Minder greep politiek op kunstsubsidies Amsterdam

Amsterdam wil de politiek op grotere afstand plaatsen van culturele instellingen. Dat blijkt uit de Contouren voor het Kunstenplan 2017-2020 die cultuurwethouder Kajsa Ollongren (D66) vandaag heeft gestuurd aan de gemeenteraad. De politiek moet zich volgens het college van burgemeester en wethouders bezighouden met de hoofdlijnen van het cultuurbeleid en niet met de toekenning van individuele subsidies aan musea, theaters en gezelschappen.

Er komt in Amsterdam een basisinfrastructuur waarin de ‘essentiële cultuurinstellingen’ een plek krijgen. De gemeenteraad zal in november over de selectie beslissen. Alle andere instellingen moeten voor hun subsidie aankloppen bij het Amsterdams Fonds voor de Kunsten. De gemeenteraad heeft op die toekenningen geen invloed. Het Fonds mag niet te veel eisen stellen. „Het systeem moet eenvoudiger worden”, zegt Ollongren.

In het huidige kunstenplan ontvangen 141 Amsterdamse instellingen in totaal 83 miljoen euro aan subsidies. Daar komt vanaf 2017 7,6 miljoen euro bij, waarmee bezuinigingen van de vorige periode worden teruggedraaid.

De topinstellingen in de basisinfrastructuur moeten als mentor of coach meer de verantwoordelijkheid nemen over kleinere instellingen en talenten. Ollongren: „Meer samenwerking is nu ook al een doel, maar het is mondjesmaat op gang gekomen.”