Relatieonderhoud in China

Terwijl minister-president Rutte nog onderweg was naar China, rolde het eerste resultaat van de Nederlandse handelsmissie al binnen. Staatssecretaris Mansveld (Infrastructuur en Milieu, PvdA) die de premier vooruit ging, tekende gisteren met haar Chinese ambtgenoot Chen Jining een samenwerkingsovereenkomst die moet bijdragen aan een betere kwaliteit van de lucht in China.

De Chinese overheid denkt aan een wet naar Nederlands voorbeeld die de uitstoot van giftige gassen door fabrieken en voertuigen moet terugbrengen. Een Nederlandse vertegenwoordiger gaat daarbij helpen. Ook wil China gebruik maken van de kennis van Nederlandse instituten zoals het KNMI en het Planbureau van de Leefomgeving.

Het zal niet blijven bij deze overeenkomst. De zeer breed samengestelde delegatie met vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven die onder leiding van werkgeversvoorzitter Hans de Boer van VNO-NCW meereist met premier Rutte doet vermoeden dat er echt zaken gedaan kunnen worden. Of dat ook werkelijk zo is, zal later moeten blijken. De tijden dat Nederlandse bewindslieden uit China terugkeerden en daarbij direct een binnengehaald orderpakket aan de Tweede Kamer overlegden zijn gelukkig voorbij. Het gaat zeker bij een land als China om het bouwen aan relaties, die zich op termijn kunnen uitbetalen.

Vandaar ook de betekenis van de aanwezigheid van premier Rutte. Hij kan de spreekwoordelijke deuren openen, hoewel Nederland met de meer dan 1000 bedrijven die actief zijn in China de weg in het land inmiddels behoorlijk goed kent. Maar zeker bij een land als China gaat het ook om het permanent relatieonderhoud op het hoogste niveau.

Daarom is het goed dat Rutte na zijn bezoek in november 2013 China wederom aandoet. Nederland is binnen de Europese Unie de tweede handelspartner van China. Om die positie te kunnen behouden is het bestendigen en verdiepen van contacten vereist. Dit is eveneens van belang voor het in gesprek blijven met China over de mensenrechten. De veel aangehangen filosofie is tegenwoordig dat juist door aanwezigheid in landen met een dubieuze reputatie op dit terrein de dialoog kan worden aangegaan.

Westers ongenoegen over de mensenrechten wordt van Chinese zijde beleefd aangehoord; dat is al meer dan vroeger. Maar een werkelijke dialoog blijft uit. Minister Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) kon de Tweede Kamer eind vorig jaar op dit terrein „nog geen concrete resultaten” melden. Het zou goed zijn als premier Rutte dat bij terugkomst uit China wel kan doen.