Kijk eens wat langer naar een schilderij Hé, wat doet die sprinkhaan daar?

Er is weinig bekend over vrouwelijke kunstenaars uit de Renaissance. Eden Brüninghaus (18), winnares van het Junior Fellowship van het Rijksmuseum, bedacht een plan voor een expositie over de vrouw in de schilderkunst.

Het is druk in het Amsterdamse Rijksmuseum. Eden Brüninghaus, winnares van het Junior Fellowship, een prijs voor de vwo’er met het beste profielwerkstuk over kunst of geschiedenis , geeft een rondleiding op basis van haar profielwerkstuk: Rebels of the Renaissance – onderzoek naar vrouwelijke kunstenaars tijdens de Renaissance. Ze begeleidt ons naar de Voorhal van architect Pierre Cuyper en brengt meteen het vrouwelijke aspect van Cuypers’ werk naar voren. „Alle vrouwen zijn afgebeeld als deugden. Ze zijn mooi en lief en worden daarmee binnen een vast kader geplaatst. Ze moeten zich gedragen, zoals een vrouw zich hoort te gedragen. Er wordt een bepaald verwachtingspatroon gewekt. Cuypers’ werk komt voor mij dan ook beklemmend en controlerend over.”

Eden loopt naar de volgende zaal en wijst naar een klein schilderij met een jongeman die een luit bespeelt. Het heet De serenade uit 1629 en is van schilderes Judith Leyster. Ze blijft aandachtig naar het schilderij kijken. „Doordat de rood met goudgeel en zwart gestreepte broek onscherp lijkt, krijg ik het gevoel dat ik dicht bij de man sta. Het is een mooi schilderij en doet mij denken aan De vrolijke drinker van Frans Hals uit 1630.” Op haar iPad laat ze het werk zien. En inderdaad het is haast identiek. „Zie je de verschillen?” vraagt ze. Het antwoord blijft uit, dus beantwoordt ze haar eigen vraag: „Het licht in het gezicht is op een subtielere manier weergegeven. Het komt ergens van links beneden, waardoor zijn gezicht van onderaf wordt belicht. Dat geeft een wat bizarre aanblik. We weten niet waar hij naar kijkt. Ik blijf daardoor gefocust op zijn gezichtsuitdrukking. Het is een momentopname van een man die zich laat meeslepen in zijn muziek.”

Ik word emotioneel van dit portret

Het bijzonderste schilderij voor Eden is het zelfportret van de Italiaanse schilderes Sofonisba Anguissola uit 1556. „Ik word emotioneel als ik naar dit portretkijk. De ogen zijn zo mooi geschilderd. Ze straalt wijsheid uit en heeft een flinke dosis zelfkennis. Ze wil haar passie met ons delen.” Eden heeft dit zelfportret als cover gebruikt voor haar profielwerkstuk. We zien een vrouw die bezig is met een schilderij en de toeschouwers recht in de ogen kijkt. „Het is alsof we haar storen tijdens het schilderen. Ik vermoed dat ze Jezus en Maria schildert. Het toont wat moederlijke liefde is. Dit is een thema dat een mannelijke schilder in zijn werken niet vaak behandelt.”

Eden raakte geïnteresseerd in de kunst van vrouwelijke schilders en wilde meer over hen ontdekken. „Ik zag in de periode van de Renaissance alleen maar werken van schilders en niet van schilderessen. Hoe kan het dat 50 procent van de bevolking niet meespeelt in de wereld van de kunst?” Volgens haar onderzoek komt dat doordat het in die tijd voor vrouwen moeilijk was om een opleiding te volgen. „Ze hadden een achtergestelde positie. De weinige vrouwen die het wel lukte om schilderes te worden, kwamen uitsluitend uit een kunstrijke familie of waren getrouwd met een schilder zodat ze de kans kregen om zich in te wortelen in de wereld van de kunst.”

Schilderes Judith Leyster was hier een voorbeeld van. Zij was getrouwd met schilder Jan Miense Molenaar en samen hadden ze een kunsthandel in Amsterdam. Leyster was in haar eigen tijd erkend als meester-schilder, maar vandaag de dag is ze, net als andere vrouwelijke schilders uit de Renaissance, van de radar verdwenen. Hoe kan dat, vroeg Eden zich af. „We kennen ze nauwelijks meer. Ik heb het mij continu afgevraagd en kritisch gekeken naar de kunstgeschiedenis, maar ik heb er geen verklaring voor. Ik was verbaasd dat ik daar geen antwoord op kon vinden. Mijn profielwerkstuk is slechts het begin van een zoektocht die nog lang niet afgelopen is. Ik wil meer schilderessen gaan ontdekken, ik wil op onderzoek uit gaan. Er zijn haast geen boeken over dit onderwerp geschreven. Ik ben erover aan het denken om zelf een boek te schrijven. Ik wil mensen kennis laten maken met het verborgen schoon van vrouwelijke schilders.”

Weinig verbinding tussen mens en kunst

Over die ‘verborgen kunst’ heeft Eden een eigen tentoonstelling ontworpen, die is terug te vinden in deel twee van haar profielwerkstuk. „Ik wil de onbekendheid van deze vrouwen gebruiken om de bezoekers echt naar de kunst te laten kijken. Ik wil dat de bezoeker een connectie krijgt met het schilderij, want nu bestaat er weinig verbinding tussen mens en de schilderkunst. Museumbezoekers blijven enkele seconden voor een schilderij staan. Als iemand naar het Louvre gaat en de wereldberoemde Mona Lisa gaat bezichtigen, maakt hij een foto en gaat dan naar het volgende kunstwerk. Veel te kort om de ziel van het kunstwerk te ontdekken.

Maar hoe kun je langer kijken?”

„Ik heb lang nagedacht over hoe de tentoonstelling eruit moest zien”, vertelt ze verder. „Het was een heel gepuzzel.” Ze heeft een vrij eenvoudige zaal in gedachten waar acht à tien kunstwerken worden tentoongesteld. „Het is een driedelige kamer: zelfportret, eigen werk en een korte introductie van de desbetreffende kunstenares. Onder elk werk wordt er een vraag gesteld, zoals wat valt je op hoe de vrouw is afgebeeld? Op die manier wil ik ervoor zorgen dat mensen op het schilderij kunnen voortborduren.”

Vol passie vertelt Eden over haar werk. Ze vergeet bijna dat ze zojuist een prijs heeft gewonnen. Ze begint te lachen. „Ik had natuurlijk nooit verwacht dat ik zou winnen. Het was meer voor de fun.” Wat ze met de studiebeurs van 1.500 euro gaat doen, daar heeft ze nog niet over nagedacht. „Restaurator lijkt mij gaaf om te worden. Maar ik weet eigenlijk niet in welke kunstrichting ik mij wil specialiseren. Wat ik wel zeker weet, is dat ik graag kunstgeschiedenis aan de The Courtauld Institute of Art in Londen wil studeren. In Engeland zorgen ze goed voor hun culturele erfgoed. En zijn ze trots op hun verzamelde kunst en besteden ze veel aandacht aan de juiste inrichting van een museum. Met andere woorden: in Engeland wordt er meer naar het kunstwerk gekeken of in ieder geval wordt hier zoveel mogelijk naar gestreefd. Iets waar wij wat van kunnen leren.”