Die zombiekip trekt wel de aandacht voor dat verdrag

Dank voor de belangstelling Arjen Lubach, maar TTIP dringt ons geen schaliegas, chloorkip en hormoonvlees op, schrijft Lilianne Ploumen.

Ruim anderhalf jaar lang lukte het niet om de Transatlantic Trade and Investment Partnership op de publieke agenda te krijgen, maar vorige week was TTIP, het handelsverdrag tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten, trending topic op Twitter. Daarmee is aan een van mijn beleidsprioriteiten aangaande dit verdrag voldaan: maximale transparantie. Mijn complimenten aan programmamaker Arjen Lubach. En aan de chloorkip, stralend middelpunt van alle belangstelling.

Die chloorkip is voor tegenstanders van TTIP het symbool van alles wat aan dat verdrag niet zou deugen. Kort samengevat: met TTIP geven wij Europeanen de macht over aan Amerikaanse multinationals. Die zullen ons overspoelen met schaliegas, kankerverwekkende melk, hormoonvlees en genetisch gemodificeerd voedsel, om maar wat te noemen. En vooral chloorkip dus.

Ik noem hem liever zombiekip, trouwens; hoe vaak je hem ook ombrengt, hij staat weer op en blijft door de discussie lopen. Al zolang de onderhandelingen lopen,benadrukken de betrokken overheden dat de chloorkip er geen onderdeel van uitmaakt.

En toch was hij daar weer prominent in beeld, bij Zondag met Lubach. Onuitroeibaar. Maar we blijven het proberen. De Duitse minister Gabriel zei het deze week nog en ik zeg het ook nog eens: Europa wil de chloorkip niet. Hij komt er niet. We willen het er zelfs niet over hebben in de onderhandelingen. En dat geldt voor al het bovengenoemde.

Maar er is genoeg om het wel over te hebben. ISDS bijvoorbeeld, wat staat voor Investor-to-State-Dispute Settlement, oftewel geschillenbeslechting tussen bedrijven en staten. Zulke systemen maken al zestig jaar deel uit van internationale investeringsverdragen. Juist voor Nederlandse bedrijven die over de wereld actief zijn, is investeringsbescherming van groot belang.

Tegelijk moet de beleidsvrijheid van overheden natuurlijk gegarandeerd blijven. De traditionele benadering van investeringsbescherming voldeed op dat punt niet meer. Die benadering heb ik nu van tafel gekregen. Begin dit jaar heb ik samen met een aantal collega’s voorstellen ingediend om de grip van de democratie op de mechanismes van investeringsbescherming te versterken. Voorbeelden: duidelijke garanties voor het behoud van beleidsruimte van overheden, hoge kwaliteitseisen aan onpartijdige arbiters en instelling van een permanent hof met een vaste lijst van arbiters die de arbitrage voor hun rekening nemen. De ene na de andere Europese collega valt me bij.

Het illustreert hoe ik kwesties als deze benader: TTIP en ISDS zijn geen zaken die ons overkomen. De VS kunnen ons niets opdringen, de EU is het grootste economische machtsblok in de wereld en laat zich niet dicteren. We zijn er zelf bij om verdragen als deze vorm te geven. En als we dat goed doen, hebben we er groot voordeel van. Sterker nog, ik ben hard bezig om ervoor te zorgen dat ook landen buiten de EU en de VS, met name ontwikkelingslanden, er maximaal voordeel van hebben.

Vanavond neem ik in Amsterdam deel aan een debat over TTIP in het kader van de globalisering. In dat bredere kader speelt eigenlijk dezelfde discussie. Enerzijds heeft globalisering de afgelopen kwart eeuw enorme voordelen gebracht. Niet alleen voor ons, in termen van welvaart, maar juist ook voor de groepen mensen voor wie ik ooit de politiek in ging. Ruim 1,2 miljard mensen zijn in die periode uit de extreme armoede getild. Deze generatie gaat een definitief einde aan de honger meemaken. Voormalige straatarme ontvangers van ontwikkelingshulp zijn nu zelfbewuste handelspartners.

Maar de gigantische winsten van die afgelopen kwarteeuw zijn niet eerlijk verdeeld. De groepen aan de onderkant zijn gemiddeld wel beter af, maar hun aandeel in de totale koek is juist geslonken. En nog maar twee jaar terug stortte de textielfabriek in Rana Plaza in en werden meer dan twaalfhonderd mensen bedolven onder het puin. Allemaal dingen die we veel beter hadden moeten doen. Want het zijn allemaal gevolgen van hoe wij dingen geregeld hebben of juist verzuimd hebben te regelen. Een woeste dynamiek als die van de globalisering vraagt bij uitstek om krachtige, assertieve overheden om die dynamiek in goede banen te leiden. Mijn opdracht en taak is dan ook niet om ontwikkelingen tegen te houden, maar om ze wèl goed en eerlijk te regelen.

Op een heel ander niveau is dat ook mijn ambitie met TTIP. Een goed en fair akkoord is namelijk gunstig voor iedereen – de consument, mensen die nu werkloos op de bank zitten, ons MKB én, als we het echt goed regelen, ontwikkelingslanden. Daarvoor heb ik draagvlak nodig. En draagvlak begint bij interesse. Iedereen die me helpt bij het genereren van die belangstelling is mijn vriend – Arjen Lubach bijvoorbeeld, en desnoods de zombiekip.

    • Lilianne Ploumen