‘Kraakverbod? Een boost voor antikraakbureaus’

Amsterdam voert de Wet kraken en leegstand uit. Maar de stad heeft er niet veel aan.

Sommige politici noemen hem tandeloos, de Wet kraken en leegstand die nu ruim vier jaar van kracht is. Vastgoedeigenaren bekritiseren juist de sanctiemogelijkheden erin. Vastgoedhoogleraar Hugo Priemus stelt vooral vast dat gemeenten hun wettelijke mogelijkheden onvoldoende gebruiken. Wie er echt profijt van hebben in zijn ogen? Antikraakbureaus, de ‘beheerders van leegstand’.

Het kabinet-Rutte I besloot eind 2010 tot strenger optreden tegen krakers. Het verhoogde de maximumstraf op kraken van woningen en bedrijfspanden van vier maanden naar een jaar. De kraker die geweld gebruikte of ermee dreigde, kon voortaan twee jaar cel krijgen.

De grote gemeenten waren tegen het kraakverbod. Leegstand moest worden aangepakt – om speculatie en verloedering tegen te gaan en mensen te huisvesten – en daarbij was kraken een goede stok achter de deur. Na een jaar leegstand mocht een pand worden gekraakt. Als de eigenaar een concrete bestemming voor zijn pand had, kon hij ontruiming afdwingen. Die praktijk was zo slecht nog niet, betoogden de gemeenten. Vergeefs.

Om leegstand ondanks het kraakverbod te kunnen aanpakken, bood de wet gemeenten een nieuw instrument: de leegstandsverordening. Vastgoedeigenaren moesten leegstand voortaan melden, en konden anders 7.500 euro boete krijgen. Toenmalig Amsterdams wethouder Maarten van Poelgeest (Ruimtelijke Ordening, GroenLinks) noemde dat „een lachertje”. Eigenaren zouden banger zijn voor een kraker dan voor zo’n boete.

Kantoren transformeren

De nieuwe woonwethouder, Laurens Ivens (SP), bevestigt dat de verordening weinig effect heeft. Wel kost uitvoering ervan veel tijd en mankracht. Daarom steekt de gemeente liever energie in welwillende eigenaren van lege panden, zegt hij. Want woonruimte is schaars in Amsterdam, en de leegstand van vooral kantoren (17 procent) groot. ‘Transformeren’ van kantoren in woonruimte leverde vorig jaar bijna een kwart van de nieuwe woningen op.

Het mag van Ivens wel sneller gaan, „goedschiks of kwaadschiks”. Bedrijven met leegstand hebben nog volop juridische mogelijkheden om ‘transformatie’ te frustreren en panden leeg te laten. Na een lange procedure kan zo’n eigenaar alsnog verkopen, waarop de gemeente met de nieuwe partij van voor af aan kan beginnen.

Maar kwaadschiks werkt niet, zegt Henno van Eijk, verantwoordelijk voor herbestemming van panden bij ‘bedrijfshuisvester’ Merin. „Sancties werken nooit. Oplossingen zoek je door met elkaar te praten.”

Antikraak

Hugo Priemus, emeritus hoogleraar volkshuisvesting aan de TU Delft, plaatst ook vraagtekens bij de effectiviteit van de Wet kraken en leegstand. Hij ziet gemeenten zonder leegstandsverordening, en zonder geld om leegstand aan te pakken. „Voor effectief leegstandsbeleid is kennis en ambtelijke capaciteit nodig. Daar wordt niet of nauwelijks in geïnvesteerd.”

De enige die echt een boost kregen van de nieuwe wet, zijn volgens Priemus de antikraakbureaus. Vastgoedeigenaren gaan ermee in zee om leegstand te verhullen en sancties te ontlopen. Het antikraakbureau beheert dan zo’n leeg pand door er tijdelijke huurders in te plaatsen op basis van een bruikleenovereenkomst. Ze hebben geen huurbescherming, kunnen geen onderhoud eisen en elk moment op straat worden gezet. „Volstrekt onaanvaardbaar”, vindt Priemus.

De Amsterdamse wethouder Ivens ziet het ook liever anders. „Leegstand past niet in een stad die jaarlijks groeit met 10.000 inwoners.” Maar hij blijft de wet toepassen, én de leegstandsverordening. Dat maakt de beperkingen ervan zichtbaar, meent hij, en dan kan hij bij minister Blok (Wonen, VVD) aankloppen. „En dan maar hopen dat er een krachtiger instrument voor in de plaats komt.”

Lees ook: In Amsterdam is een van de laatste krakersbolwerken ontruimd.