Remy van Kesteren roofdier op de harp

Remy van Kesteren Foto ANP

Het imago van de harp is, zacht gezegd, niet erg rock-’n-roll. Aan de harp kleven clichés van lieflijkheid, engelen en kaarslicht. Het is de missie van harpist Remy van Kesteren (1989) om dat beeld te verruimen; al in 2010 richtte hij het succesvolle tweejaarlijkse Dutch Harp Festival op.

Ritual, dat Van Kesteren maakte met slagwerker Ramon Lormans en regisseuse Katrien van Beurden, was dan ook geen gewoon concert, maar een geraffineerd geheel met een spanningsboog van een uur – zonder applaus tussendoor.

De voorstelling begon in het donker, waaruit geleidelijk de contouren van beide musici opdoemden. In een zorgvuldig belicht spel namen zij om beurten het voortouw in een spannend en divers programma, grotendeels uit het hoofd gespeeld, met veel nieuwe Nederlandse muziek. Morris Kliphuis’ jazzy Geira miste een standvastige groove, maar Anthony Fiumara’s The clock of the long now fonkelde, evenals bewerkingen van verschillende delen uit Mompous pianoboeken Musica callada.

Na een spetterend deel uit Ginastera’s Harpconcert, waarbij hij roofdierachtig in de snaren klauwde, hing Van Kesteren als een bokser in de touwen, terwijl Lormans op zijn trommels langzaam accelereerde voor de fantastische, mesjokke drumsolo Rebonds A van Xenakis.