Rutte gaat met BV Nederland een stukje Chinese koek binnenhalen

Met 1,3 miljard inwoners is China een enorme consumentenmarkt. Nederlandse bedrijven staan te springen om daar zaken te doen. Het is fijn dat de premier erbij is, dat helpt in een land als China.

Lang niet elke economische topsector in Nederland is geïnteresseerd in de VS. Ze hoeven ook niet allemaal zo nodig mee op een handelsmissie naar Afrika of Latijns-Amerika. Maar ze willen allemaal – van ‘energie’ tot ‘water’, de gezondheidssector en ook ‘hightech’ en de creatieve industrie – heel graag dat de regering handelsreizen organiseert naar China. Dat land staat op elk prioriteitenlijstje.

Als ze aan China denken, zien bedrijven vooral een gigantische consumentenmarkt voor zich: 1,3 miljard inwoners. Economisch gezien groeit het land nog steeds heel hard (met 5 tot 7 procent per jaar) en tegelijk heeft het flinke problemen die moeten worden opgelost: er is luchtvervuiling, de bevolking vergrijst. Daar móét je bij zijn als Nederlands bedrijf.

En dan het liefst samen met de minister-president. Dat helpt vooral in een land als China, denken ondernemers, omdat de overheid daar zich nog met zo’n beetje alles bemoeit. Werkgeversorganisatie VNO-NCW dringt er al heel lang bij premier Mark Rutte op aan dat hij gaat.

Die wilde wel. Rutte doet graag zijn best voor de ‘BV Nederland’, zoals hij het zelf noemt. Hij zegt steeds maar dat ‘de koek’, de rijkdom in Nederland, groter moet worden. In China zou een deel van die koek te halen moeten zijn.

De economie staat overduidelijk voorop deze week, al zal de premier ook nog over mensenrechten beginnen in zijn gesprek met de Chinese president. Dat hoort er, zeggen betrokkenen, nu eenmaal altijd bij in China.

In Amsterdam opende Rutte begin dit jaar nog het Europese hoofdkantoor van het Israëlische chemiebedrijf ICL: Rutte was er trots op dat hijzelf in 2013, op handelsmissie in Tel Aviv, aan de ICL-topman had gesuggereerd – tijdens een ontbijt – om het nieuwe kantoor in Amsterdam te vestigen. Bij de opening zei die ceo: „Ik dacht toen: waarom ook eigenlijk niet?”

Alle premiers willen naar China

Probleem bij een bezoek aan China: als premier moet je uitgenodigd worden en dat duurde even. In China landt al de ene na de andere internationale handelsdelegatie. In 2013 was Rutte twee dagen in China, op doorreis naar Indonesië. Maar dat bezoek werd kort van tevoren gepland en VNO-NCW had toen geen tijd gehad voor de matchmaking: Nederlandse bedrijven in contact brengen met de juiste onderneming of sectorvertegenwoordiger in China.

Daar was deze keer genoeg tijd voor. Topmensen van onder andere KLM, Unilever, Shell, Aegon, Akzo Nobel, ING en Philips reizen mee naar China, onder leiding van VNO-NCW-topman Hans de Boer, en ook meer dan zestig mkb’ers. Een belangrijk punt dat ze onder de aandacht willen brengen van de Chinese autoriteiten: het ontbreken van een level playing field, Chinese bedrijven worden voorgetrokken.

Dure cadeaus doen het goed

Bij VNO-NCW kregen nieuwkomers uitleg over China door sinoloog Henk Schulte Nordholt, die zelf al jarenlang zaken doet in China. Hij vertelde hun bijvoorbeeld dat je niet moet denken dat de overheid alles beslist. „Het is een vrijemarkteconomie, er wordt wel tegen de overheid opgekeken. Dus dat Rutte meegaat, is een duwtje in de rug. Je moet ook zelf snel weer terugkomen.”

Andere adviezen: ga met je (toekomstige) zakenpartners uit eten, nodig hen uit om naar Nederland te komen, breng dure cadeautjes mee, zoals een Delfts blauw bord of een mooie aansteker. Maar bijvoorbeeld geen klok, omdat Chinezen tijd associëren met de dood. „Het is belangrijk om te investeren in persoonlijke relaties”, zegt Schulte Nordholt. „Wetten en regels gelden in China minder sterk dan bij ons. Het gaat veel meer om de onderlinge verhoudingen.”

Het cadeautje dat Rutte misschien meeneemt, is Nederlandse deelname aan de Aziatische Infrastructuur- en Investeringsbank (AIIB): die financiële instelling, gedomineerd door de Chinezen, is nog in oprichting en moet gaan concurreren met de Wereldbank en het IMF. Andere Europese landen doen al mee, Nederland heeft deelname nog in overweging. „Als we er op tijd uit zijn, is het een mooie geschenk”, zegt een betrokkene. „Maar we zijn er nú nog niet uit.”