90-jarige Boulez geëerd met schitterende concerten

Foto AFP

Componist en dirigent Pierre Boulez, boegbeeld van de Darmstadt-generatie, scherpzinnig denker en mild geworden iconoclast, werd gisteren 90. In Amsterdam klonk verdeeld over twee concerten een greep uit zijn kleine oeuvre: het volledige pianowerk en een keuze uit de kamermuziek. Weergaloze muziek . Aan het begin van zijn carrière componeerde Boulez hoofdzakelijk voor zijn eigen instrument, de piano. In razend tempo bouwde hij Schönbergs twaalftoonsrevolutie uit tot totaal serialisme. Toen dat een doodlopende weg bleek legde Boulez, halverwege de twintig, de rode draad van zijn gehele oeuvre bloot: de spanning en wisselwerking tussen organisatie en vrijheid. Die ontwikkeling liet zich goed volgen in het chronologische, door henzelf aanstekelijk toegelichte pianoprogramma van Pierre-Laurent Aimard en Tamara Stefanovich. Dat begon met de woeste, zeer vroege 12 Notations (1945) en liep via de eerste twee Pianosonates naar het voorzichtige openvormexperiment van Pianosonate nr. 3 en uiteindelijk de triomf van Structures II (1956/1961) voor twee piano’s. Aimard, met zijn koele, klaterende, volkomen heldere stijl, is de ideale Boulez-interpreet, maar Stefanovich, met meer bravoure en een donkerdere toon, deed niet voor hem onder. Haar eruptie van clusters aan het slot van Structures II voor twee piano’s was magistraal. Zulk vitaal geweld is bij Boulez nooit ver weg, evenals een onderstroom van desolate sensualiteit. Om de keuzemogelijkheden die Boulez uitvoerders biedt te onderstrepen speelde het Nieuw Ensemble het stuk Éclat tweemaal. Onder Ed Spanjaard bleek hoe genuanceerd de mysterieus resonerende stasis en de wervelende klankuitspattingen van kleur kunnen verschieten. Schitterend was ook Le marteau sans maître (1953-55), dat Boulez laat horen in optima forma: ideeën van wiskundige precisie verpakt in zinnelijke klank.