In Rio moet extraatje van teamsporten komen

500 dagen voor Rio rekent de chef de mission op volleybal, rugby, handbal en wellicht voetbal.

Vijfhonderd dagen verwijderd van de Olympische Spelen in Rio de Janeiro hoorde je de chef de mission van de Nederlandse ploeg gisteren niet klagen. Maurits Hendriks ligt op schema.

Het gesteggel met bonden– of niet – over limieten is afgerond, de kledingkeuze is nagenoeg bepaald en de gewenste extraatjes in Rio, zoals een high performance centrum, appartementen voor coaches en aanvullende trainingsfaciliteiten, zijn geregeld. Het woord is nu aan de sporters, volgens het adagium: kwalificeren maar.

De olympische ploeg bestaat op dit moment uit zegge en schrijve één persoon: zeilster Marit Bouwmeester. De drie hippische ploegen – springen, dressuur en eventing – gaan zeker naar Rio, maar de namen worden later door de bondscoaches ingevuld.

Zeilster en paarden vormen het fundament voor een grotere ploeg dan op de Spelen in Londen, is Hendriks’ verwachting. Zijn optimisme is gebaseerd op uitbreiding van het aantal teamsporten. In Londen waren die met twee hockeyploegen mager vertegenwoordigd. Nederland, polderland, kan beter, meent de chef de mission, die zijn hoop volledig baseert op vrouwenteams. Kansrijk acht hij: volleybal, handbal, rugby sevens, waterpolo en, wie weet, voetbal.

Aan medaillevoorspellingen waagt Hendriks zich (nog) niet. Meer dan in Londen, met meer sporten, dat is zijn uitgangspunt. Hij ruikt extra podiumkansen voor ‘nieuwe’ sporten als: atletiek (Dafne Schippers en Sifan Hassan), boksen (Nouchka Fontijn en Peter Mullenberg), taekwondo (Reshmie Oogink) en de waterpolovrouwen.

Het Nederlandse databureau Infostrada is minder terughoudend en voorspelt voor Nederland 25 medailles (5 goud, 7 zilver, 13 brons) en een zeventiende plaats in Rio. Dat blijkt uit een gisteren gepresenteerde virtuele medaillespiegel, gebaseerd op de resultaten bij recente mondiale toernooien. De Infostrada-gouddelvers zijn: de hockeysters, de springruiters, turner Epke Zonderland, wielrenster Marianne Vos en, de vrouw van het eerst uur, zeilster Bouwmeester. Ter vergelijking: in Londen was de reeks 6-6-8=20 en plaats dertien in het medailleklassement.

Eenmaal in Rio verwacht Hendriks geen torenhoge problemen. Ja, de slechte waterkwaliteit in de Guanabara Baai, maar dat is intussen een oud verhaal, een gegeven waarover elke vorm van opwinding zinloos is.

Die beroerde situatie voor de zeilers zal voor de Olympische Spelen niet zijn opgelost, bevestigde gisteren burgemeester Eduardo Paes van Rio. Schuldbewust: „We hadden de vervuiling van Guanabara Baai beter moeten aanpakken. Het is een schande dat de Olympische Spelen hiervoor niet genoeg motivatie hebben gegeven.”

Om niet verrast te worden door de bepaald andere omstandigheden in Rio heeft Hendriks alle sporters verzocht deel te nemen aan de zogeheten test-events. Lukt dat niet dan verplicht de precieze chef de mission de coach tot aanwezigheid. Vervelende verrassingen wil Hendriks voorkomen.

Intussen merkt Hendriks dat hij in zijn secure voorbereidingen competitie moet leveren met veel andere landen. Zo was Canada Nederland voor bij de eerste keus voor het high performance centrum, waar onder andere een krachtcentrum en analysekamers worden ingericht. De wedijver is dusdanig toegenomen, dat Hendriks voor de Spelen van 2020 alvast kwartiermakers naar Tokio heeft gestuurd.