Het wordt puffen in de steden

Het weer in Nederland wordt heter, natter en extremer. Hoe we ons hierop moeten voorbereiden, staat in enkele rapporten die gisteren uitkwamen.

Een wielrenner fietst door het dorp Kockengen dat door hevige regenval onder water is gelopen, juli vorig jaar. Foto Remko de Waal/ANP

Veel water drinken. Dat is de voor de hand liggende methode voor ouderen om tijdens een hittegolf uitdroging, nierproblemen, ademhalingsproblemen en zelfs sterfte tegen te gaan. Zelfstandig wonende ouderen zijn de belangrijkste slachtoffers van de klimaatverandering die Nederland te wachten staat, pardon: die wij nu al doormaken.

De wetenschappelijke term is hittestress. In de zomer van 2003 kwamen in Parijs vijftienduizend zelfstandig wonende ouderen om. Dat zou in Nederland ook kunnen gebeuren, als in hittegolven bijvoorbeeld vrijwilligers niet dagelijks of enkele keren per week langs de deur van kwetsbare ouderen gaan, zoals in het Amerikaanse Philadelphia al gebeurt. Dat zouden misschien de sociale wijkteams in Nederland kunnen gaan doen.

De klimaatverandering heeft vele gevolgen voor Nederland. De winters worden zachter, milder en natter. De zomers zullen soms heet en langdurig droog zijn, met af en toe hevige regenbuien, hagel en onweer. Waarschijnlijke gevolgen in deze eeuw zijn onder meer lokale overstromingen, uitval van elektriciteit, oogstschade en de verhuizing van tientallen diersoorten.

Hittestress

Het is volgens onderzoekers niet waarschijnlijk dat de klimaatverandering nog dit decennium in Nederland leidt tot gebeurtenissen waarbij grotere aantallen mensen tegelijkertijd overlijden, zoals een overstroming door het bezwijken van een zeedijk of een pandemie. Eén ding is de komende tien jaar wel waarschijnlijk: hittestress. Vooral in de steden is het de komende jaren puffen geblazen.

Het is een „mythe” dat Nederlandse steden niet zo héél veel warmer zouden zijn dan het omliggende platteland omdat er relatief veel water in deze steden is. De temperatuur in steden en dorpen kan acht graden hoger worden dan daarbuiten, stellen wetenschappelijk onderzoekers. Water in de steden heeft vaak geen verkoelend effect. „Vooral stilstaand water houdt warmte vast en kan ’s nachts zorgen voor hogere temperaturen dan in een gebied zonder water.”

Wie de hitte in de steden wil dempen, kan beter bomen planten en gras zaaien, stoeptegels uit tuinen en bedrijfsterreinen verwijderen en plantsoenen aanleggen. Canvas doeken ophangen. Of gebouwen met dubbele gevels uitrusten, liefst bekleed met groen.

Weerextremen

De bevindingen over water in de stad komen uit enkele van de honderden onderzoeken die de afgelopen jaren in Nederland zijn verricht naar de effecten van klimaatverandering. „Nederland is onvoldoende voorbereid op klimaatverandering”, is de algemene conclusie. „Klimaatverandering geeft de mogelijkheid in het voorjaar wat eerder op een terras te zitten, maar de keerzijde zijn de toenemende heftigheid van weerextremen met schade aan onze gebouwde omgeving en infrastructuur.”

De resultaten van het onderzoek, gebundeld in het programma Kennis voor Klimaat, werden gisteren gepresenteerd en zijn een opmaat naar een „nationale adaptatiestrategie” die het kabinet volgend jaar wil uitbrengen, een plan om zonder kleerscheuren de klimaatverandering door te komen. Het plan moet waarlijk nationaal worden.

Nog voor er ook maar één letter van op papier staat, roepen wetenschappers en politici om het hardst dat de strategie niet van rijkswege moet worden afgekondigd, maar gedragen moet zijn door de gehele samenleving. „Denk als rijk niet dat je als enige verantwoordelijk bent, want dat ben je niet”, zegt deltacommissaris Wim Kuijken.

Daarvan is staatssecretaris Wilma Mansveld (Klimaat, PvdA) zich terdege bewust. Zij is dankbaar voor het wetenschappelijk onderzoek en hoopt op initiatieven van burgers en bedrijven. „Doe mee!”

Huizen op de dijk

Je aanpassen aan de klimaatverandering hoeft niet duur te zijn, blijkt uit het onderzoek. Het kan zelfs „meerwaarde” opleveren. Zoals de ontdekking dat sommige landbouwgebieden best wat zouter mogen worden, zonder dat de opbrengst van de gewassen daardoor lager uitvalt. Je kunt regenwater ’s winters opslaan om er ’s zomers de droogte mee te bestrijden. Bijvoorbeeld door dit zoete water op te slaan in lege gasvelden.

„We zijn morsig met zoet water”, aldus een onderzoeker. En een dijk, bijvoorbeeld, hoeft niet hoger te worden als de zeespiegel stijgt, maar breder en sterker. ‘Doorbraakvrije’ dijken kunnen niet plotseling doorbreken. „Wel kan heel af en toe enig water over de dijk heen stromen.” Op zo’n sterke dijk kunnen huizen worden gebouwd, zoals in het Zuid-Hollandse Streefkerk, en bij de versterking kunnen historische dijkhuizen worden gespaard.

Je zou bijna zeggen dat klimaatverandering „kansen” biedt. Waterschappen moeten vaker wetenschappers raadplegen om bijvoorbeeld tijdelijke waterkeringen te ontwerpen of, zoals in het Westland al gebeurt, regenwater tijdelijk op te vangen op de daken van de kassen in de glazen stad. En slimme oplossingen zijn natuurlijk ook erg geschikt om als kennis te exporteren. Nu alleen nog even werken aan het „klimaatbewustzijn”, want de risico’s zijn niet goed bekend.

Meer vertraging op het spoor

Niet iedereen beseft, bijvoorbeeld, dat er bij temperaturen boven de 23 graden aanzienlijk meer vertragingen op het spoor optreden. Dat bij ondergelopen elektriciteitsmasten ook de aansturing van bruggen niet meer werkt. En dat wegverzakkingen weer effect kunnen hebben op het drinkwaternet, riolering en elektriciteitsnetwerk.

Werk aan de winkel.