Zelfs 160 raketten krijgen deze Oekraïense fabriek niet klein

In de machinekamer van de staalfabriek in Avdiivka drupt de regen zachtjes naar binnen. Het komt door een groot, gapend gat in het dak – een erfenis van de vele raketten die het Oekraïense complex de afgelopen maanden troffen. Toch peinzen werknemers er niet over om hun werk neer te leggen.

Officieel staat de teller sinds juli vorig jaar op 160 raketinslagen, gemiddeld meer dan één per twee dagen. Maar dat zijn alleen de geregistreerde aanvallen, zo weten de werknemers van de fabriek. Ze vermoeden dat er in werkelijkheid nog veel meer raketten op het terrein van de staalfabriek zijn ingeslagen.

Geen ruimte voor politiek

De raketten zijn afkomstig van de pro-Russische rebellen. Of het Oekraïense leger, daarover verschillen de meningen. Sommige werknemers denken dat ze doelbewust op de fabriek worden afgeschoten om de industrie in de stad kapot te maken. Anderen gaan ervan uit dat ze toevallig op het complex landen.

Maar in Avdiivka – op enkele kilometers van de brandhaard Donetsk – is geen ruimte voor politieke standpunten. De cokes (een zuivere vorm van steenkool) die in de fabriek wordt gemaakt, wordt namelijk als brandstof gebruikt in veel van de staalfabrieken in het land. Als de fabriek zou stilvallen, verliezen niet alleen de pakweg 2.000 werknemers in Avdiivka, maar ook de staalwerkers in bijvoorbeeld Marioepol hun werk.

Avdiivka ligt vlak boven Donetsk, een van de plaatsen waar veel wordt gevochten:

Stoppen kost honderden miljoenen

Ook een tijdelijke werkonderbreking tot de ergste gevechten voorbij zijn, is geen optie, zo schrijft The New York Times:

“Als de cokesovens koelen, dan scheuren ze. En de kosten voor het repareren en herstarten bedragen waarschijnlijk meer dan 1 miljard dollar (912 miljoen euro). Mensen die in de business zitten, zeggen vaak dat je een cokesfabriek maar één keer kunt stopzetten.”

Een haai moet ook blijven doorgaan

Om die reden werken aanhangers van de Oekraïense regering en sympathisanten van de rebellen hier iedere dag weer keihard samen om de ruim 50 jaar oude fabriek in beweging te houden. De directeur van de fabriek, Musa Magomedov, vergelijkt zijn onderneming met een haai:

“Een haai moet voortdurend blijven zwemmen. Als hij stopt, dan verdrinkt hij namelijk. Wij zijn net zo. We moeten voortdurend blijven werken.”

Lees het hele verhaal - “A Ukraine Factory That Can’t Close, and Workers Who Won’t Quit” - op de website van The New York Times.

    • Joost Pijpker