Stamgast Nasty Nigel vertolkt de Engelse hang naar nostalgie

Nigel Farage, Verenigd Koninkrijk De anti-Europese UKIP groeide onder zijn charismatische en authentieke leiding uit tot een brede, hardrechtse partij. De gevestigde politiek neemt hem inmiddels serieus, maar hoe lang wil Nigel Farage de partij eigenlijk nog leiden?

Het gebeurt zelden dat Nigel Farage, partijleider van de UK Independence Party, op sympathie van zijn opponenten kan rekenen. Maar zondag moest hij, met zijn gezin, vluchten uit een van de pubs in zijn woonplaats Downe toen linkse demonstranten hem belaagden.

Het voorval toont hoe omstreden Farage in korte tijd is geworden. Twee jaar geleden nog, op het partijcongres in Exeter, was er minimale beveiliging, zelfs geen officiële deelnemerslijst. Eind februari op het congres in Margate stonden er bij de ingang bewakers, buiten de hekken werd er een rumoerig protest gehouden met borden over ‘Nasty Nigel’ en diens strenge immigratievoorstellen.

Het laat ook zien dat Farage’s tegenstanders hem inmiddels net zo serieus nemen als zijn aanhang. Uit de peilingen blijkt dat UKIP in stemaantallen de derde partij van het land is geworden. Niet langer wordt er laatdunkend gedaan, gezegd dat het onder het Britse kiesstelsel toch nooit wat zal worden met UKIP.

Want ze zal over 43 dagen bij de Lagerhuisverkiezingen niet het dubbele aantal zetels krijgen waar de partijaanhang van droomt. In het Verenigd Koninkrijk telt niet het percentage stemmen, maar het aantal gewonnen kiesdistricten. En de people’s army, zoals de UKIP’ers zichzelf noemen, wonen te verspreid door het land. Zoals het er nu naar uit ziet, komt de partij op drie tot zes zetels. Zeker niet genoeg om in het Lagerhuis van 650 zetels Nigel Farage premier te maken, noch de partij een doorslaggevende rol te geven in een coalitieregering. Gedoogsteun aan de Conservatieven, die hoogst waarschijnlijk een minderheidsregering moeten vormen, is wel een mogelijkheid.

Maar UKIP heeft dat niet nodig. Voor een partij die tot oktober géén Lagerhuisleden had, is zij ongewoon succesvol in het beïnvloeden van het regeringsbeleid. UKIP wil het Britse lidmaatschap van de Europese Unie opzeggen. Dat is inmiddels zelfs onder een aantal Conservatieve kabinetsleden bon ton. Als David Cameron opnieuw premier wordt, komt er een referendum over het EU-lidmaatschap – UKIP-speerpunt sinds de oprichting in 1993. UKIP wil beperking van het aantal immigranten. Ook dat is niet langer een taboe: de regering heeft de visumregels aangescherpt, en de bijstandsregels voor EU-migranten. „Ze spelen op ons veld”, zegt Farage.

Verzet tegen EU als raison d’être

„Ik vergat te zeggen dat David Cameron een sleutel is tot het succes van UKIP”, mailt Godfrey Bloom, tien jaar lang Europarlementariër namens UKIP, uit de partij gezet nadat hij vrouwen „sletten” had genoemd. „Als hij niet zo slecht was geweest, was er geen UKIP geweest.” Inderdaad heeft de onvrede onder Conservatieven over de vermeende zachte koers die Cameron door zijn coalitie met de Liberaal-Democraten zou hebben ingezet veel lokale partijleden doen overstappen. En het heeft de revolte onder zijn parlementariërs doen groeien over typisch rechtse thema’s. Onder druk van beide deed Cameron concessies.

Maar het is aan Nigel Farage te danken dat UKIP uitgroeide tot de partij die zij nu is. Oppositie tegen de EU was UKIP’s raison d’être, maar onder zijn leiding verbreedde vanaf 2006 het partijprogramma. Grip op de Britse kiezer kreeg de partij in 2010 toen Farage profiteerde van de stemming onder de kiezers, die het gevoel hebben dat de generatie van hun kinderen het niet beter zal krijgen. Hij ging zich richten op de thema’s die populistische partijen elders in Europa ook populair maken: nationalisme, protectionisme, een afkeer van politieke elites, en vooral immigratiebeleid.

Dat trekt niet alleen Conservatieven met een nostalgische hang naar het verleden, maar ook Labour-stemmers die zich ‘in de steek gelaten’ voelen, en het hardst werden geraakt door de crisis en bezuinigingen. En kiezers die zich de afgelopen decennia helemaal niet door Westminster vertegenwoordigd voelden.

„Ik was na de moord op Pim Fortuyn in Rotterdam. Hetzelfde soort mensen dat daar in de rij voor het condoleanceboek stond, is nu gecharmeerd van UKIP”, vertelt Ed McMillan-Scott, die tot vorig jaar in het Europees Parlement zat, eerst namens de Conservatieven, daarna voor de LibDems, en Farage daar vanaf 1999 meemaakte. Hij zegt: „Dit is een fenomeen dat ik niet eerder zag in dit land.”

Tot zijn verbazing blijft Farage populair, hoewel „hij niets doet in het Europarlement”, ondanks talloze blunders, interne gevechten, en wegens discriminatie ontslagen partijleden. „Mensen zeggen aan de deur niet dat ze UKIP stemmen, maar Nigel. Zijn persoonlijkheid is de cut through, zoals we vroeger op het Conservatieve partijkantoor zeiden.”

Hardrechtse partij

UKIP-oprichter Alan Sked heeft geen goed woord over voor de koers van Farage. Aan de telefoon begint hij zijn tirade zo: „UKIP zit vol racisten, met vooroordelen tegen moslims, zwarten, homo’s en buitenlanders, vol mensen die niet erg intelligent zijn en denken dat de jaren vijftig verheerlijkt moeten worden.”

Sked is hoogleraar internationale geschiedenis aan de London School of Economics. UKIP, vertelt hij, was het antwoord op het Verdrag van Maastricht (1991) en had als enige doel het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie te halen. „Ik had geen idee dat het een hardrechtse partij zou worden. We hadden zo’n 15 beleidspunten: landbouw herinner ik me, en huisvesting. Maar niets over immigratie, dat was geen kwestie.”

„Nigel was welbespraakt. Hij was naar een goede school geweest, had een goede baan in de City. Misschien naïef, maar ik dacht dat hij een intellectueel was.”

Farage werkte tot 2003 als grondstoffenhandelaar op de London Metal Exchange, onder meer bij de Amerikaanse investeringsbank Drexel Burnham Lambert en Crédit Lyonnais. Dat omschrijft hij tijdens bijeenkomsten met kiezers nu als: „Ik kocht brokjes en stukjes die andere dingen maakten, die bijvoorbeeld in uw wasmachine zitten.”

Hij is niet zo gewoon als kiezers geloven dat hij is. Farage’s vader (de achternaam komt van Franse Hugenoten die in de zeventiende eeuw naar Engeland vluchtten) werkte eveneens in de City, en stuurde zijn zoon naar een privéschool, dezelfde waar Farage’s eigen zoons heengaan. Toen hij met Lagerhuislid Douglas Carswell een McDonald’s bezocht, moest hem worden verteld wat een McFlurry is (een ijsje).

Na bijna zestien jaar in het Europees Parlement, en in totaal zeven jaar als partijleider, is hij bovendien geenszins een politieke buitenstaander. Al zegt hij daarop dat het hem juist „bewuster heeft gemaakt dat carrièrepolitici hun best doen de wil van het volk te negeren”.

Stamkroeg George & Dragon

En wie Downe bezoekt, waar Farage „om de hoek van mijn moeder” woont met zijn tweede vrouw – tevens secretaresse – Kirsten, een Duitse, en vier kinderen, treft geenszins een UKIP-trekpleister, een ietwat verlopen markt- of kustplaats met een working class-kern. Downe is een typisch Ye Olde English dorpje, met cottages met witte hekjes en rozen, en schapen en paarden – al ligt het officieel in Londen. Waar op zaterdag de grasmaaimachines klinken, wielrenners in lycra uitrusten onder de grote boom voor de vijftiende-eeuwse kerk, toeristen het huis van Charles Darwin bezoeken. En met twee pubs, beide geprezen door de campagnegroep voor Engels bier.

Farage is stamgast van de George & Dragon. Het beeld dat van hem bestaat, van de joviale buurman die in de pub zijn wijsheid deelt, klopt, zeggen ze daar. „Mate, dat is absoluut geen strategie. Dat is Nigel: wat je ziet is wat je krijgt”, zegt Gawain Towler, al ruim tien jaar Farage’s woordvoerder. „Die pint in zijn hand is een symbool geworden, zoals Wilsons pijp of Churchills sigaar. Als het aan mij ligt, zou hij met vlierbloesemlimonade of kruidenthee worden gefotografeerd. Desnoods met koffie.”

Het voedt de geruchten dat Farage alcoholist is. Wie een dag met hem optrekt, weet dat de lunch, thee en avond aan de toog zijn, zoals de Engelsen in de jaren tachtig nog hun werkdagen doorbrachten. Vriend en vijand wijzen allemaal op zijn alcoholgebruik; de eerste grappend, de tweede als voorbeeld dat er een grens zit aan Farage’s succes.

Zoals zowel loyale partijgenoten, als opgestapte partijprominenten en opponenten consequent vertellen dat Farage niet kan delegeren. „Experts krijgen nooit enig krediet, dat ergerde me vreselijk”, zegt bijvoorbeeld Europarlementariër David Campbell Bannerman, die overstapte van UKIP naar de Conservatieven. „Een oud-onderzeebootcommandant hielp bij het defensiegedeelte van het partijprogramma. Dat Nigel dat nu ‘onzin’ noemt, is diep diep beledigend.”

Mensen zeggen aan de deur niet dat ze UKIP stemmen, maar Nigel. Zijn persoon- lijkheid is de cut through.

Ed McMillanScott voormalig lid Europarlement voor UKIP

„Tussen 2010 en 2013 liet hij de details los, dat was heel positief, we konden professioneler worden. Nigel moet er voor het grote geheel zijn”, zegt Peter Reeve, verantwoordelijk voor het regionale beleid van UKIP. „Nu vallen we weer terug in oude gewoontes. Maar ja, de details zijn nu ook wel erg belangrijk.” Nathan Gill, Europarlementariër voor Wales, vertelt hoe Farage naar hem toekwam en zei: „Jij wordt leider voor Wales.” Daar was geen discussie over mogelijk, noch bedenktijd. „Vijf minuten later vertelde hij het de zaal.”

Daarin schuilt gevaar. Farage schuift regelmatig beleidswoordvoerders ter zijde. En omdat er geen tot in de details uitgewerkt partijprogramma is, kan dat ook. „Ik heb geprobeerd beleid uit te werken, maar dat werd steevast door Nigel genegeerd. Het heeft zijn voorkeur om op de achterkant van een sigarettenpakje een programma te schrijven”, zegt Campbell Bannerman. „Enige kritiek, en je lidmaatschapskaart wordt doorgeknipt”, zegt Bloom.

Huidige partijleden roemen het charisma van Farage, zijn authenticiteit. Maar privé voorspellen sommigen dat hij niet lang leider blijft. Andere talenten zijn opgestaan, met name Douglas Carswell, de voormalige Tory die UKIP haar eerste zetel leverde, en die deze in mei zeker zal behouden.

Terwijl Farage nog echt moet vechten om de zetel in South Thanet, niet het meest UKIP-vatbare district. Binnen de partij waarschuwden ze hem dat hij beter een makkelijker te winnen district kon kiezen. Hij negeerde het advies.