staat het Westen, met zijn mooie waarden, nu het er op aankomt niet machteloos tegen de wapens van de Oekraïense separatisten en hun Russische helpers? Heeft Poetin dus niet veel beter begrepen dan Obama en die zachte eitjes in Europa dat macht nog altijd uit de loop van een geweer komt?

Rusland heeft onder Poetin veel geïnvesteerd in zijn militaire vermogen. En daar profiteert het nu van. Maar Rusland ziet tegelijk het belang van soft power – ook al is het er niet rijk mee bedeeld, en ook al voert Poetin een hard en autoritair beleid in binnen – en buitenland.

Volgens de bedenker van het concept soft power, de Amerikaan Joseph Nye, werkt het het best in combinatie met hard power (militaire en economische macht). Daar streeft Poetin ook naar. Met zijn interventie in Oekraïne heeft hij veel soft power verspeeld. Maar dat Rusland zich opwerpt als uitdager van de liberale wereldorde, als verdediger van het recht van landen er hun eigen traditionele waarden op na te houden, spreekt sommige landen bijzonder aan. Zoals bleek bij de stemming over homorechten bij de VN.

Ook in Europa voelen groepen zich aangesproken door de conservatieve levensbeschouwelijke agenda van Poetin en zijn verzet tegen de Europese Unie en alles waar die voor staat. Op het Front National, de Lega Nord en andere rechts-populistische partijen hebben zulke ideeën grote aantrekkingskracht.