Van Hove’s zegetocht overzee

Phoebe Fox als Catherine, Mark Strong als Eddie en Nicola Walker als Beatrice in A View from the Bridge. Foto Jan Versweyveld

Krachtig, kernachtig en sculpturaal, dat is Ivo van Hove’s regie van Arthur Millers A View from the Bridge (1955). De Londense hitproductie van The Young Vic, die werd gepromoveerd naar een grotere zaal op West End, is morgen eenmalig in vier Nederlandse bioscopen te zien. Britse critici struikelden al over de superlatieven voor de voorstelling. Grotendeels terecht: A View from the Bridge heeft een zeldzaam samengebalde energie, en monumentale allure.

Van Hove laat de tragedie van de gedoemde Italiaans-Amerikaanse dokwerker Eddie Carbone zich afwikkelen in een rechthoekige ruimte met publiek rondom; de omineuze belofte van een boksring. Geen enkel rekwisiet kent dit hagelwitte ontwerp van Jan Versweyveld. Daardoor gaat de aandacht volledig uit naar de fenomenale acteurs; naar hun gekwelde blikken, houding en gestiek, naar hun zwaarbelaste lichamen – letterlijk en figuurlijk.

Filmacteur Mark Strong torst het leed schitterend op zijn onmachtige schouders. Carbone beult zich af voor een hongerloon, waarmee hij zijn vrouw, nichtje en twee illegale Italiaanse logees, Marco en Rodolpho, onderhoudt. Hij is een eervol mens, met een probleem: verboden gevoelens voor zijn 17-jarige nicht. Die broeien, sluimeren en schiften van meet af aan onder het steriele oppervlak, door Strong verbeeld in bemoeiziek, al te bezitterig gedrag.

Als het nichtje verliefd wordt op Rodolpho borrelt Eddie’s paranoïde passie noodlottig naar de oppervlakte: hij geeft Marco en Rodolpho aan bij de immigratiedienst. Een fatale vechtpartij volgt. Van Hove en Versweyveld vonden een adembenemende, ijzingwekkende verbeelding van dat in bloed gedrenkte slot.

De regisseur laat het abstracte toneelbeeld botsen op naturel spel; bij zijn Toneelgroep Amsterdam een beproefde methode. Maar opvallend is dat hij hier kiest voor hyperrealisme: stuk voor stuk spreken de Britse acteurs vlekkeloos Italo-Amerikaans. Spoort de abstractie van het decor de eigen verbeelding aan en creëert een prettig soort afstand, het realistische spel zuigt de toeschouwers tegelijk onontkoombaar dichterbij, vol die droeve levens in.

De Britse theaterwereld heeft xenofobe en conservatieve trekjes, en dus is Van Hove’s zegetocht – hij kreeg de Critic’s Circle Theatre Award en maakt kans op zeven Olivier Awards – opmerkelijk. Respect voor auteur en tekst staan voorop, en Van Hove’s aanpak, hier al vijftien jaar gevestigd, geldt overzee als anarchistisch en zelfs ‘punk’. Maar blijkbaar toont hij genoeg eerbied voor de bron om pers en publiek niet van zich te vervreemden, zoals al te voortvarende theatervernieuwers daar vaak gebeurt. A View from the Bridge balanceert zo delicaat tussen liefdevolle achting en eigenzinnige interpretatie. Een wankel evenwicht, maar het werkt hier wonderwel.