Het wordt heter en natter. Tijd om ons eens voor te bereiden

Het weer in Nederland wordt extremer. Daar kunnen we ons op voorbereiden, bijvoorbeeld met meer groen in de stad. Het kabinet wil met een plan komen.

De wetenschappelijke term is hittestress. In de zomer van 2003 kwamen in Parijs vijftienduizend zelfstandig wonende ouderen om. Dat zou bij ons ook kunnen gebeuren, als bijvoorbeeld bij hittegolven vrijwilligers niet langs de deuren van kwetsbare ouderen gaan. Dat laatste gebeurt tegenwoordig al in het Amerikaanse Philadelphia.

De klimaatverandering heeft veel gevolgen. De winters worden zachter, milder en natter. De zomers zullen soms heet en langdurig droog zijn, met af en toe hevige regenbuien, hagel en onweer. Waarschijnlijke gevolgen in deze eeuw zijn onder meer lokale overstromingen, uitval van elektriciteit, oogstschade en de verhuizing van tientallen diersoorten.

Het is volgens onderzoekers niet waarschijnlijk dat de klimaatverandering nog dit decennium leidt tot gebeurtenissen waarbij grotere aantallen mensen tegelijkertijd overlijden, zoals een overstroming door het bezwijken van een zeedijk of een pandemie. Eén ding is de komende tien jaar wel waarschijnlijk: hittestress. Vooral in de steden is het de komende jaren puffen geblazen, staat in een aantal rapporten dat deze week uitkwam.

Waarom in de steden? Om te beginnen is het „een mythe” dat Nederlandse steden niet heel veel warmer zouden zijn dan het omliggende platteland, doordat er relatief veel water is: vijvers, plassen. De temperatuur in steden kan acht graden hoger worden dan daarbuiten, stellen diverse onderzoeken. Water in steden heeft namelijk vaak juist geen verkoelend effect. „Vooral stilstaand water houdt warmte vast en kan ’s nachts zorgen voor hogere temperaturen dan in een gebied zonder water.”

Wie de hitte in de steden wil dempen, kan beter bomen planten en gras zaaien, stoeptegels uit tuinen en bedrijfsterreinen verwijderen en plantsoenen aanleggen. Canvas doeken ophangen. Of gebouwen met dubbele gevels uitrusten, liefst bekleed met groen.

Honderden onderzoeken

De bevindingen over water in de stad komen uit enkele van de honderden onderzoeken die de afgelopen jaren zijn verricht naar de effecten van klimaatverandering. „Nederland is onvoldoende voorbereid op klimaatverandering”, is de algemene conclusie. „Klimaatverandering geeft de mogelijkheid in het voorjaar wat eerder op een terras te zitten, maar de keerzijde is de toenemende heftigheid van weerextremen met schade aan onze gebouwde omgeving en infrastructuur.”

De resultaten van het onderzoek, gebundeld in Kennis voor Klimaat, vormen de opmaat naar een „nationale adaptatiestrategie” die het kabinet volgend jaar wil uitbrengen, een plan om zonder kleerscheuren de klimaatverandering door te komen.

Huizen op de dijk

Je aanpassen aan de klimaatverandering hoeft niet duur te zijn, blijkt uit het onderzoek. Het kan zelfs „meerwaarde” opleveren. Zoals de ontdekking dat sommige landbouwgebieden best wat zouter mogen worden, zonder dat de opbrengst van de gewassen daardoor lager uitvalt. Je kunt regenwater ’s winters opslaan om er ’s zomers de droogte mee te bestrijden. Bijvoorbeeld door dit zoete water op te slaan in lege gasvelden.

„We zijn morsig met zoet water”, aldus een onderzoeker. En een dijk, bijvoorbeeld, hoeft niet hoger te worden als de zeespiegel stijgt, maar wel breder en sterker. Zulke ‘doorbraakvrije’ dijken kunnen niet plotseling doorbreken. „Wel kan heel af en toe enig water over de dijk heen stromen.” Op zo’n sterke dijk kunnen huizen worden gebouwd, zoals in het Zuid-Hollandse Streefkerk. En bij de versterking kunnen historische dijkhuizen worden gespaard.

Je zou bijna zeggen dat klimaatverandering „kansen biedt”. Waterschappen moeten vaker wetenschappers raadplegen, om bijvoorbeeld tijdelijke waterkeringen te ontwerpen. Of om regenwater tijdelijk op te vangen op de daken van kassen, wat ook al gebeurt in het Westland. En slimme oplossingen zijn natuurlijk ook erg geschikt om als kennis te exporteren.

Tegelijk is er wel „klimaatbewustzijn” nodig, zoals dat wordt genoemd, want de risico’s van klimaatverandering zijn niet altijd even goed bekend. Niet iedereen beseft, bijvoorbeeld, dat er bij temperaturen boven de 23 graden aanzienlijk meer vertragingen op het spoor optreden. Dat bij ondergelopen elektriciteitsmasten ook de aansturing van bruggen niet meer werkt. En dat wegverzakkingen weer effect kunnen hebben op het drinkwaternet, riolering en elektriciteitsnetwerk.