Tuinieren loutert in de wereld van overvloed

Ongeveer zes per huishouden, 44 miljoen in totaal. Plus 340.000 bakken. Zoveel verpakkingen met moestuinzaden heeft Albert Heijn afgelopen maand verspreid van 22 soorten groenten. Het systeem is ingenieus, een schijfje droge aarde, een verteerbaar velletje met daarin de zaadjes, een afbreekbaar potje voor kiemplantjes, bevochtigen: overplanten zodra het echt lente wordt, en het grote gezonde genieten begint. Tuinieren is hip: bij koffieketen Starbucks kun je gratis koffiedik voor je tuin afhalen, „voor een extra stoot stikstof” bij het planten. Valt tuinieren in dezelfde categorie als kleuren voor volwassenen? Onschuldig tijdverdrijf? Of is het een variatie op Boer zoekt Vrouw, een voorbereiding op Tuinder (m/v) zoekt Partner? Wij houden van gewoon, dichtbij de aarde, het echte leven, in de stront graaien en in de koe grijpen, verklaarde Herman Pleij laatst, om het succes van Boer Zoekt Vrouw te verklaren. Misschien, maar eerlijk gezegd denk ik dat het eerder een verlangen is naar het ideaal van aardsheid, dan naar de realiteit van het noeste werken. Dit alles zou speculatie blijven, als we niet ineens dankzij de mini-moestuintjes beschikten over een experiment op nationale schaal. Aan het succes van de moestuintjes kunnen we aflezen hoe oprecht de verknochtheid aan de aarde in Nederland is.

Het aantal uitgedeelde moestuintjes is hoopgevend, al zegt het aannemen van een gratis cadeautje nog niet veel. Als ik reken met gemiddeld 20 zaadjes per potje, met een kiemkracht (Nederlands kwaliteitszaad tenslotte) van 95 procent, dan zouden de Nederlandse tuinen en vensterbanken straks vol moeten staan met bijna een miljard plantjes. Zover zal het niet komen. Een onbekend aantal kiemplantjes wordt beschadigd bij het overplanten en overleeft alsnog niet. Als er na zorgvuldige bevochtiging van het aardeschijfje, het liefdevol overplanten en voorzichtig begieten, dan zijn de gevaren nog lang niet geweken. Schimmels, virussen, bacteriën, slakken, rupsen, mollen en nog veel meer bedreigen die kleine dappere kiemplant. Ik heb al verschillende gevallen van paniek kunnen constateren in huiskamers, keukens en binnenplaatsjes. „Help, er groeit iets raars uit! Wat moet ik er nu mee?”

Tuinieren mag zich verheugen in een werkelijke opmars. Steeds meer restaurants bereiden gerechten uit eigen tuin, steden leggen moestuinen aan, de wachtlijsten voor volkstuintjes zijn nog nooit zo lang geweest. We mogen Albert Heijn, Starbucks en anderen dankbaar zijn dat ze ons aanzetten tot tuinieren. Daarmee laten ze velen het plezier ontdekken dat het laten groeien van plantjes geeft en tegelijkertijd begrip ontwikkelen voor de voedselketen. Maar hun belangrijkste bijdrage zit hem niet in die potjes selderij en tomaat die straks de vensterbanken sieren, maar in de potjes en plantjes die jammerlijk in de afvalbak beland zijn. Want die illustreren dat tuinieren echt inspanning, geduld en zorg vraagt. In de wereld van overvloed, lijkt de enorme variatie aan smetteloze groenten en fruit in supermarkten vanzelfsprekend tot stand te komen. Maar niets is minder waar. Aardbeien of paprika: het gaat altijd om een wapenwedloop tussen wat de mens wil (mooie producten) en concurrerende soorten. Met de oogst houdt dat niet op, want vervoer, verwerken, bewaren en distribueren zijn eindeloos ingewikkeld. De hele keten van grond tot mond kan nog veel milieuvriendelijker worden. Het zelf-tuinieren licht een tipje op van de sluier. Dat mooie koffiedik van Starbucks bijvoorbeeld produceert bij het composteren ook allerlei broeikasgassen, en voor de teelt van koffie zijn ook weer allerlei meststoffen en bestrijdingsmiddelen nodig. Gratis is er niets in de natuur, zelfs niet die leuke tuinplanten.