‘Holocaust vaagde ons geweten weg’

Duitsland ziet zijn oorlogsverleden nog steeds niet onder ogen, vindt regisseur Christian Petzold van ‘Phoenix’.

Uit de as herrezen: GI’s en Duitse meisjes in ruïnestad Berlijn in Phoenix

‘Zullen we Duits of Engels praten?”, vraag ik aan Christian Petzold, de ochtend na de wereldpremière van Phoenix op het Filmfestival Toronto. De Duitse regisseur die de spoken van het verleden niet schuwt – het RAF-verleden in Die innere Sicherheit, de Stasi-tijd in Barbara en nu de terugkeer van de Joodse slachtoffers na de Tweede Wereldoorlog in Phoenix – staat erom bekend dat hij liever Duits spreekt, hoewel zijn Engels perfect is. Hij voedde zich als jonge filmstudent immers met Hitchcock, film noir en Amerikaanse B-films, een invloed die nog steeds in zijn werk is terug te vinden.

„Ik weet het niet”, antwoordt hij. „Het is al moeilijk genoeg om in het Duits over het onderwerp van deze film te praten, laat staan in een taal die de mijne niet is. Hoe vertaal je al die beladen woorden zonder dat ze aan betekenis verliezen? Hoe gebruik je een term als ‘Vergangenheitsvergessenheit’ (een soort dubbele vergetelheid van het verleden)? Aan de andere kant dwingt het Engels me misschien om objectiever te formuleren, dingen opnieuw onder ogen te zien.” We besluiten als echte Europeanen voor ‘Mischmasch’, een mengtaaltje.

Phoenix is een fassbinderiaanse film noir over een vrouw die terugkeert uit de oorlog. Om de liefde van haar man terug te winnen moet ze veranderen in de vrouw die zij ooit was. Dat is op zich al moeilijk genoeg, maar deze Nelly – gespeeld door Petzolds muze Nina Hoss – is na een gezichtsherstellende operatie ook uiterlijk ‘veranderd’: haar man herkent haar niet.

Collectief geweten

Petzold: „De film is gebaseerd op de Franse misdaadroman Le retour des cendres van Hubert Monteilhet uit 1961, maar er zitten ook invloeden in van Hitchcocks Vertigo, films noirs als Detour en Dark Passage en de Franse horrorfilm Les yeux sans visage. Het plan dateert al uit de jaren tachtig, maar de tijd was er nog niet rijp voor.

„De terugkomst van de slachtoffers, de mensen die Duitsers liever niet zagen omdat ze hen confronteerden met hun eigen fouten of, erger nog, met denkbeelden die helemaal niet verdwenen waren, de fascisten die aan de macht bleven. Het is alsof in Duitsland de Holocaust niet alleen de moord van miljoenen Joden op z’n geweten heeft, maar ook het wegvagen van het collectieve geheugen en geweten. De Duitse film heeft zich eigenlijk nooit goed met dit onderwerp beziggehouden.”

Tijd voor een tegenwerping. Duitsland kende immers wel degelijk zogeheten naoorlogse Trümmerfilme (‘ruïnefilms’) en regisseurs als Fassbinder. „Ja, en die zijn dan ook van invloed geweest. Maar het zijn er veel te weinig en ze hebben geen weerklank gevonden. Idem dito Fassbinder. Zoals hij het melodrama van Douglas Sirk gebruikte om iets over Duitsland te zeggen, zo gebruik ik de film noir. Het gebruik van genre is een soort psychotherapie, je komt makkelijker bij wat er onder het oppervlak sluimert. Je kunt je sets schematischer houden, en je acteerstijl afstandelijker, en direct naar de inhoud gaan. Ik ben sowieso niet geïnteresseerd in realisme, maar in film als een droomstaat.”

Schuldgevoel

Behalve een film over hoe Duitsland na de oorlog met z’n recente verleden omging, is Phoenix voor Petzold ook een film over hoe Duitsland zich vandaag de dag tot z’n eigen geschiedenis verhoudt en daarmee ook een film over het heden. „Ik kom uit Berlijn, een open, geweldige stad, vol musea die het verleden in beeld brengen en dagelijkse discussies over hoe we goede mensen kunnen zijn, hoe we ons verhouden tot de wereld, tot onszelf, tot mannen, tot vrouwen, tot immigranten, vluchtelingen.

„Maar Berlijn is Duitsland niet. Dat is niet wat je aantreft als je de stad uit reist. Pas vijf jaar geleden publiceerde het ministerie van Buitenlandse Zaken een onderzoek naar het naziverleden van het ministerie. Dat zag er niet fris uit.

„En wat doen wij ondertussen? We maken Oscargenomineerde melodrama’s over Hitler in de bunker. We dragen een groot schuldgevoel, maar er gaan genoeg stemmen op die zeggen dat dat nu wel weer eens genoeg is. Dat vertaalt zich in hoe Israël langzamerhand steun aan het verliezen is, in uitbarstingen van antisemitisme in Berlijn deze zomer, in reactionaire bewegingen als Pegida. Het verleden rijst als een duistere feniks uit zijn eigen as op.”