Een cadeau in een krappe spijkerbroek en verschoten sweater

Ik wist niet dat winkelcentrum Oostpoort in Amsterdam-Oost gisteren haar eerste verjaardag vierde, anders was ik er geen boodschappen gaan doen. Iedereen was er gewoon zijn lamlendige ik totdat vanaf een versierde kar nabij het Stadsdeelkantoor opeens de heer Ruud van der Heijden tegen ons begon te schreeuwen. Ik kende zijn gezicht nog van de kerstshow in Winkelcentrum Diemerplein anderhalve kilometer verderop. Hij zong toen kerstliedjes, deed een dansje en presenteerde er een veiling voor het goede doel waarbij nul schilderijen werden verkocht.

Het geluid stond zo tetterend hard dat het niemand ontging dat Oostpoort jarig was en trakteerde. „Want bij een verjaardag hoorde een cadeautje.”

Het cadeau was een artiest.

Eentje die we echt allemaal leuk vonden.

Ruud: „Hij is niet voor de poes, hier is …..!”

Wolter Kroes dus, zo dachten ze over ons: dat we niet helemaal goed waren.

Ik keek naar het cadeau dat in een krappe spijkerbroek en verschoten sweater naar het feestje was gekomen. Wat dacht die man? Waarschijnlijk helemaal niets want hij maakte een entree alsof hij in een uitverkochte Amsterdam Arena stond en niet op een kar voor een man of veertig in de regen op het plein in winkelcentrum Oostpoort met z’n „Hal-lo zeg, Amsterdam!!!” en „Wat een feest zeg!”

Na het taalkundig twijfelachtige ‘Ik heb de hele nacht liggen dromen’ begon hij opeens tegen het lege plein te zeggen hoe graag hij in Oostpoort boodschappen wilde doen en ook zei hij de hele tijd ‘Wat leuk om hier te staan zeg!’

Wat hij bedoelde was: wat leuk dat ik tweeduizend euro voor deze onzin krijg.

Ik weet niet hoe u reageert als ze u ongevraagd een cadeau geven waar u niet op zit te wachten, maar ik was gisteren heel erg in een stemming van ‘Hou maar, neem maar weer mee, we vinden het niet mooi.’

Voor me stond Ruud in z’n feestpak als enige te swingen. Hij was van het type dat je meteen vastpakt als je tegen hem praat. Het maakte ook helemaal niet uit wat of ik tegen hem zei, hij ging er klakkeloos vanuit dat je het een groot feest vond.

Wolter Kroes ging steeds harder feest maken – „Ik ga gas geven!” – op het steeds legere plein en eiste dat we vingers opstaken. „Vingers omhoog als je verliefd bent! Vingers omhoog! Amsterdam, ik zie geen vingers!”

Natuurlijk niet, er staat niemand meer lul, dacht ik.

Ruud zei dat we dit cadeau van ‘de directie’ van winkelcentrum Oostpoort hadden gekregen. Als ik die wilde bedanken, kon ik ze het beste even opbellen, het nummer hing in etalages van alle niet verhuurde winkelpanden in dit jarige winkelcentrum.