In video’s Zanisnik is het familieleven een farce

Bryan Zanisnik, still uit de video Aquarium Paintings, 2014

Pa zit strak in het pak – een zakenman, zo weggelopen van de beursvloer. Zijn kantoortuin bevindt zich op een stortplaats in de buurt van Philadelphia, de units zijn kantoorbrokstukken zonder dak, de inrichting is een allegaartje van gejutte schatten, een kantoortafel, een kapotte schijfmachine, een knus poezenschilderijtje aan de muur. Pa loopt doelgericht zijn sloopkantoor binnen, een fles worcestersaus in de hand. Ondertussen oreert hij, iets over vissenkommen en zoutwatervissen die niet in zoet water kunnen overleven. Het komt hier op neer: you have to decide which sort of fish you want.

Welkom bij Aquarium Paintings (2014), het nieuwste videowerk van de Amerikaanse kunstenaar Bryan Zanisnik (1979, New Jersey). Zanisnik betrad zo’n acht jaar geleden de kunstwereld met performances waarin hij zichzelf ongenadig wegzette als lulletje rozenwater. Nooit – zo werd wel duidelijk – slaagde deze jongeman erin om een sportmedaille boven zijn jongensbed te spelden. Nooit was hij populair bij de meiden. Vanaf 2009 vertolkte Zanisnik zijn familieleden en allengs bevolkten die familieleden zelf het werk.

Dat gebeurt zo overtuigend dat je Zanisnik kunt omschrijven – zo blijkt op de net geopende kleine solo in de Haagse projectruimte 1646 – als het beeldende equivalent van de Amerikaanse schrijver David Sedaris. Net als bij Sedaris, die zichzelf en zijn eigen familieleden zo absurdistisch de maat neemt, is ook bij Zanisnik het familieleven een farce, met een vader die voortdurend bezig is orde te scheppen maar ondertussen alleen maar chaos sticht, een moeder die veinst dat ze een normaal gezinsleven bestiert, en een loser van een zoon die als een decorstuk ligt weggepropt.

Zanisnik beklemtoont in zijn werk die wanorde én hij beteugelt haar. Met een scherp oog voor compositie, een gevoel voor esthetiek en razendsnelle montage valt hij nergens voor het cliché dat zo op de loer ligt in dit soort familieportretten. Audio en beeld lopen in zijn geënsceneerde ruïnes volstrekt niet synchroon – en dat is hier alleen maar logisch.