De politie kent de regels niet echt. Dus waarom zou je luisteren? Doe de Wetboek-test:

Kennen agenten de wet? Niet echt, blijkt uit onderzoek van de inspectie. De testresultaten zijn verontrustend.

Twee agenten gaan een huis binnen om iemand aan te houden in opdracht van het OM. Daar staat een sporttas die naar hennep ruikt. Mogen ze de tas openmaken?

Slechts 9 procent van de Nederlandse agenten weet het goede antwoord op deze vraag. Dat is B: ja, na inbeslagname van de tas. Maar ruim eenderde denkt dat het mag op grond van de opiumwet, meer dan de helft denkt dat het helemaal niet mag.

De score lijkt al beter op de vraag of de twee agenten een kledingkast mogen openen, omdat ze denken dat de verdachte zich daarin heeft verstopt. Die vraag beantwoordde 37 procent goed: nee, dat zou ‘doorzoeking’ zijn. Maar omdat het een ja/nee-vraag betreft, is die score dus lager dan de gokkans.

Deze vragen komen uit een onderzoek van de Inspectie van Veiligheid en Justitie dat woensdag is gepubliceerd. De inspectie wilde weten hoe het gesteld is met de basisvaardigheden van de Nederlandse politie: kennis over wanneer ze welke bevoegdheden mogen gebruiken. Die kennis blijkt gebrekkig. Agenten leren deze bevoegdheden wel in hun opleiding, maar houden die kennis daarna niet bij. En dan blijkt het weg te zakken.

De test was speciaal ontwikkeld

De inspectie onderzocht de vaardigheden met een test die speciaal is ontwikkeld in samenwerking met de politieacademie. Een representatieve steekproef van 361 agenten deed mee met het onderzoek. De agenten beantwoordden 69 procent van de vragen goed. Maar, waarschuwt de inspectie, dat staat niet gelijk aan een rapportcijfer 7. Omdat het meerkeuzevragen zijn, is de gokkans al 35 procent.

De inspectie vergelijkt de uitkomst met die van de jaarlijkse kennistest over geweldsbeheersing. Die is verplicht, en daarvoor is de grens 75 procent. Iedere agent die minder dan driekwart van de vragen goed heeft, zakt en moet herexamen doen. Als die norm op deze test zou worden toegepast dan zou slechts een kwart van de deelnemers geslaagd zijn. Veel deelnemers zeiden achteraf tegen de inspectie dat ze de vragen lastig vonden, en hadden moeten gokken.

Sommige agenten zeiden ook dat het kennistekort in de praktijk niet veel problemen oplevert. Wetsartikelen worden er achteraf bijgezocht, en als blijkt dat ze iets hebben gedaan waartoe ze niet bevoegd zijn, bieden ze gewoon excuses aan. Maar de inspectie denkt daar heel anders over. Als agenten niet precies weten wat ze mogen doen, kan dat leiden tot escalatie van conflicten omdat burgers zich terecht verzetten. Ook is verkeerd verkregen bewijsmateriaal vaak onbruikbaar in procedures – met alle kosten en frustraties van dien – en laten agenten aan de andere kant ook vaak ten onrechte zaken lopen. Daarnaast helpt het voor het gezag van agenten als zij hun werk met meer zelfvertrouwen uitvoeren.

Dit is geen nieuw probleem. Al in 2006 publiceerde de Raad van Hoofdcommissarissen een rapport waarin staat dat de basiskennis bij politieagenten te wensen overlaat. Naar aanleiding van dit rapport werd de zogeheten profcheck als oplossing naar voren geschoven: een test in de vorm van een videogame, waarmee politieambtenaren op eigen initiatief hun basiskennis kunnen toetsen. Uit een evaluatie van 2012 blijken medio 2011 in totaal 1.327 profchecks te zijn opgestart. Ter vergelijking: op dit moment werken er 60.000 mensen bij de nationale politie.

Een woordvoerder van de politie noemt de test „een momentopname” en zegt dat het altijd moeilijk is om „geroutineerd werk in theoretische antwoorden te vatten”. De woordvoerder geeft wel toe dat er ruimte is voor verbetering. „100 procent is natuurlijk nooit haalbaar, maar dat het beter kan, is duidelijk.”