Van der Steur, herstel onze rechtsstaat

Onder Opstelten en Teeven stond de toegang tot de rechter flink onder druk. De nieuwe bewindslieden moeten dat gauw herstellen, betogen Michiel van Nispen, Gerard Schouw en Gert-Jan Segers.

Onder voormalig minister Opstelten en staatssecretaris Teeven lag de rechtsstaat geregeld onder vuur. De toegang tot het recht dreigde afgesneden te worden voor grote groepen. De nadruk lag op repressie, symboolwetgeving zoals strafbaarstelling van illegaliteit en op de uitbreidende mogelijkheden voor het Openbaar Ministerie om zaken zonder rechter zelf af te doen. Justitie leek vaak ondergeschikt aan veiligheid, de nieuwe naam van het ministerie was veelzeggend. Maar zelfs als het om veiligheid gaat, zien we met lede ogen forse bezuinigingen op de organisaties die Nederland veiliger maken, zoals het gevangeniswezen, de politie en het OM. De bewindspersonen Opstelten en Teeven lagen overhoop met een groot deel van juridisch en bestuurlijk Nederland. Voorstellen botsten voortdurend op kritiek van de advocatuur en rechtspraak en burgemeesters hekelen het asielbeleid. Omstreden justitievoorstellen kregen ook weinig steun in de Eerste Kamer. Met de recente verkiezingsuitslag neemt het draagvlak onder senatoren nog verder af. De nieuwe bewindspersonen ontkomen er niet aan. De houding jegens de rechtsstaat moet bijgesteld op veiligheid en justitie.

De grove bezuinigingen op de rechtsbijstand die voormalig staatssecretaris Teeven voor ogen had, zijn bevroren door de Eerste Kamer. De nieuwe bewindspersonen moeten deze definitief in de ijskast laten staan. Dat geldt ook voor het wetsvoorstel waarmee de griffierechten verder zouden worden verhoogd. Ook dat voorstel ligt moeilijk bij de oppositie in de Tweede Kamer en met de nieuwe verhoudingen in de Eerste Kamer is de weerstand daar alleen maar toegenomen. Het kabinet doet er goed aan die twee voorstellen van tafel te halen.

Delicten worden ‘ZSM’ afgedaan

De toegang tot de rechter staat ook onder druk doordat het OM steeds vaker zelf straffen oplegt aan verdachten. Dat met grote fraudeurs schikkingen worden getroffen is een slechte zaak, witteboordencriminelen horen niet makkelijk weg te komen met het afkopen van hun straf. Maar ook veel relatief kleine delicten worden steeds meer ‘ZSM’ afgedaan (snel, zonder rechter), vaak zonder fatsoenlijke rechtsbijstand, waardoor de zorgvuldigheid van de rechtspleging onder druk staat.

Om de balans in de rechtspleging te herstellen en er voor te zorgen dat er effectief, consequent en zorgvuldig kan worden gestraft, moet er geïnvesteerd worden in het Openbaar Ministerie en de rechtspraak. Dat zaken in de toekomst efficiënter en digitaal behandeld kunnen worden is mooi, die mogelijkheden moeten ook worden benut, maar de huidige bezuinigingen leiden er toe dat zaken op de plank blijven liggen en dat de begroting van de rechtspraak in de rode cijfers loopt. Dat is een slechte zaak. Want als criminelen niet gestraft worden en burgers hun recht niet kunnen halen, dan wordt geen recht gedaan aan de belangen van slachtoffers of aan die van de samenleving als geheel.

De nieuwe bewindspersonen op Veiligheid en Justitie zullen het vertrouwen moeten zien te herwinnen. Door het niet actief onderzoeken van de deal met crimineel Cees H. en het verkeerd informeren van de samenleving is het vertrouwen geschonden. Dat moet door grondig onderzoek en de wil om de waarheid op tafel te krijgen worden hersteld. Vertrouwen dat de rechtsstaat in juiste handen is, dat is cruciaal. Voor iedere bewindspersoon en zeker voor een minister en staatssecretaris die moeten staan voor de waarden van de rechtsstaat en voor gerechtigheid. Dan kan het departement weer het ministerie worden waarin, zoals het hoort, Justitie aan Veiligheid vooraf gaat.

    • Gert-Jan Segers
    • Michiel van Nispen
    • Gerard Schouw