De ouderwetse meester Machado geeft te denken

‘Mijn meester beweerde dat na de waarheid niets zo mooi is als fictie,’ schrijft Juan de Mairena halverwege het aforismenboek dat nu in het Nederlands is verschenen. ‘Dat grote dichters mislukte filosofen zijn. Dat grote filosofen dichters zijn die in de realiteit van hun gedichten geloven.’

Juan de Mairena was een pseudoniem van Antonio Machado, een van de grootste Spaanse dichters van vóór de Burgeroorlog. ‘Mijn filosofische ik’, zo heeft hij hem ooit genoemd. Net als Fernando Pessoa, die er in Portugal in diezelfde tijd een onuitputtelijke reeks heteroniemen op nahield, zocht Machado in dit alter ego een uitlaatklep voor de wijsgerige, politieke, literaire en cultuurkritische stemmen die hij in het onder eigen naam gepubliceerde dichtwerk niet kwijt kon.

De bundel waarin Machado in 1936 de stukjes bijeenbracht die ‘Mairena’ de voorafgaande jaren in kranten gepubliceerd had, is meer dan alleen een verzameling spreuken of mini-betogen.

Mairena zelf krijgt er gestalte in als leraar die al die wijsheden aan zijn leerlingen voorhoudt, die net als Machado (zelf ook leraar) toneelstukken schrijft en die intensief commentaar levert op de klassieke Spaanse literatuur. Net als Machado is hij een ouderwetse ‘meester’ met moderne ideeën, niet ongevoelig voor de nodige (zelf)spot.

Niet alles wat Mairena/Machado in deze bundel schrijft is even aansprekend. Soms zijn zijn filosofische opmerkingen te gedateerd om nog prikkelend te zijn, soms missen zijn mini-beschouwingen een pointe. Een Nietzsche, aan wie de vorm van deze bundel duidelijk denken doet, was Machado niet.

Maar vaak genoeg schitteren er op deze bladzijden verrassende inzichten, meer bedoeld om de lezer aan het denken te zetten dan om definitieve waarheden te verkondigen. Is verbreiding van de cultuur wel zo’n goede zaak; leidt die, net als in de Tweede Wet van de Thermodynamica, niet juist tot steeds grotere chaos en entropie? – zo vraagt Mairena zich af. Of: is het wel waar dat de werkelijkheid bestaat uit tegendelen, zoals veelal wordt gedacht. Want wat is dan het tegendeel van een roos? – een komkommer?

In de nogal hoekige vertaling die nu verschenen is, komt de spitsheid van Machado niet altijd goed tot haar recht. Dat is spijtig, want het boek geeft met zijn dwarse en soms ongemakkelijke visies een hoop te denken. ‘Neem niets van wat jullie uit mijn mond horen al te serieus’, zegt Mairena tegen zijn leerlingen. ‘Het zelfvertrouwen waarmee ik jullie soms toespreek is slechts schijn.’ En dan, vol ironie: ‘Het zijn de onhebbelijkheden van een kleinsteeds of provinciaals mannetje.’