Van Aartsen: contrapropaganda tegen jihad

De burgemeester van Den Haag wil meer aandacht voor het ‘tegenverhaal’, om tegenover de propaganda van jihadisten te stellen.

Soms ergert de Haagse burgemeester Jozias van Aartsen (VVD) zich aan het Nederlandse radicaliseringsdebat, waarin te vaak wordt uitgegaan „van de strategie van de angst”. Neem de buitenlandse radicale predikers die onlangs in Rijswijk zouden spreken op een gala. Moesten hun visa nou echt geweigerd worden? Van Aartsen: „Veel moslims zeggen: waarom denken jullie dat we daar intrappen? Laat ze komen, dan kunnen we zeggen dat hun verhaal niet klopt.”

Gisteren schreef Van Aartsen aan de gemeenteraad hoe hij radicalisering de komende jaren wil aanpakken in zijn gemeente. Bij dit thema lopen de emoties al snel hoog op, maar de burgemeester wil „analytisch en koel besturen”, vertelt hij in een toelichting.

Dat is ook de reden dat hij als een van de weinige burgemeesters cijfers publiceert over het aantal jihadgangers uit zijn gemeente: om te tonen dat het er „geen honderden of duizenden” zijn. Van 46 Hagenaars is bekend dat ze sinds juni vorig jaar naar Syrië reisden. Twaalf van hen zijn vermoedelijk gesneuveld; elf keerden terug naar Den Haag.

De kern van het anti-radicaliseringsbeleid is nog steeds: zoveel mogelijk samenwerking. Tussen overheidsinstanties onderling en met betrokkenen in de wijk: leraren, jongerenwerkers, familie.

En voor iedere teruggekeerde jihadganger en potentiële uitreiziger is er een ‘aanpak op maat’. Van Aartsen: „Een 14-jarig meisje dat terugkomt probeer je weer naar school te krijgen. Een man die heeft gevochten, heeft een heel andere aanpak nodig.” Zo iemand wordt zo mogelijk vervolgd door het Openbaar Ministerie.

Deze strategie werkt goed, volgens Van Aartsen. Maar hij wil wel meer aandacht voor lone wolves: potentieel gevaarlijke eenlingen. Hij noemt de gijzeling in Australië, in december. De dader maakte geen deel uit van een terroristisch netwerk.

Van Aartsen wil beter kunnen inschatten hoe gevaarlijk deze eenlingen zijn. Daarom is Den Haag samen met het OM en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) een proef gestart om moslimradicalen te kunnen beoordelen op hun gevaar voor de samenleving. Namelijk door „alle expertise in Nederland te bundelen”. Zodat de gemeente bijvoorbeeld weet welke psycholoog hen kan helpen om een casus te beoordelen. Vanuit het buitenland is al veel interesse in de uitkomsten van de proef.

Den Haag wil de komende jaren ook meer aandacht besteden aan het ‘tegenverhaal’, een counter narrative, om tegenover de propaganda van jihadisten te stellen. „IS is wel heel geslepen in het verkopen van hun boodschap”, zegt Van Aartsen. Eigenlijk vindt de burgemeester dat dit een taak is van de landelijke overheid. Zo hebben de Verenigde Staten de campagne Think Again, Turn Away. „De Amerikanen zijn al een heel eind bezig om duidelijk te maken dat het één grote ellende is daar.”

In Den Haag kunnen docenten volgens het nieuwe actieplan een training aanvragen waarin ze leren omgaan met „leerlingen die extreme standpunten innemen”. En de gemeente gaat imams en jongerenwerkers helpen bij het vertellen van hun tegenverhaal.

Van Aartsen: „Je wilt dat iemand die wil uitreizen zich afvraagt: ‘Is dat het me wel waard? Ik leef in een land waar ik kan zeggen wat ik wil. Ik heb hier heel veel vrijheid gekregen’.”