Ineens weet je het: je wordt ingenieur

Foto ANP

Allard van Hoeken (45) is de rockster onder de ingenieurs: afgelopen week werd hij gekozen tot Ingenieur van het Jaar 2015 door het het Koninklijk Instituut Van Ingenieurs (KIVI).

De gelukkige prijswinnaar
allard
Van Hoeken studeerde werktuigbouwkunde in Delft, werkt bij offshore bedrijf Bluewater Energy Services en ontwierp een drijvende getijdenenergieopwekker. Dat klinkt moeilijk en dat is het ook. De simpele uitleg: met dit drijvende platform kan voor de kust getijde-energie worden opgewekt. Daarmee kun je schone elektriciteit uit getijdestroom produceren. Hij leidt ons in vogelvlucht door de wereld van ingenieurs.

1. Welke ingenieurs zijn er eigenlijk allemaal?

Je hebt de traditionele ingenieurs, degenen die dingen bouwen en creëren. De bruggen-, schepen- en platformbouwers. Een jaar of veertig geleden kwamen daar elektrotechniek, ICT en informatica bij.

“Denk aan hoe de auto er nu onder de motorkap uitziet. Dat is tegenwoordig een grote bak elektronica, heel anders dan de industriële opbouw van vroeger.”

De nieuwste richting in het vak kijkt naar het opwekken van schone energie, energieopslag, elektrische- en zelfrijdende auto’s. Van hen wordt verwacht dat ze flink vooruit kunnen kijken. Als ingenieur moet je oplossingen bedenken. “Vervolgens moet je die apparaten weten te bouwen en dan ook nog eens kunnen onderhouden.”

2. Zijn de ingenieurs onder te verdelen in types?

Voor zover Van Hoeken weet, niet. “Je kunt zeggen dat een werktuigbouwkundige zich meer bezighoudt met bewegende machines en onderdelen, terwijl de civiele techniek de nadruk legt op statische bouwwerken.” Typischer dan dat wordt het niet.

3.Hoe ziet een gemiddeld ingenieurs-cv eruit?

In de regel geldt: hoe hoger iemand is opgeleid, hoe groter het abstractieniveau is waarop iemand werkt.

“Maar we werken erg nauw samen en kunnen niet zonder elkaar. Als ik iets ontwerp, heb ik advies nodig van iemand die over operationele kennis beschikt: wat werkt wel en wat werkt niet in de praktijk?”

4. In de delfstoffenwinning vind je de hoogste bonussen, blijkt uit CBS-cijfers. Hoger dan in de financiële sector

“Er werken weinig mensen in de delfstoffenwinning. De bonussen binnen die sector zijn niet representatief voor alle ingenieurs. Over het geheel genomen liggen de beloningen relatief laag.” Van Hoeken denkt niet dat geld de belangrijkste drijfveer is om ingenieur te worden, maar wel dat salaris van invloed is als je goede mensen met techniek bezig wilt laten houden. “Die stromen anders door naar beter betaalde banen op managementniveau.”